Het Huis van de Zintuigen

Geplaatst op 27 juli, 2018 in Inspiratie, Perskamer, Portfolio door Alcuin

Eens, lang geleden leefde er een oude koning die vijf zoons had. De koning was een wijs man en er werd gefluisterd dat hij kon toveren. Zijn toverkracht had hij altijd gebruikt om goede dingen te doen. Het land was dan ook rijk en de mensen leefden er in rust en voorspoed.

Ondanks zijn tovergaven kreeg de koning steeds meer last van ouderdomskwaaltjes. Gelukkig was er altijd de kleine hofnar Pardoes om hem op te vrolijken. Maar op een dag, aan het begin van een barre winter werd de koning echt heel erg ziek. Toen zijn vijf zoons rond zijn bed stonden, sprak hij met zwakke stem: “Mijn zoons, ik voel mijn einde gekomen is. Nu heb ik jullie nooit verteld wie de nieuwe koning moet worden als ik er niet meer ben. Ik hou van jullie alle vijf en ik weet dat jullie een voor een je sterke kanten hebben. Daarom heb ik besloten om… “. Voor hij zijn zin kon afmaken, zakte de koning met een zucht terug in de kussens. Hij was niet meer…

Een paar dagen later zaten de zoons bij elkaar in de troonzaal. “Ik denk dat vader jou had gekozen”: zei de jongste tegen de oudste. Maar die wilde niet. De koning had hem niet aangewezen en hij was bang dat er een vloek op hem zou rusten als hij zomaar koning werd. De andere vier zoons durfden zelf ook niet en onverrichter zake vertrokken zijn naar hun kastelen die verspreid lagen over het land. “We schrijven nog wel”. Ze stuurden hun dienaren naar huis, zodat ze in alle rust konden nadenken. Maar hoe ze ook piekerden, geen van de vijf kwam met een oplossing. Ze werden er allemaal eenzaam en verdrietig van…

Door al die soberheid verloren ze langzaam de talenten die ze daarvoor hadden gehad. De oudste zoon, die vroeger zo goed kno zien dat hij aan de mensen kon zien of ze eerlijk waren, werd blind. Naar wie moest hij nog kijken in z’n lege kasteel? De tweede zoon, die vroeger zo goed kon horen dat hij de gedachten van andere mensen wist, werd doof. D’r was op zijn kasteel alleen nog maar een oude papagaai die altijd hetzelfde zei. De derde zoon die vroeger zo’n fijnproever was dat hij precies wist hoeveel aardbeien er in een taart zaten, verloor zijn smaak. In de lege keuken kauwde hij op ‘n droog stuk brood. De vierde zoon, die zo goed kon ruiken dat hij precies wist wanneer er ergens in het land een geurige bloem openging, verloor zijn reuk. En de vijfde zoon, die zo goed kon voelen dat hij met zijn ogen dicht de kleur van een stof kon vaststellen, verloor zijn tastzin.

Ook met het land ging het steeds slechter en slechter. De mensen misten hun oude koning en omdat er maar geen nieuwe kwam, verpieterde alles. Iedereen was verdrietig en zat met ’n gezicht als een oorwurm te kijken. Na die kwade winter brak het voorjaar aan. De mensen van het land zagen de vrolijke bloemen, bomen en vogeltjes wel, maar ze bleven verdrietig als daarvoor. De enige plek waar het nog gezellig was, was het paleis van de oude koning. Hofnar Pardoes had tijdens de winter de vuren laten branden en alles goed gepoetst. De tuin bloeide en overal hoorde je vogels. Maar als Pardoes uit zijn torenkamertje keek, zag hij dat het land steeds grauwer en grijzer werd. Dat moest veranderen!

Pardoes pakte in de troonzaal de scepter van de oude koning op, kneep zijn ogen stevig dicht en dacht met alle macht aan de koning. Eerst gebeurde er niks, maar opeens streek er een zachte windvlaag door de troonzaal en doemde de oude koning op voor Pardoes z’n gestesoog. “Mijn kleine trouwe hofnar”, zei hij, “Jij moet het land redden. Luister goed!” En Pardoes luisterde of z’n leven ervan afhing. ’n Paar dagen later stond hij voor de poort van het sombere kasteel van de oudste prins. “Ga weg!”, snauwde de prins, “Ik wil niet opgevrolijkt worden”. Maar toen Pardoes had verteld dat hij met een boodschap van de oude koning kwam, mocht hij naar binnen. “De boodschap is, dat u koning wordt als u kunt horen wat ik nu denk” zei Pardoes. Boos sprong de blinde prins op. “Dat kan alleen mijn broer!”, brulde hij. “Juist”, zei Pardoes, “Dus de boodschap is dat u uw broer nodig heeft om een goed koning te kunnen zijn.” “Je hebt gelijk”, zei de prins, “de schellen vallen mij van de ogen.” Vanaf dat moment kon hij weer zien.

Pardoes ging ook de tweed prins vertellen dat hij een boodschap van de koning had. De prins wees op z’n oren en zei keihard: “IK BEN DOOF, SUFFERD!” Snel schreef Pardoes op een stuk papier dat de prins koning mocht worden als hij met z’n ogen kon zien of de mensen eerlijk waren. “DAT KAN ALLEN M’N BROER!” tetterde de prins en Pardoes schreef snel op dat de prins dus alleen samen met zijn broer een goede koning kon zijn. “Ik hoor wat je bedoelt”, zei de prins op normale geluidssterkte. Hij kon weer horen. Bij de derde, de vierde en de vijfde prins ging het al net zo. Ze begrepen allemaal dat ze elkaar nodig hadden om alles te kunnen wat een goede koning moet kunnen. En zo gebeurde er wat de oude koning had gewild: het land werd door vijf wijze koningen geregeerd. De oudste koning keek of alle kooplui die naar het land kwamen wel eerlijke waren. De tweede koning luisterde of de buitenlandse afgezanten wel zeiden wat ze dachten. De derde koning proefde of al het eten en drinken in het land wel zo gezond mogelijk was. De vierde koning rook of de lucht en het water in het land schoon bleven. En de vijfde koning voelt of alles wel lekker zacht en aangenaam voor de mensen bleef.

Uit dank voor het wijze besluit dat de vijf prinsen hadden genomen, bouwde het volk een huis waar de vijf koningen konden regeren. Ze noemden het ‘Het huis met de Vijf Zintuigen’ en gaven het vijf puntdaken: een dak voor elk zintuig. Toevallig werd het huis precies op de plek gebouwd waar je nu de Efteling binnen komt. Maar omdat het allemaal vreselijk lang geleden gebeurd is, zie je nu bij binnenkomst alleen nog maar het dak met de vijf punten. Kijk, een punt voor elk zintuig!

——

Omdat verhalen verteld moeten worden. Ik vertelde het verhaal van het Huis van de Zintuigen. In de Dorpsstraat werken we verder aan het project ‘Efteling in de stad’. In dit project bestuderen we het attractiepark en kijken welke lessen we kunnen leren. Vervolgens brengen we de geleerde lessen in bij de case van de Dorpsstraat Zoetermeer.

Trefwoorden: #beleving, #ervaring, #verblijfsduur, #Dorpsstraat, #poorten, #toegangspoort, #gastvrijheid

#authenticiteit #herkenbaarheid

TINYBOAT

Geplaatst op 30 november, 2016 in Inspiratie, onderhanden, Portfolio door Alcuin

Luisteren, de vraag horen.
Ik probeerde de vraag te laten rusten, te doen of ik hem niet gehoord, niet begrepen had. De vraag gedroeg zich echter als een zaadje en werd gevoed door mijn bewegingen door het gebied.

Een praktisch bewegen, omdat ik door het gebied trek van mijn huis naar het station. Voldoende om het zaadje te voeden en mijn creativiteit en ervaring aan te spreken.

Ik laat mij vervolgens verleiden om op de zeepkist te klimmen. De enthousiaste geluiden voeden het zaadje.

Op de zeepkist vertel ik over de groen beleving van de Boerhaavelaan, de dikke bomen en de mogelijkheid om tenten te spannen tussen de bomen en zo het gebied op een speelse wijze te beleven.

Ik vertel over de klok die ik mis boven het punt waar de trein stopt en ik vertel over het water, dat in de schaal van de laan klein lijkt, maar eigenlijk goed te gebruiken is voor het experiment met kleine woon- of werkboten. Tijdelijk en dienstbaar aan de gebiedsontwikkeling.

Ik koppel het idee van de boten aan de beweging van Tiny Houses.

Tiny Houses zijn primaire, volwaardige woningen op kleine schaal. Ze worden bewust gebouwd en bewoond vanuit de behoefte een meer eenvoudig leven te leiden, minder gericht op consumeren en met een kleinere ecologische voetafdruk. Bij het ontwerp en de bouw van de kleine woningen wordt slim gebruik gemaakt van ruimte en innovatieve technologieën. Een Tiny House is maximaal 50 m2, idealiter (deels) zelfvoorzienend, van goede kwaliteit en esthetisch gebouwd, functionerend als full-time bewoonde woning.

Ik maak meer ruimte en introduceer ‘Tiny Boat’. Kleine units kunnen net zo goed dienen als kleine werk- of ontmoetingsruimte.

Bij de volgende initiatieventafel werk ik de ideeën door. Met een mock-up visualiseer ik de ruimte die een kleine boot zou innemen en markeer ik de plaats op water. Ik situeer de mock-up aan de private-kant van de waterpartij. Het water blijkt zo’n 11 meter breed.

In de wandeling langs de mock-up wordt de suggestie gedaan van een coffee-boat.

Uit het netwerk komen de eerste geluiden van mensen die ook met het gedachtengoed bezig zijn. Het initiatief lijkt ook goed aan te sluiten op de gemeentelijke beleidslijnen van innoveren & pionieren.

Op naar een vervolgstap!

slideshare-presentatie na de zeepkist

Offline

Geplaatst op 29 november, 2016 in Inspiratie, Perskamer, Portfolio door Alcuin

In het gesprek over de plannen raak ik het spoor bijster. Ik pak mijn schetsrol en begin te tekenen. De maten zijn slechts globaal bekend, maar de typologie is bekend; een parterre woning.

In het duidelijk krijgen van de voorgestelde indeling komen er ook wensen en uitgangspunten langs. Ik breng de punten terug in de dialoog en ondervraag het uitgangspunt. Wat is de belangrijkste functie? Waar verblijf je het meest? Wat is voor jou de waarde van de tuin?
Ligt er een logica in de routing tussen slapen en baden? Hoe vaak zal je zoon hier slapen? Hij krijgt een plek, maar is zijn plek niet groot ten opzichten van de beschikbare meters?

Over de basisschets heen verbeeld ik ook de alternatieven. Natuurlijk moet het voorstel in het werk getoetst worden. Ik ken de situatie niet en werk hier volledig ‘offline’. Er zit uit zijn netwerk al een aannemer of uitvoerende partij aan tafel. Prijsvorming van de plannen is een belangrijke parameter.

‘150 weken SCHATBEWAKERS’

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Stadsgesprekken
In een serie stadsgesprekken zijn we op zoek gegaan naar de ziel van Zoetermeer. “Een beetje filosofisch” was de eerste reactie van mijn collega Schatbewaker, maar uiteindelijk gingen we het wel aan. ‘Ziel’ klinkt al snel als iets metafysisch en ongrijpbaars, maar niets is minder waar. De ziel is een sociale constructie die verbonden is met ruimtelijke elementen. De ziel leeft zowel in de gedachten van bewoners van een stad, als dat ze verankerd ligt in de ruimtelijke elementen zoals gebouwen, monumenten, etc. Is de ziel niet het verbindende element tussen de fysieke en de emotionele aspecten?

Als architect is mijn eerste handeling na de vraagstelling van een ruimtelijk vraagstuk het fysiek bezoeken van de locatie. De Genius Loci, de geest van de plek, gaat voorbij aan de eventueel aanwezige foto’s, tekeningen of kaartmateriaal. De Genius Loci moet gevoeld en ervaren worden. Als een plek een geest heeft waarom zou de stad als grote plek dan geen geest, geen ziel hebben?

Zoetermeer is in belangrijke mate een gemaakte, geplande stad.
Is de gemaakte stad bezield of was de ziel er al en is vanuit die ziel gewerkt? Het lijkt mij dat er gedreven, vol passie, met liefde en zorgvuldigheid gewerkt is aan de opgave. Is het gevraagde tempo van realisatie immers niet alleen vanuit die waarden vol te houden?

Waarom is het belangrijk?
Na het maken van de stad zijn we nu in een andere fase terecht gekomen, die van de geleefde stad. Stedelijk ingrijpen in die geleefde stad kan niet meer alleen door beleidsmakers van bovenaf gebeuren, maar moet samen worden gedaan met de gebruikers van de ruimte. Juist het spanningsveld tussen deze twee perspectieven zorgt voor langdurige stedelijke kwaliteit, voor voeding van de ziel. Het legt de essentie van de stad bloot. Namelijk die kwaliteiten waar bewoners een sterke emotionele verbondenheid mee hebben. Dit zijn bovendien vaak positieve en enthousiasmerende aspecten die trots oproepen. De ziel is dus een grijpbaar middel om tot langdurige kwaliteit te komen. De ziel zorgt voor verbondenheid tussen de stad en haar bewoners. Enerzijds is ze een gezamenlijke beleving. Dit zien we vaak terug. Zo worden sommige plekken bijvoorbeeld gezien als de unieke plekken van de stad. Voorbeelden hiervan zijn plekken, zoals de grachtengordel in Amsterdam, het Vredespaleis in Den Haag of onze eigen Zoetermeerse Dorpsstraat. Ze kenmerken de stad en maken haar uniek en onderscheidend ten opzichte van andere steden. Deze eigenheid zorgt dan ook voor een belangrijke concurrentiepositie. Aan de andere kant is ze een individuele beleving. Net zo goed zijn er veel plekken te noemen die slechts voor één of enkele mensen de ziel van een plek bevatten, die het gevoel van verbondenheid en geborgenheid oproepen. Je eigen huis is vaak één van die plekken, maar ook een oude perenboomgaard komt in aanmerking. Of misschien wel die grote plataan op het buurtpleintje, die mij raakte in zijn beeld van de samenkomst van een organische en een gemaakte structuur.

Op zoek naar de ziel
Kennis en inzicht in de ziel van een stad levert ons informatie op over zowel de bewoners van een stad (wie zijn het, hoe zijn ze, hoe denken ze, hoe en waar voelen ze zich thuis, etc.) en hun stad). Maar hoe zoek je naar de ziel?

Hoe beïnvloedt een plek (huis, straat, wijk, stad) het gedrag, het gevoel en de gedachten van een mens. Of met andere woorden hoe ontstaat de beleving en wat is daarvan het effect?
Het individu is ons uitgangspunt. We kunnen namelijk veel zeggen over hoe een plek zou moeten voelen, maar uiteindelijk kan alleen de gebruiker vertellen hoe het echt voelt en welke gedachten het oproept. Deze zienswijze was ons uitgangspunt bij het organiseren van onze stadsgesprekken met als doel het zicht vanuit het perspectief van de geleefde stad.

We maakte deze keuze toen we met acht oud-stedenbouwers om tafel zaten, dat is de andere kant; de manier waarop professionals, zoals architecten, stedenbouwkundigen, planologen, etc., naar de stad kijken. Dit is wat we noemen het perspectief van de geplande stad. Dit is de ingenieursgedachte over hoe de stad eruit moet zien, het plannen en het beleid om dit uit te voeren en te handhaven. Tussen deze twee perspectieven zit een spanningsveld. Het zijn twee verschillende belevingswerelden, die vanuit een ander schaalniveau naar de stad kijken en er met een andere taal over spreken. Voor een sterke en succesvolle stad zijn beide perspectieven nodig.

In de zoektocht naar de ziel van Zoetermeer onderzoeken we beide perspectieven. Enerzijds de stad met haar fysieke kenmerken, zoals de gebouwen, geuren, geluiden en smaken van de stad. En aan de andere kant gaan we in gesprek met de mensen die in Zoetermeer wonen, de tradities en rituelen die zij hebben en hoe zij de stad beleven.

De eerste serie heeft ons geleerd, dat we voor een meer volledig beeld meer tijd nodig hebben. Vanuit deze les noemen we het vervolg ‘150 weken Schatbewakers’.

SCHATBEWAKERS

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Vuurtorenschool 27.03 | 30.06.2012 De polder voorbij – Zoetermeer 50 jaar groeistad.

Met de expositie werd het zaadje van de Schatbewakers geplant. Na het bezoek aan de expositie ontstond bij mij de vraag: “Is dit nu de jubileumtentoonstelling onze nieuwe stad en haar ontstaan geschiedenis waardig?”. Ik miste de verhalen, de laag onder de primaire registratie van de inhoud. Ik ervaar slechts een reproductie van materiaal dat formeel gearchiveerd moet worden en de foto’s die destijds in de folders en het wervingsmateriaal gebruikt zijn. Bekend materiaal dus. Er moet toch meer materiaal zijn dan dit steeds opnieuw hergebruikte materiaal. Ik veronderstel dat de ontstaansgeschiedenis meer rijkdom in zich bergt; in beeld, in verhalen over het proces en de context waarin de plannen destijds vorm kregen. Mijn eigen ontwerpproces wordt beïnvloed door allerhande factoren; muziek die ik luister, boeken die ik lees, gedichten, dansvoorstellingen, die ik bezoek, exposities, excursies naar steden, bezoeken aan gebouwen en het bestuderen van werk en oplossingen van vergelijkbare ruimtelijke vraagstukken van andere architecten. Ik zie onze stad als een schat. Een bijna volledig gemaakte stad. Bedacht en vol ontwerpkeuzes. Gemaakt in een proces met context; politiek, economisch, ruimtelijk. Architectuur en stedenbouw zijn disciplines met een sterke inbedding van maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. De verschillende decennia zijn bijna volledig te markeren. De toen geldige stedenbouwkundige opvattingen, de architectonische uitwerking zijn terug te vinden in het pallet van de verschillende wijken.

Zo vormde het decor van de krakersrellen (krakersbeweging – tegengaan van woningnood als drijfveer) in Amsterdam in de jaren zeventig de achtergrond bij de planvorming van de wijk Seghwaert. Een aantal van de stedenbouwkundige die aan de stad gewerkt hebben zijn nog aanspreekbaar. Op een gegeven moment zaten we met 8-oud stedenbouwers rond de tafel.
In mijn reactie vind ik Willem Hermans als medestander. Hij werkte midden zeventiger jaren als jonge stedenbouwkundige bij de gemeente Zoetermeer en woont sinds die tijd in Zoetermeer en heeft de ontwikkelingen gevolgd. Natuurlijk zou ik haast zeggen. Naast zijn bureauwerkzaamheden is Willem, altijd in het onderwijs werkzaam geweest. Bij mijn eerste project tijdens de studie op de Academie van Bouwkunst was Willem mijn docent.

De verhalen rond de tafel waren er en kwamen tot leven. Dit was materiaal dat de rijkdom zichtbaar maakte. Aansluitend nodigden we de mannen (?) uit het ‘persoonlijke’ materiaal, dat verzameld werd in het ontwerpproces, de krantenartikelen, de verkennende schetsen en ander materiaal dat in persoonlijke archieven terecht komt nog even niet weg te gooien. Dit omdat de zij allemaal in een fase zitten rond het beëindigen van hun carrière/werkzaam leven. Opruimen en loslaten is een activiteit, die daar vervolgens vaak op volgt.
In het vervolg op het aanraken van de rijkdom maken we de keuze om de gemaakte stad door te koppelen naar de geleefde stad. Het Jaar van de Ruimte 2015 heeft als onderliggende vraag: Wie maakt Nederland? Wij realiseren ons dat de stad niet precies geleefd wordt zoals hij destijds bedacht is. Dat maakt ons nieuwsgierig naar hoe de gemaakte stad nu geleefd wordt.

Het idee ontstaat om in stadsgesprekken de dialoog aan te gaan met de bewoners van onze stad. De afgeleide vraag is immers: Wie maakt de stad?

—–
Winter 2015 – de serie stadsgesprekken is beëindigd. De oogst is opgehaald en er zijn plannen voor de volgende 150 weken Schatbewakers.

290 HRNSNGL

Geplaatst op 3 maart, 2016 in Inspiratie, Levenskunst, onderhanden, Portfolio door Alcuin

Jarenlang bewaarde ik een dossier over de regelgeving rond woonboten. Wat mij aantrekt in de woonboot is haar nomadisch karakter. Voorheen was dat een van de belangrijkste voorwaarden; dat ze verplaatst moesten kunnen worden en zo roerend goed zouden blijven. Mijn idee is dat de woonboot vooral boot blijft en geen drijvend huis. Dat is immers het unieke karakter.

Bij het bezoek aan de woonboot ervaar ik het directe contact met het water. Het gevoel van buiten is dichtbij, ondanks de ligging midden in de stad. Naast het gevoel van ruimte is er de geborgenheid in de boot.

Schaarste van deze bijzondere huisvestingsvorm maakt dat ligplaatsen veel geld waard zijn. Een interessant aspect in het nomadische is het gebruik van de oever. Wonen gaat over plek maken. Wat is dan nomadisch wonen en welke rol speelt hierbij de wallenkant?

De opdrachtgever kiest bewust voor de woonboot en de locatie in de stad. Haar woonhuis in een van de randgemeente gaat verkocht worden. De ruim 150 m2 worden terug gebracht tot de 65 m2 van de boot. De keuze zal ook een bewustwording vragen van wat nu essentieel is. Een periode vol veranderingen, afscheid nemen en rouw. Vol moed wordt de volgende stap genomen.

‘Blijf niet dralen met het vergaren van bloemen om ze te bewaren maar ga voort, want langs geheel uw weg zullen altijd bloemen bloeien’
Rabindranath Tagore, Zwervende vogels

Die Wand

Geplaatst op 3 maart, 2016 in Inspiratie, Levenskunst, Links, Portfolio door Alcuin

Een film, die raakt en achterblijft in mijn gevoel.
Opgesloten in een bergdal valt het idyllische karakter terug tot een harde strijd om te overleven. De overweldigende natuur blijft een grote rol spelen in de beeldvorming en het gevoel van isolement. Terend op aanwezige, maar langzaam slinkende voorraden, het aanleggen van een aardappelveldje, het bos afstruinen naar eetbare planten en jagen vervreemdt de vrouwelijke hoofdpersoon van zichzelf; om niet gek te worden en grip te houden op de tijd schrijft ze. Gaat haar isolement doorbroken worden?

De film roept bij mij beelden op van je opgesloten voelen in je eigen (binnen) wereld. Zonder vrienden geen filosofie, schreef Achterhuis. ‘Zonder vrienden zou niemand willen leven’. stelt Aristoteles. Toch is daar de existentiele eenzaamheid van alleen geboren worden en alleen sterven.

Eenzaamheid is iets anders dan alleen zijn. Ik herken de dagelijkse routine, die in de film de dagen indeelde en ordende. Er lijkt geen kloktijd (Chronos) aanwezig. De natuur bepaald het ritme, de ‘andere’ tijd (Kairos) stroomt kalm en onverstoorbaar door en raakt aan een meer innerlijke, persoonlijke tijd. In het ‘niets’ doen opent zich de ruimte van het denken, het schrijven en tekenen. De tijdloze tijd geeft in de rust en reflectie ook ruimte voor onze intuïtie en innerlijke tijd. Deze tijd is uniek, niet inwisselbaar en wordt als waardevoller ervaren dan de kloktijd.
De bezigheden vallen terug tot de zorg voor warmte (vuur maken), onderdak (onderhoud), eten (of de zorg voor) en drinken… creativiteit en overdenken.

De hond als gesprekspartner… de overweldigende natuur vraagt geen bijdrage, die red zichzelf.

Film: Die Wand by Julian Pölsier

NA DE VERJAARDAG – Dank je wel

Geplaatst op 14 september, 2015 in Inspiratie, La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst door Alcuin

Nine Eleven – 11 september mijn geboortedag. Onderweg bereiken mij de verschillende digitale berichtjes via Facebook, als app-berichtje, als sms of via de telefoon. Contact is het belangrijkste in het leven. Samen… Dank je wel, dank jullie wel. Het doet mij goed.

Digitale reminders vervangen de verjaardagskalender, die vaak zijn plekje had ik de toilet. Een gekke plek als je er bij stilstaat, maar aan de andere kant wel functioneel. De verjaarkaarten via de post getuigen van het nemen van extra moeite en een oude georganiseerdheid. Een kaart moet gekocht worden, postzegels moeten voorradig zijn. Na het schrijven van de kaart moet hij tijdig op de bus gedaan worden. In het vertrouwen dat de veranderingen bij de post geen gevolgen hebben voor de bezorging op de volgende dag. In het beeld van de moeite die genomen wordt heeft de fysieke kaart zijn ouderwetse waarden. De gemaakte focus wordt gevoeld. Ben ik zo’n romanticus?

Bij aankomst is de ontvangst warm, hartelijk en gastvrij. In gedachten ben ik even bij La Scuola | academie voor levenskunst waarbij ik nog graag denk in de pay-off uit de beginjaren; vrijplaats voor levensvragen en zingeving. Vanavond is de opening van het zesde jaar. Gastspreker Joke Hermsen, de filosoof van stilte en verstilling. Mijn belangstelling voor de ‘innerspace’ raakt hier aan haar gedachtegoed. Ik herinner mij de start van de academie in 2009, ook op mijn verjaardag. Ik werd die dag 50. Dit jaar ben ik er niet bij, maar stem in stilte even af op het jaarthema van de academie: nabuurschap. Samen, alleen, dat anders is als eenzaam, zorgen voor jezelf, zorgen voor de ander, gast-vrijheid…
In mijn agenda vind ik een ‘gedicht’ over vrijheid (en eigenlijk ook over samen)

VRIJHEID
Hou me niet vast
Ik wil alleen zijn
Ontneem mij niets
Dat mij heilig is
Mijn adem, mijn aarde, mijn verlangen
Mijn eenzaamheid en samenzijn

Ik heb je nodig
Maar hou me niet vast
Ik wil naar je toe kunnen komen
Om me vrij te geven
Claire van den Abbeele

Bij de avondmaaltijd is er een verjaarstaart met kaarsjes. We waren vroeg op pad. Het wordt niet laat. Het was een mooie dag van verjaring.

#ArchitectuurNomaden

Stroomversnelling – Energiesprong

Geplaatst op 17 januari, 2015 in Artikelen, Inspiratie, onderhanden, Portfolio door Alcuin

Rijtjeshuizen gebouwd tussen de jaren 1950 en 1980 zijn vaak slecht geïsoleerd. Vanuit het deelprogramma ‘Stroomversnelling Koop’ | Energiesprong kunnen eigenaren zo’n rijtjeshuis in tien dagen tijd laten verbouwen naar energieneutraal. Bijzondere insteek bij dit programma is dat de verbouwing via de energierekening wordt gefinancierd. De bewoners van dit soort woningen betalen maandelijks gemiddeld zo’n 175 euro aan hun energieleverancier. Deze kosten wordt gebruikt om de lening voor de verbouwing af te betalen. Als de lening in 30 jaar terugbetaald wordt kan de lening 45.000 euro bedragen.

Om de kostenopgave (45.000 euro) en de straffe planning (<10 dagen) te halen moeten bouwbedrijven hun werkwijzen aanpassen. Door het ontwikkelen van een product, een productiewijze, planmatig werken en een kort implementatietraject kunnen bedrijven op de bestaande voorraad (energie-technisch) verouderde woningen  inspelen. Hun aanbod moet daarbij aansluiten op de behoefte van de (potentiële) klant en bij hem onder de aandacht gebracht worden. Het proces van uitvoering moet steeds opnieuw geëvalueerd, het geleverde product gecontroleerd (monitoren) en het geheel gegarandeerd worden. Vaardigheden en waarden, die nieuw zijn voor de meeste bouwbedrijven en verandering vragen. Deze transitie wordt door een support route vanuit het programma ondersteund.

Energiesprong | Platform 31  Ik mocht in het najaar van 2014 vier bedrijven begeleiden in hun transitie proces en ondersteunen in het toewerken naar een eerste pilot.

Zomerzorg

Geplaatst op 8 januari, 2015 in Inspiratie, onderhanden, Portfolio door Alcuin

zomer 2014 | Zoetermeer is een gemaakte stad. De meeste van de makers hebben op dit moment de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. In het initiatief van de Schatbewakers zijn we geinteresseerd in de verhalen, gebeurtenissen, emoties, herinneringen en reacties op de wereld die de makers van de stad Zoetermeer in hun lijf herbergen. Naast de formeel vastgelegde informatie kan dit een schat aan extra informatie opleveren.

We hebben het gevoel dat wij hiermee dichter bij de ziel van Zoetermeer kunnen komen. Vanuit deze gedachte komen we ook in aanraking met het initiatief van Piet Hekker in de Dorpsstraat. Juist de aanwezigheid van de oude dorpskern onderscheidt Zoetermeer van andere zgn. new towns.

In dit onderscheidende aspect vormen de clusters van Piet een eigentijds bottom-up initiatief. Niet planmatig bedacht en gemaakt, maar afgestemt op mogelijkheden en directe actie.

De pioniersgeest waardoor Zoetermeer groot is geworden wordt hierbij opnieuw aangesproken.