‘150 weken SCHATBEWAKERS’

‘150 weken SCHATBEWAKERS’

Stadsgesprekken
In een serie stadsgesprekken zijn we op zoek gegaan naar de ziel van Zoetermeer. “Een beetje filosofisch” was de eerste reactie van mijn collega Schatbewaker, maar uiteindelijk gingen we het wel aan. ‘Ziel’ klinkt al snel als iets metafysisch en ongrijpbaars, maar niets is minder waar. De ziel is een sociale constructie die verbonden is met ruimtelijke elementen. De ziel leeft zowel in de gedachten van bewoners van een stad, als dat ze verankerd ligt in de ruimtelijke elementen zoals gebouwen, monumenten, etc. Is de ziel niet het verbindende element tussen de fysieke en de emotionele aspecten?

Als architect is mijn eerste handeling na de vraagstelling van een ruimtelijk vraagstuk het fysiek bezoeken van de locatie. De Genius Loci, de geest van de plek, gaat voorbij aan de eventueel aanwezige foto’s, tekeningen of kaartmateriaal. De Genius Loci moet gevoeld en ervaren worden. Als een plek een geest heeft waarom zou de stad als grote plek dan geen geest, geen ziel hebben?

Zoetermeer is in belangrijke mate een gemaakte, geplande stad.
Is de gemaakte stad bezield of was de ziel er al en is vanuit die ziel gewerkt? Het lijkt mij dat er gedreven, vol passie, met liefde en zorgvuldigheid gewerkt is aan de opgave. Is het gevraagde tempo van realisatie immers niet alleen vanuit die waarden vol te houden?

Waarom is het belangrijk?
Na het maken van de stad zijn we nu in een andere fase terecht gekomen, die van de geleefde stad. Stedelijk ingrijpen in die geleefde stad kan niet meer alleen door beleidsmakers van bovenaf gebeuren, maar moet samen worden gedaan met de gebruikers van de ruimte. Juist het spanningsveld tussen deze twee perspectieven zorgt voor langdurige stedelijke kwaliteit, voor voeding van de ziel. Het legt de essentie van de stad bloot. Namelijk die kwaliteiten waar bewoners een sterke emotionele verbondenheid mee hebben. Dit zijn bovendien vaak positieve en enthousiasmerende aspecten die trots oproepen. De ziel is dus een grijpbaar middel om tot langdurige kwaliteit te komen. De ziel zorgt voor verbondenheid tussen de stad en haar bewoners. Enerzijds is ze een gezamenlijke beleving. Dit zien we vaak terug. Zo worden sommige plekken bijvoorbeeld gezien als de unieke plekken van de stad. Voorbeelden hiervan zijn plekken, zoals de grachtengordel in Amsterdam, het Vredespaleis in Den Haag of onze eigen Zoetermeerse Dorpsstraat. Ze kenmerken de stad en maken haar uniek en onderscheidend ten opzichte van andere steden. Deze eigenheid zorgt dan ook voor een belangrijke concurrentiepositie. Aan de andere kant is ze een individuele beleving. Net zo goed zijn er veel plekken te noemen die slechts voor één of enkele mensen de ziel van een plek bevatten, die het gevoel van verbondenheid en geborgenheid oproepen. Je eigen huis is vaak één van die plekken, maar ook een oude perenboomgaard komt in aanmerking. Of misschien wel die grote plataan op het buurtpleintje, die mij raakte in zijn beeld van de samenkomst van een organische en een gemaakte structuur.

Op zoek naar de ziel
Kennis en inzicht in de ziel van een stad levert ons informatie op over zowel de bewoners van een stad (wie zijn het, hoe zijn ze, hoe denken ze, hoe en waar voelen ze zich thuis, etc.) en hun stad). Maar hoe zoek je naar de ziel?

Hoe beïnvloedt een plek (huis, straat, wijk, stad) het gedrag, het gevoel en de gedachten van een mens. Of met andere woorden hoe ontstaat de beleving en wat is daarvan het effect?
Het individu is ons uitgangspunt. We kunnen namelijk veel zeggen over hoe een plek zou moeten voelen, maar uiteindelijk kan alleen de gebruiker vertellen hoe het echt voelt en welke gedachten het oproept. Deze zienswijze was ons uitgangspunt bij het organiseren van onze stadsgesprekken met als doel het zicht vanuit het perspectief van de geleefde stad.

We maakte deze keuze toen we met acht oud-stedenbouwers om tafel zaten, dat is de andere kant; de manier waarop professionals, zoals architecten, stedenbouwkundigen, planologen, etc., naar de stad kijken. Dit is wat we noemen het perspectief van de geplande stad. Dit is de ingenieursgedachte over hoe de stad eruit moet zien, het plannen en het beleid om dit uit te voeren en te handhaven. Tussen deze twee perspectieven zit een spanningsveld. Het zijn twee verschillende belevingswerelden, die vanuit een ander schaalniveau naar de stad kijken en er met een andere taal over spreken. Voor een sterke en succesvolle stad zijn beide perspectieven nodig.

In de zoektocht naar de ziel van Zoetermeer onderzoeken we beide perspectieven. Enerzijds de stad met haar fysieke kenmerken, zoals de gebouwen, geuren, geluiden en smaken van de stad. En aan de andere kant gaan we in gesprek met de mensen die in Zoetermeer wonen, de tradities en rituelen die zij hebben en hoe zij de stad beleven.

De eerste serie heeft ons geleerd, dat we voor een meer volledig beeld meer tijd nodig hebben. Vanuit deze les noemen we het vervolg ‘150 weken Schatbewakers’.