Het Huis van de Zintuigen

Geplaatst op 27 juli, 2018 in Inspiratie, Perskamer, Portfolio door Alcuin

Eens, lang geleden leefde er een oude koning die vijf zoons had. De koning was een wijs man en er werd gefluisterd dat hij kon toveren. Zijn toverkracht had hij altijd gebruikt om goede dingen te doen. Het land was dan ook rijk en de mensen leefden er in rust en voorspoed.

Ondanks zijn tovergaven kreeg de koning steeds meer last van ouderdomskwaaltjes. Gelukkig was er altijd de kleine hofnar Pardoes om hem op te vrolijken. Maar op een dag, aan het begin van een barre winter werd de koning echt heel erg ziek. Toen zijn vijf zoons rond zijn bed stonden, sprak hij met zwakke stem: “Mijn zoons, ik voel mijn einde gekomen is. Nu heb ik jullie nooit verteld wie de nieuwe koning moet worden als ik er niet meer ben. Ik hou van jullie alle vijf en ik weet dat jullie een voor een je sterke kanten hebben. Daarom heb ik besloten om… “. Voor hij zijn zin kon afmaken, zakte de koning met een zucht terug in de kussens. Hij was niet meer…

Een paar dagen later zaten de zoons bij elkaar in de troonzaal. “Ik denk dat vader jou had gekozen”: zei de jongste tegen de oudste. Maar die wilde niet. De koning had hem niet aangewezen en hij was bang dat er een vloek op hem zou rusten als hij zomaar koning werd. De andere vier zoons durfden zelf ook niet en onverrichter zake vertrokken zijn naar hun kastelen die verspreid lagen over het land. “We schrijven nog wel”. Ze stuurden hun dienaren naar huis, zodat ze in alle rust konden nadenken. Maar hoe ze ook piekerden, geen van de vijf kwam met een oplossing. Ze werden er allemaal eenzaam en verdrietig van…

Door al die soberheid verloren ze langzaam de talenten die ze daarvoor hadden gehad. De oudste zoon, die vroeger zo goed kno zien dat hij aan de mensen kon zien of ze eerlijk waren, werd blind. Naar wie moest hij nog kijken in z’n lege kasteel? De tweede zoon, die vroeger zo goed kon horen dat hij de gedachten van andere mensen wist, werd doof. D’r was op zijn kasteel alleen nog maar een oude papagaai die altijd hetzelfde zei. De derde zoon die vroeger zo’n fijnproever was dat hij precies wist hoeveel aardbeien er in een taart zaten, verloor zijn smaak. In de lege keuken kauwde hij op ‘n droog stuk brood. De vierde zoon, die zo goed kon ruiken dat hij precies wist wanneer er ergens in het land een geurige bloem openging, verloor zijn reuk. En de vijfde zoon, die zo goed kon voelen dat hij met zijn ogen dicht de kleur van een stof kon vaststellen, verloor zijn tastzin.

Ook met het land ging het steeds slechter en slechter. De mensen misten hun oude koning en omdat er maar geen nieuwe kwam, verpieterde alles. Iedereen was verdrietig en zat met ’n gezicht als een oorwurm te kijken. Na die kwade winter brak het voorjaar aan. De mensen van het land zagen de vrolijke bloemen, bomen en vogeltjes wel, maar ze bleven verdrietig als daarvoor. De enige plek waar het nog gezellig was, was het paleis van de oude koning. Hofnar Pardoes had tijdens de winter de vuren laten branden en alles goed gepoetst. De tuin bloeide en overal hoorde je vogels. Maar als Pardoes uit zijn torenkamertje keek, zag hij dat het land steeds grauwer en grijzer werd. Dat moest veranderen!

Pardoes pakte in de troonzaal de scepter van de oude koning op, kneep zijn ogen stevig dicht en dacht met alle macht aan de koning. Eerst gebeurde er niks, maar opeens streek er een zachte windvlaag door de troonzaal en doemde de oude koning op voor Pardoes z’n gestesoog. “Mijn kleine trouwe hofnar”, zei hij, “Jij moet het land redden. Luister goed!” En Pardoes luisterde of z’n leven ervan afhing. ’n Paar dagen later stond hij voor de poort van het sombere kasteel van de oudste prins. “Ga weg!”, snauwde de prins, “Ik wil niet opgevrolijkt worden”. Maar toen Pardoes had verteld dat hij met een boodschap van de oude koning kwam, mocht hij naar binnen. “De boodschap is, dat u koning wordt als u kunt horen wat ik nu denk” zei Pardoes. Boos sprong de blinde prins op. “Dat kan alleen mijn broer!”, brulde hij. “Juist”, zei Pardoes, “Dus de boodschap is dat u uw broer nodig heeft om een goed koning te kunnen zijn.” “Je hebt gelijk”, zei de prins, “de schellen vallen mij van de ogen.” Vanaf dat moment kon hij weer zien.

Pardoes ging ook de tweed prins vertellen dat hij een boodschap van de koning had. De prins wees op z’n oren en zei keihard: “IK BEN DOOF, SUFFERD!” Snel schreef Pardoes op een stuk papier dat de prins koning mocht worden als hij met z’n ogen kon zien of de mensen eerlijk waren. “DAT KAN ALLEN M’N BROER!” tetterde de prins en Pardoes schreef snel op dat de prins dus alleen samen met zijn broer een goede koning kon zijn. “Ik hoor wat je bedoelt”, zei de prins op normale geluidssterkte. Hij kon weer horen. Bij de derde, de vierde en de vijfde prins ging het al net zo. Ze begrepen allemaal dat ze elkaar nodig hadden om alles te kunnen wat een goede koning moet kunnen. En zo gebeurde er wat de oude koning had gewild: het land werd door vijf wijze koningen geregeerd. De oudste koning keek of alle kooplui die naar het land kwamen wel eerlijke waren. De tweede koning luisterde of de buitenlandse afgezanten wel zeiden wat ze dachten. De derde koning proefde of al het eten en drinken in het land wel zo gezond mogelijk was. De vierde koning rook of de lucht en het water in het land schoon bleven. En de vijfde koning voelt of alles wel lekker zacht en aangenaam voor de mensen bleef.

Uit dank voor het wijze besluit dat de vijf prinsen hadden genomen, bouwde het volk een huis waar de vijf koningen konden regeren. Ze noemden het ‘Het huis met de Vijf Zintuigen’ en gaven het vijf puntdaken: een dak voor elk zintuig. Toevallig werd het huis precies op de plek gebouwd waar je nu de Efteling binnen komt. Maar omdat het allemaal vreselijk lang geleden gebeurd is, zie je nu bij binnenkomst alleen nog maar het dak met de vijf punten. Kijk, een punt voor elk zintuig!

——

Omdat verhalen verteld moeten worden. Ik vertelde het verhaal van het Huis van de Zintuigen. In de Dorpsstraat werken we verder aan het project ‘Efteling in de stad’. In dit project bestuderen we het attractiepark en kijken welke lessen we kunnen leren. Vervolgens brengen we de geleerde lessen in bij de case van de Dorpsstraat Zoetermeer.

Trefwoorden: #beleving, #ervaring, #verblijfsduur, #Dorpsstraat, #poorten, #toegangspoort, #gastvrijheid

#authenticiteit #herkenbaarheid

Hartverhaal

Geplaatst op 27 juli, 2018 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

Hoewel de straat een respectabele leeftijd had voelde zij zich niet oud. Als onderdeel van de historische kern vormde zij het hart van de stad. Tijdens de groei van de stad had ze veel in zichzelf geïnvesteerd om de nieuwe bewoners ook de stedelijke geneugten van een grote stad te kunnen bieden. Bijna ieder pand had wel een kleine of grotere uitbreiding of facelift ondergaan.

Het herhaaldelijke uitstel en de perikelen van het plaatsen van een nieuw hart speelde haar in de kaart en ze voelde dat ze floreerde. Misschien was hierdoor haar houding te opportunistisch en zag ze onvoldoende de slagkracht van een jong, nieuw hart.

Langzaam ging de belangstelling voor haar achteruit. Ja, soms voelde ze zich niet goed en had ze de zondag hard nodig om bij te komen en zich op te maken voor een nieuwe week.

Vaak was de zondag zelfs niet genoeg en ging ze vermoeid de nieuwe week in. Haar humeur werd er ook niet beter op. Ze miste de energie van haar bezoekers.

Het bestuur van de stad speelde met het idee om van het oude en nieuwe hart één hart te maken. Ergens realiseerden zij zich dat dit eigenlijk wel een precaire ingreep was, dus riepen ze de hulp in van specialisten. Zo’n operatie om van twee harten een hart te maken was echter nog niet vaak uitgevoerd. Technisch moest het te doen zijn, was de mening van de chirurgen. Tegelijk werden er allerlei voorbehouden ingebouwd. Misschien zou de uitkomst niet het gewenste resultaat opleveren. Het oude hart was toch wel iets anders als het nieuwe hart en ze lagen eigenlijk ook wel op tegen de moeilijk te overbruggen afstand tussen de twee harten. Technisch misschien een op te lossen probleem, maar hoe zouden de harten zich herstellen na de operatie?

Nu woonde er in de straat een oude man. Geboren in de straat had hij in zijn jonge jaren veel over de wereld gezworven. In de grote steden had hij gezien hoe vitaliteit doorwerkte in het functioneren. Hij zag de mensen die afkwamen op die vitaliteit en graag in die steden verbleven, er geld uitgaven. Hij had daar ook gezien hoe de uitgaven vervolgens weer leidden tot investeringen. Soms kwam hij op plekken waar het misgegaan was en bracht dan zijn ervaringen in, nam risico’s met leuke nieuwe initiatieven. Hij keek daarbij altijd goed naar de mensen, hun verlangens en zag waarbij ze zich goed voelden.

Nu hij ouder was keerde hij terug naar de plek van zijn wortels en begon zijn verhalen van de andere steden te vertellen. Zoals hij ook op andere plekken deed dacht hij na over wat goed zou zijn voor de straat. De man zag vanuit zijn ervaring en met zijn verbeelding mogelijkheden om het oude hart te revitaliseren. Hiervoor moest het gevoel dat het moest concurreren met het jonge hart verdwijnen. Hij vertelde aan ieder die het horen wilde over het unieke van een jonge stad met een oud hart en maakte de vergelijking van het oude hart van de stad met zijn eigen hart, gerafeld, omdat hij stukken van zijn hart met velen gedeeld en uitgewisseld had.

Maar de straat luisterde niet naar de verhalen van de oude man. Ze bleef zich vergelijken met het jonge hart en was jaloers op het geld dat partijen wilden steken in het vitaal houden van het jonge hart. Ze waren niet trots op hun straat en zagen niet meer dat ze met elkaar hun straat de jaren daarvoor vitaal gehouden hadden. Ze vormden geen gezamenlijkheid om zich te verhouden tot het jonge hart en de investerende partijen. Dit had invloed op de sfeer en hoewel niet precies aan te wijzen voelden de consumenten het wel. Ze weken uit naar andere centra, die hun eigen kracht en schoonheid goed bijhielden.

Niet iedereen in de straat zag de schoonheid, het unieke, de kansen en realiseerden zich onvoldoende dat iedereen moest samenwerken om dit weer te laten opbloeien. In een grote stad met veel concurrentie gaat dat namelijk niet vanzelf.

Nu was de oude man al sinds mensen heugenis eigenaar van een oude bakkerij in de straat. Deze bakkerij had hij gebruikt voor zijn experimenten en zijn zoektocht naar zijn eigen eigenheid.

In zijn vurige wens om het oude hart van de jonge stad te revitaliseren en haar unieke karakter onder de aandacht te brengen begon hij het huidige concept van zijn goed lopende winkel te vergelijken met de straat. Hij onderzocht de ervaring van de mensen die in zijn winkel kwamen en genoten van de heerlijkheden die hij presenteerde.

Hij werd zich er van bewust dat zijn winkel eigenlijk een ontmoetingsplek was en dat de mensen er graag verbleven. Dat er verschillende sferen in zijn winkel waren door de verschillende uitbreidingen die gemaakt waren aan de oude bakkerij. Dat de mensen afhankelijk van hun doel een keuze hadden waar ze gingen zitten.

De belangrijkste les die hij echter uit deze reflectie haalde was dat het eigenlijk niet allemaal perfect hoefde te zijn. Iedere keer had hij de winkel proberen af te stemmen op dat wat dan belangrijk was. Waar hij en zijn klanten zich op dat moment goed bij voelden, de goede sfeer gaf. Veranderingen kwamen niet ineens, maar waren steeds kleine stapjes geweest zonder de eigenheid van het geheel te verliezen.

De oude man begon te vertellen over de les die hij uit zijn reflectie had gehaald.

Doen was belangrijk, het goede doen was wenselijk, maar mocht het doen niet in de weg staan. Dit sprak de oude pioniersgeest van de eigenaren en winkeliers aan. Ze sloegen zelf op kleine schaal aan het experimenteren en de dingen die bij de consumenten aansloegen lieten ze bestaan en de andere dingen veranderden ze in een alternatieve of nieuwe optie.

De krant schreef erover en de mensen kwamen kijken, waren nieuwsgierig naar de volgende stap en kwamen hiervoor terug. Hun verblijfsduur werd langer, mensen spraken weer af in de straat en namen plaatst op de terrassen. Onder het genot van… werden verhalen en ervaringen doorverteld. Dit maakte dat ook mensen van verder weg kwamen kijken en de straat, haar schoonheid en unieke karakter leerden kennen. De aandacht deed de straat en daarmee de eigenaren, winkeliers en bewoners opleven. Ze begonnen samen te werken en gezamenlijk te investeren in hun straat in tijd, met middelen en met plezier.

… en de oude man glimlachte en zag dat het goed was.

——

Omdat verhalen verteld moeten worden. Er zijn altijd nieuwe manieren om een verhaal te vertellen en elk nieuw verhaal vergroot onze wereld.

illustratie: fragment uit een kunstwerk van Mariska Mallee | Artshare

Expositie Terrarium: Toekomst van de stad

#storytelling #Dorpsstraat #Schatbewakers @mariska mallee #de reis van de held #archetypen

 

Tekenen op Reis

Geplaatst op 24 mei, 2017 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

De studievereniging AnArchi van de TU/e organiseert jaarlijks met hun tekendocent een schetsexcursie. Het bestuur van de vereniging onderkende destijds en onderkend het belang van handschetsen. Het handschetsen is een belangrijke vaardigheid, die in het curriculum van de opleiding niet mag ontbreken. De handschets ligt het dichtst bij de plek waar het idee ontstaat. In dit belang vonden we elkaar en kregen contact. Ik maakte een oriënterend bezoek aan de excursie destijds in Luik en ging mee als begeleider naar Gent(2014). In 2016 tekende we in Brussel. De laatste dag tekende we op de Vossenmarkt. Brussel is de stad van de strips. Ik maakte en tekende een script.

Het is spannend!
Ze was te vroeg opgestaan en had nog zeker een uur over. Gelukkig hadden ze op de Vossenmarkt afgesproken. Zonder de dingen echt te zien, maakte ze een zwerfronde. Soms toch even geraakt door mooie vintage spullen voor haar nieuwe, nog kale huis, maar zonder intentie wat aan te schaffen.
De zon schijnt. Vanonder haar zonnehoedje houdt ze ook de omgeving in de gaten. De tijd verglijdt langzaam. Ze wacht…

Palazzo

Geplaatst op 13th december, 2016 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

Vol enthousiasme werd de droom verteld.

Zou deze droom waar gemaakt kunnen worden?
Getransformeerd tot een sluitend verhaal met een begin, een eind en kloppende rekensommen? De eerste stap in dit proces is luisteren naar de droom, meereizen en kijken op locatie. De energie en het enthousiasme zijn aanstekelijk.

Voorafgaande aan het bezoek kijken we in het nabij gelegen vestingstadje bij verbouwplannen. Een oud, monumentaal, binnenstedelijke palazzo wordt getransformeerd voor het nieuwe fotomuseum en de bibliotheek. De palazzo heeft een bepaalde architecturale ambitie en diende vroeger waarschijnlijk als hoofdkwartier van een bepaalde familie of een instelling.

Net als bij de grachtenpanden in Amsterdam kan de opzet van het gebouw gelezen worden.
Historisch gezien was de begane grond de ruimte voor handel en kantoren, open voor bedienden, handelaren, klanten en het publiek, terwijl de piano nobile (representatieve verdieping)samen met de daarboven gelegen verdiepingen privé gehouden werd voor de familie en schoner en veiliger was dan de begane grond. Er waren of zijn vaak gescheiden, soms externe, trappen naar de bovenste zolderkamers bestemd voor gebruik door het personeel.

Na dit historische voorbeeld rijden we richting Bormida waar de droom gedroomd werd. Het beeld roept dat van palazzo op, maar in het pand lijkt het of er vreemde keuzes gemaakt zijn.

Wat maakt dat hier zo’n palazzo gebouwd is?
De omgeving is prachtig, het bijbehorende gehuchtje klein.
Het winterseizoen zal hier niet echt een optie zijn.

Volgens de overlevering overnachtte Napoleon (1761-1821) toen der tijd in de eerder bezochte palazzo. Volgens de inscriptie betreft het hier een pand uit 1883. Dus dat is dan slechts zo’n halve eeuw verder, maar hoe zat het in die tijd dan met de eerder genoemde architectonische ambities van een palazzo?
In het lezen van de typologie gaat het mis. De gevel heeft geen echte plastiek, slechts een geschilderde. Raamopeningen vertellen niet het zuivere verhaal van de daar achterliggende ruimten. Hoewel de begane grond laag is, is de dynamiek van handel hier moeilijk voor te stellen. Na een bezoek aan de onderliggende gewelven, half ingegraven in de berg is het zelfs aannemelijk dat deze ouder zijn en de uiteindelijke structuur van het pand bepaald hebben.

Deze structuur is alles bepalend in het uitwerken van de droom. Ook de trap heeft niet de zeggingskracht van die van het historische palazzo. Een centraal trappenhuis verbindt zonder hiërarchie de verschillende verdiepingen. Een in het volume opgenomen kapel werkt met zijn eigenzinnige typologie verstorend in de hoofdopzet van het gebouw.

De structuur zal in hele grote mate veranderd moeten worden om het beoogde doel te kunnen dienen. Op deze plek, met deze structuur van het gebouw, met deze bereikbaarheid en tegen de geraamde kosten kan de droom maar beter een droom blijven.

295_Palazzo

Spin-off

Geplaatst op 29 november, 2016 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

De schetssessie voor de begeleiding van de verbouwing van het basement in Cairo Montenotte vormde de aanleiding voor een vergelijkbaar traject in Amsterdam.

Het appartement op de tweede verdieping in de nabijheid van het Concertgebouw is gedateerd. Het huisnummer heeft twee voordeuren. Achter de ene voordeur zit de bel-etage met kamer en suite. De andere deur leidt naar de bovenwoning, die in twee appartementen is opgedeeld. Vanuit de originele opzet gaat veel oppervlakte verloren aan zgn. verkeersruimte. De uitvoerende partij is al in beeld, bekend en vertrouwd. Het werken in regie is gebruikelijk in deze constructie. Om het goed aan te sturen en vooraf een indicatieve prijsvorming te kunnen maken van de renovatie is er behoefte aan een verbeelding van de aanpassingen. Tekeningen zijn en blijven hierin het meest passende communicatiemiddel. Voor de uitvoering wordt vervolgens een beroep gedaan op het vakmanschap van de uitvoerende werklui. De vastgoedeigenaar kan dan vanuit zijn eigen betrokkenheid en ervaring samen met de vaklui tot het uiteindelijk resultaat komen.

Basement

Geplaatst op 29 november, 2016 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

In de basis was het huis een zomerhuis van een rijke familie uit Genua. De hogere ligging, net tegen de uitlopers van het gebergte van Piemonte maakte het verblijf in de zomer aangenaam. Met de verbeteringen in de infrastructuur is Genua tegenwoordig nog maar zo’n 25 minuten rijden. Sinds kort wordt er vanaf Schiphol ook gevlogen op de kleine luchthaven.

Deze nieuwe bereikbaarheid maakt het interessant om de gebruiksperiode van het zomerhuis op te rekken. Het originele huis is destijds verbouwd met als doelgroep gezinnen met kinderen, die samen op vakantie gaan. Met zijn twintig slaapplaatsen is het huis mogelijk ook interessant voor ander gebruik.
De locatie heeft een prettige balans tussen afgelegen, verstild buitengebied en de leuke klein- stedelijke dynamiek van Cairo Montenotte. In het voor- en najaar is een aanvullend gebruik van het gebouw goed voor te stellen. Met een team op pad voor intensieve werksessies, strategie of beleidsplannen maken, maar ook meer persoonlijke trajecten begeleid door goede trainers of coaches. De potentie van de plek wordt onderkend en herkend.

In een eerste vervolgstap is nu het basement aangepast en veranderd van een opslagruimte tot een meer werkgerelateerde ontmoetings- en presentatieruimte.

Voor het huis kijk op: Il Pavone Reale (The Royal Peacock)

#presentatieruimte #vakantiehuis #familiehuis #Italie

Offline

Geplaatst op 29 november, 2016 in Inspiratie, Perskamer, Portfolio door Alcuin

In het gesprek over de plannen raak ik het spoor bijster. Ik pak mijn schetsrol en begin te tekenen. De maten zijn slechts globaal bekend, maar de typologie is bekend; een parterre woning.

In het duidelijk krijgen van de voorgestelde indeling komen er ook wensen en uitgangspunten langs. Ik breng de punten terug in de dialoog en ondervraag het uitgangspunt. Wat is de belangrijkste functie? Waar verblijf je het meest? Wat is voor jou de waarde van de tuin?
Ligt er een logica in de routing tussen slapen en baden? Hoe vaak zal je zoon hier slapen? Hij krijgt een plek, maar is zijn plek niet groot ten opzichten van de beschikbare meters?

Over de basisschets heen verbeeld ik ook de alternatieven. Natuurlijk moet het voorstel in het werk getoetst worden. Ik ken de situatie niet en werk hier volledig ‘offline’. Er zit uit zijn netwerk al een aannemer of uitvoerende partij aan tafel. Prijsvorming van de plannen is een belangrijke parameter.

‘150 weken SCHATBEWAKERS’

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Stadsgesprekken
In een serie stadsgesprekken zijn we op zoek gegaan naar de ziel van Zoetermeer. “Een beetje filosofisch” was de eerste reactie van mijn collega Schatbewaker, maar uiteindelijk gingen we het wel aan. ‘Ziel’ klinkt al snel als iets metafysisch en ongrijpbaars, maar niets is minder waar. De ziel is een sociale constructie die verbonden is met ruimtelijke elementen. De ziel leeft zowel in de gedachten van bewoners van een stad, als dat ze verankerd ligt in de ruimtelijke elementen zoals gebouwen, monumenten, etc. Is de ziel niet het verbindende element tussen de fysieke en de emotionele aspecten?

Als architect is mijn eerste handeling na de vraagstelling van een ruimtelijk vraagstuk het fysiek bezoeken van de locatie. De Genius Loci, de geest van de plek, gaat voorbij aan de eventueel aanwezige foto’s, tekeningen of kaartmateriaal. De Genius Loci moet gevoeld en ervaren worden. Als een plek een geest heeft waarom zou de stad als grote plek dan geen geest, geen ziel hebben?

Zoetermeer is in belangrijke mate een gemaakte, geplande stad.
Is de gemaakte stad bezield of was de ziel er al en is vanuit die ziel gewerkt? Het lijkt mij dat er gedreven, vol passie, met liefde en zorgvuldigheid gewerkt is aan de opgave. Is het gevraagde tempo van realisatie immers niet alleen vanuit die waarden vol te houden?

Waarom is het belangrijk?
Na het maken van de stad zijn we nu in een andere fase terecht gekomen, die van de geleefde stad. Stedelijk ingrijpen in die geleefde stad kan niet meer alleen door beleidsmakers van bovenaf gebeuren, maar moet samen worden gedaan met de gebruikers van de ruimte. Juist het spanningsveld tussen deze twee perspectieven zorgt voor langdurige stedelijke kwaliteit, voor voeding van de ziel. Het legt de essentie van de stad bloot. Namelijk die kwaliteiten waar bewoners een sterke emotionele verbondenheid mee hebben. Dit zijn bovendien vaak positieve en enthousiasmerende aspecten die trots oproepen. De ziel is dus een grijpbaar middel om tot langdurige kwaliteit te komen. De ziel zorgt voor verbondenheid tussen de stad en haar bewoners. Enerzijds is ze een gezamenlijke beleving. Dit zien we vaak terug. Zo worden sommige plekken bijvoorbeeld gezien als de unieke plekken van de stad. Voorbeelden hiervan zijn plekken, zoals de grachtengordel in Amsterdam, het Vredespaleis in Den Haag of onze eigen Zoetermeerse Dorpsstraat. Ze kenmerken de stad en maken haar uniek en onderscheidend ten opzichte van andere steden. Deze eigenheid zorgt dan ook voor een belangrijke concurrentiepositie. Aan de andere kant is ze een individuele beleving. Net zo goed zijn er veel plekken te noemen die slechts voor één of enkele mensen de ziel van een plek bevatten, die het gevoel van verbondenheid en geborgenheid oproepen. Je eigen huis is vaak één van die plekken, maar ook een oude perenboomgaard komt in aanmerking. Of misschien wel die grote plataan op het buurtpleintje, die mij raakte in zijn beeld van de samenkomst van een organische en een gemaakte structuur.

Op zoek naar de ziel
Kennis en inzicht in de ziel van een stad levert ons informatie op over zowel de bewoners van een stad (wie zijn het, hoe zijn ze, hoe denken ze, hoe en waar voelen ze zich thuis, etc.) en hun stad). Maar hoe zoek je naar de ziel?

Hoe beïnvloedt een plek (huis, straat, wijk, stad) het gedrag, het gevoel en de gedachten van een mens. Of met andere woorden hoe ontstaat de beleving en wat is daarvan het effect?
Het individu is ons uitgangspunt. We kunnen namelijk veel zeggen over hoe een plek zou moeten voelen, maar uiteindelijk kan alleen de gebruiker vertellen hoe het echt voelt en welke gedachten het oproept. Deze zienswijze was ons uitgangspunt bij het organiseren van onze stadsgesprekken met als doel het zicht vanuit het perspectief van de geleefde stad.

We maakte deze keuze toen we met acht oud-stedenbouwers om tafel zaten, dat is de andere kant; de manier waarop professionals, zoals architecten, stedenbouwkundigen, planologen, etc., naar de stad kijken. Dit is wat we noemen het perspectief van de geplande stad. Dit is de ingenieursgedachte over hoe de stad eruit moet zien, het plannen en het beleid om dit uit te voeren en te handhaven. Tussen deze twee perspectieven zit een spanningsveld. Het zijn twee verschillende belevingswerelden, die vanuit een ander schaalniveau naar de stad kijken en er met een andere taal over spreken. Voor een sterke en succesvolle stad zijn beide perspectieven nodig.

In de zoektocht naar de ziel van Zoetermeer onderzoeken we beide perspectieven. Enerzijds de stad met haar fysieke kenmerken, zoals de gebouwen, geuren, geluiden en smaken van de stad. En aan de andere kant gaan we in gesprek met de mensen die in Zoetermeer wonen, de tradities en rituelen die zij hebben en hoe zij de stad beleven.

De eerste serie heeft ons geleerd, dat we voor een meer volledig beeld meer tijd nodig hebben. Vanuit deze les noemen we het vervolg ‘150 weken Schatbewakers’.

SCHATBEWAKERS

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Vuurtorenschool 27.03 | 30.06.2012 De polder voorbij – Zoetermeer 50 jaar groeistad.

Met de expositie werd het zaadje van de Schatbewakers geplant. Na het bezoek aan de expositie ontstond bij mij de vraag: “Is dit nu de jubileumtentoonstelling onze nieuwe stad en haar ontstaan geschiedenis waardig?”. Ik miste de verhalen, de laag onder de primaire registratie van de inhoud. Ik ervaar slechts een reproductie van materiaal dat formeel gearchiveerd moet worden en de foto’s die destijds in de folders en het wervingsmateriaal gebruikt zijn. Bekend materiaal dus. Er moet toch meer materiaal zijn dan dit steeds opnieuw hergebruikte materiaal. Ik veronderstel dat de ontstaansgeschiedenis meer rijkdom in zich bergt; in beeld, in verhalen over het proces en de context waarin de plannen destijds vorm kregen. Mijn eigen ontwerpproces wordt beïnvloed door allerhande factoren; muziek die ik luister, boeken die ik lees, gedichten, dansvoorstellingen, die ik bezoek, exposities, excursies naar steden, bezoeken aan gebouwen en het bestuderen van werk en oplossingen van vergelijkbare ruimtelijke vraagstukken van andere architecten. Ik zie onze stad als een schat. Een bijna volledig gemaakte stad. Bedacht en vol ontwerpkeuzes. Gemaakt in een proces met context; politiek, economisch, ruimtelijk. Architectuur en stedenbouw zijn disciplines met een sterke inbedding van maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. De verschillende decennia zijn bijna volledig te markeren. De toen geldige stedenbouwkundige opvattingen, de architectonische uitwerking zijn terug te vinden in het pallet van de verschillende wijken.

Zo vormde het decor van de krakersrellen (krakersbeweging – tegengaan van woningnood als drijfveer) in Amsterdam in de jaren zeventig de achtergrond bij de planvorming van de wijk Seghwaert. Een aantal van de stedenbouwkundige die aan de stad gewerkt hebben zijn nog aanspreekbaar. Op een gegeven moment zaten we met 8-oud stedenbouwers rond de tafel.
In mijn reactie vind ik Willem Hermans als medestander. Hij werkte midden zeventiger jaren als jonge stedenbouwkundige bij de gemeente Zoetermeer en woont sinds die tijd in Zoetermeer en heeft de ontwikkelingen gevolgd. Natuurlijk zou ik haast zeggen. Naast zijn bureauwerkzaamheden is Willem, altijd in het onderwijs werkzaam geweest. Bij mijn eerste project tijdens de studie op de Academie van Bouwkunst was Willem mijn docent.

De verhalen rond de tafel waren er en kwamen tot leven. Dit was materiaal dat de rijkdom zichtbaar maakte. Aansluitend nodigden we de mannen (?) uit het ‘persoonlijke’ materiaal, dat verzameld werd in het ontwerpproces, de krantenartikelen, de verkennende schetsen en ander materiaal dat in persoonlijke archieven terecht komt nog even niet weg te gooien. Dit omdat de zij allemaal in een fase zitten rond het beëindigen van hun carrière/werkzaam leven. Opruimen en loslaten is een activiteit, die daar vervolgens vaak op volgt.
In het vervolg op het aanraken van de rijkdom maken we de keuze om de gemaakte stad door te koppelen naar de geleefde stad. Het Jaar van de Ruimte 2015 heeft als onderliggende vraag: Wie maakt Nederland? Wij realiseren ons dat de stad niet precies geleefd wordt zoals hij destijds bedacht is. Dat maakt ons nieuwsgierig naar hoe de gemaakte stad nu geleefd wordt.

Het idee ontstaat om in stadsgesprekken de dialoog aan te gaan met de bewoners van onze stad. De afgeleide vraag is immers: Wie maakt de stad?

—–
Winter 2015 – de serie stadsgesprekken is beëindigd. De oogst is opgehaald en er zijn plannen voor de volgende 150 weken Schatbewakers.

288 Nabuurschap

Geplaatst op 3 maart, 2016 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

Een van de belangrijkste voorbereidingen op een architectonisch ontwerpvraagstuk is het bezoeken van de locatie, het onderzoeken van de geest van de plek; de genius loci.

De vraag had betrekking op een oude boerderij (gemeentelijk monument). Ik fietste er langs en zag een oude man achter een rollator over het erf schuiven. Het raakte mij. De beelden pasten niet bij elkaar.

Een bepaald gevoel van vrijheid dat mensen die op het platteland zijn opgegroeid meteen herkennen. Ruimte om je heen, letterlijk en daardoor ook figuurlijk. Boer zijn, je eigen ritme bepalen afgestemd op het natuurlijke ritme. De boer en zijn grond. Daar is hij de baas en hij luistert alleen naar de natuur.Waar is hier die vrijheid?

Bij het kadastrale nazoeken van de eigendomssituatie blijkt Staatsbosbeheer de gronden opgekocht te hebben voor de aanleg van het bos.

In de levensloop komt je splitsingen tegen en maak je keuzes; linksaf naar een deugdelijke betrekking, rechtsaf voor het avontuur van een eigen boerderij en dan kun je ook nog rechtdoor of omkeren, terugkeren. Heimwee betekent letterlijk het verlangen naar de geboortegrond, naar huis. Doet heimwee je terugkeren?

Heimwee, het gevoel van verlangen naar huis, of algemener gezegd, naar de geborgenheid en de zekerheden van het bekende. Ontstaat het, omdat het niet lukt om de onbekende plek eigen te maken?
Wanneer verandert en huis in een thuis? Wanneer voel je je thuis op een nieuwe plek? Wat als het avontuur is veranderd in hetzelfde leven op een andere, onbekende plek?

UPDATE 27.02
In de gesprekken onderweg (tussenetappe) hebben we het over nabuurschap. Het thema 2015-2016 bij La Scuola | academie voor Levenskunst. Onlangs kreeg ik een verbaasde reactie over een afspraak om vier uur, terwijl om 5 uur de melktijd begint. Het avontuur is misschien niet hetzelfde leven op een andere plek geworden. Eerder ervaarde ik in een overleg bij de gemeente de betrokkenheid en samenhang van de buurt. Wordt juist dit, wat we in het oosten nabuurschap noemen, gemist in het avontuur van de eigen boerderij in een andere omgeving?