279 ‘Het huis van de buurman… ‘

Geplaatst op 17 juni, 2015 in onderhanden, Perskamer, Portfolio door Alcuin

Le borse più piccole sono le migliori erbe.
Gabriel Meurier (In de kleinste zakjes zitten de fijnste kruiden).

Il Pavone Reale, een vakantie villa in Cario Montenotte (Ligura) is destijds aangelegd als buitenverblijf van een Genuaase familie met een hippisch karakter. Naast het grote huis met een inpandige beheerdersappartement maakten de stallen een belangrijk deel uit van het complex. In 2010 is het huis volledig verbouwd en gerenoveerd en geschikt gemaakt als familiehuis.

Om de stallen op een eenvoudige manier bereikbaar te maken met de paardentrailers is een weg aangelegd. De weg wordt ook gebruikt voor het bereiken van het naast gelegen boerderijen complex. Het complex bestaat uit twee boerderijen. Door het overlijden van de oude bewoners staat het complex nu in zijn geheel te koop.

Een bekend gezegde is ‘het huis van de buurman komt maar een keer te koop’. De eigenaar van Il Pavone Reale overweegt daarom de locatie aan te kopen en zelf in ontwikkeling te nemen. Het gebruik van de weg naar het naastgelegen complex is immers van grote invloed op de beleving en de kwaliteit van zijn vakantievilla, die hij ook verhuurd.

Ik maakte een eerste verkenning en deed een globaal onderzoek (wie? wat? waarom?) en werkte een eerste idee uit. De eerste vervolgstap is het krijgen van draagvlak op de richting van het idee bij de locale overheid.

project: 14-279 ‘Het huis van de buurman… ‘

Levenskunstlezing 2015 – Lex Bohlmeijer

Geplaatst op 7 april, 2015 in La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst, Perskamer door Alcuin

Dames en een beetje heren, goedemiddag,
Ik ga een lezing houden, de levenskunstlezing, over de kunst van het luisteren. Mijn naam is Lex Bohlmeijer. Ik ben presentator bij de KRO-NCRV radio en maak programma’s op Radio 4 over klassieke muziek.
Ik hoop dat u mij goed kunt verstaan. Dat is wel een aardig begin voor een lezing over de kunst van het luisteren.

Ik benijd u niet. U kunt zo prachtig zingen. U bent gekomen voor een concert en dan moet u het komende kwartier naar mij en mijn lezing luisteren. En u mag niets doen, u zit daar maar een beetje stil. U bent gedwongen tot passiviteit, en dat is niet eenvoudig in deze tijd van assertiviteit. Het lijkt mij voorwaar geen sinecure. Wij praten graag zelf, dat zijn de momenten waarop we bewijzen dat we bestaan. We maken graag lawaai, vragen voortdurend om aandacht, voor onszelf, en nu mag dat even niet.

Voor mij is dat ook helemaal niet makkelijk. Ik presenteer dagelijks radioprogramma’s waarbij je mensen adresseert zonder ze te kunnen zien. Ik weet niet waar ze zich bevinden, wat ze aan het doen zijn, terwijl ze naar mij luisteren. Ze kunnen mij in ieder geval niet zien, dus ze moeten wel naar mij luisteren, ze hebben niks anders. Nu staart u mij aan. En ik hoop maar dat u niet alleen naar mij kijkt, maar ook naar mij luistert. Maar daar kan ik niet zeker van zijn. Misschien bent u inmiddels al aan het dromen over de zon, of denkt u na over het volgende lied dat u zo moet zingen. Er zijn mensen die mij kennen van de radio en zich op dit moment afvragen “Hé, het beeld rijmt helemaal niet met de stem die ik wel eens hoor”. Er zijn mensen die naar mij toekomen die zeggen “Ik dacht dat u een dikke man was; een oude man met een dikke buik en een baard”. Soms voelt het ook wel zo.

Wat doe je eigenlijk als je luistert? Ik weet het niet, echt niet. Voor mij is het een groot mysterie. Maar ik hou mij er al wel mijn hele leven mee bezig en heb er mijn bestaan zelfs op gevestigd. Dus ik zal een paar van mijn ervaringen met u delen. Het zijn eigenlijk twee verhalen. Ria zei het net al: mijn werk gaat over muziek maken. Maar voor minstens zo’n groot deel is dat luisteren en je oren op zetten. Beroemde dirigenten van professionele, grote symfonieorkesten eisen van de houtblazers dat ze vooral contact moeten blijven houden met de bassen. Van de trompetten wordt verwacht dat ze luisteren naar de violen.

Ik heb het ooit eens meegemaakt in Ierland. Mijn vrouw en ik waren op vakantie en het was, zoals in Ierland altijd het geval is, buitengewoon grijs en droevig, regenachtig weer. Grauw. In één woord: mistroostig. Wij tuften over binnenwegen door het land en kwamen in een dorpje vlakbij een rivier. Het dorpje bestond uit één brede straat, die langzaam afliep naar de rivier en aan weerskanten omringt was met kleine, pastelkleurige huisjes. Het was ochtend en wij snakten naar een kopje koffie. Er waren een paar kroegen open. Uit één kroeg kwam muziek. Daar moeten wij zijn, dachten wij – voor onze troost: een bakkie troost.

Wij gingen naar binnen en namen plaats in de hoek van het café; een donkere kroeg. Langzaam begonnen onze ogen te wennen aan het licht en zagen wij aan de bar zeven oude mensen zitten, gebogen over hun bier. Er was iets aan de hand en wij wisten niet meteen wat. Niemand zei iets. Op een gegeven moment zag ik het. Er zaten niet alleen zeven oude mensen gebogen over hun bier, maar ook één jonge man. Een boerenknecht. Een reusachtige vent. En die zat ernaast, ook over een biertje gebogen, aan de bar. Wat het bijzondere was, was dat hij aan het zingen was. Het was geen bandje dat op stond, of een plaat, nee, er was iemand live aan het zingen. Maar dat zag je niet, omdat die man tussen de mensen aan de bar zat. “Dat is ook raar”, dacht ik. Dan ga je luisteren, kijken, en toen zag ik – en daarom hadden we het niet meteen door – dat het erop leek alsof hij aan het luisteren was. Naar een stem die van diep van binnen kwam of van ver weg en heel oud was. Later heb ik begrepen dat het een Ierse traditie is. De oude folknummers werden zo gezongen dat de zanger met zijn rug naar het publiek zat. Misschien is dat ook iets voor het vervolg straks hier. Ik vond dat zo ontzettend mooi. Het was een zeer weemoedig lied. De man drukte niet alleen dat verdriet uit, maar ook de gedachte “het gaat niet om mij”. “Het gaat om een stem die van elders komt en die veel belangrijker is. Ik maak plaats.” Zo leek het letterlijk te zijn, de man leek plaats te maken voor een andere stem. Ik ben een ruimte die zich laat vullen door een andere stem, door het lied van iemand die ik niet ken. Het vreemde, dat doordringt mij.

Dat opwindende en sacrale ogenblik zal ik nooit vergeten. Ik denk dat het mij zelfs leidt bij het werk dat ik doe, namelijk het interviewen van mensen, voor de radio en daarbuiten. Ik mag in aanwezigheid van mijn voormalige manager bij de radio nu wel verklappen dat je dan een aantal lessen krijgt. Eén daarvan is de volgende. Er zijn heel veel gasten bij mijn radiowerk over de vloer gekomen. Beroemde zangers en musici bijvoorbeeld, die je in het Engels interviewt. Voor de radio is het dan wel zo netjes dat je dat even vertaalt, want als je iemand in zijn of haar ogen kijkt begrijp je veel meer dan wanneer je thuis luistert en aan het afwassen bent, of wat u dan ook aan het doen bent. Dromen van de zon, denken aan het volgende lied, of iets dergelijks. Ik had mij goed voorbereid voor de eerste keer. Dan laat je iemand praten, denkt na over de eerste vraag en dan komt na een minuut dat moment: oh ja, ik moet even vertalen. En toen dacht ik: “Shit, wat heeft ‘ie nou gezegd?” Ah, u lacht. Maar dan breekt dus totale paniek uit. Dat je één witte vlek voor je ogen ziet. Ik had geen idee. Dat is een les die je je leven lang niet meer vergeet. Wat je je dan realiseert is dat je als interviewer en presentator op zo’n moment de luisteraar spéelt. Je verbeeldt iemand die luistert, je doet alsof, terwijl je ondertussen nadenkt over de volgende vraag. Of je vraagt je af of het wel goed gaat, of hoeveel tijd je nog hebt. Ik heb mij vanaf dat moment voorgenomen dat dit mij nooit meer mag overkomen. Daarna heb ik het gelukkig nog heel vaak mogen doen en heb ik inderdaad ontdekt: je kunt zo goed luisteren dat je het na anderhalve minuut kunt samenvatten. Dat is een opwindend moment, als je die hele film wél voor je ogen ziet. Erg mooi.

Ik heb het later ook nog een keer buiten de context van de radio meegemaakt. Ik kreeg de opdracht om een man te interviewen die werkte in de oude meelfabriek in Leiden, De Drie Sleuteltjes. Daar werd vroeger het brood Kingcorn gemaakt. Dat kent u nog. Dat brood dat je als een zak watten in je holle kies stopt. Die fabriek stond leeg en de gemeente wist niet wat ze ermee zou moeten doen. Afbreken, altijd een optie. Als monument bewaren of er appartementen van maken? Ze wisten het niet en tot de gemeente haar beslissing had genomen zat er nog één man in die fabriek. Die mocht daar blijven, tot zijn pensioen. Sam Kukler. Hij zat in een soort souterrain, half onder de grond al, heel symbolisch, in deze gigantische ontmantelde fabriek. Theatergroep Hollandia wilde een voorstelling over die man maken. In die ruimte. Over industrialisatie en arbeiders, er zat een heel verhaal omheen. De bekende acteur Bert Lubbers zou dat spelen en ik moest die man interviewen. Daar zou een tekst uit komen en dat ging Bert dan spelen. Een fantastische opdracht. Dus ik met mij recordertje er naar toe. Hij snapte er niet zoveel van. Een interview, vooruit maar. Ik zat vol goede moed en dacht “Hier komt een verhaal”. Die man werkte al vijftig jaar in een fabriek, wat die allemaal niet meegemaakt heeft. Hij begon te vertellen dat hij begonnen was als zakkenvuller; daarna was hij op de vrachtwagen gekomen. Na vijf minuten zei hij: “Nou, dat was het wel”. Dat was het verhaal van zijn leven. Ja, natuurlijk, hij snapt het nog niet, maar dat komt wel, dacht ik. Dan ga je er op in. Na tien minuten zei hij “Ik weet niet wat ik nog meer moet vertellen”. Toen brak bij mij de paniek uit. Daar gaat mijn project. Het gaat niet goed. Dan ga je aan iemand trekken. Er is toch wel eens iemand overleden in die fabriek? Hoe haal je het in je hoofd zoiets te vragen – je kent die man net een kwartier. Zo rommelde ik door, terwijl het zweet mij echt uitbrak. Maar, op een gegeven moment hoor ik hem zeggen: “En toen ik zat ik op die vrachtwagen, zo gezegd en alles. Dan ging je het Westland in, zogezegd en alles. Naar die bakkertjes en bij hun naar boven, zogezegd en alles.” Ik dacht bij mezelf: “Sukkel, je hebt niet geluisterd naar wat hij zegt, maar naar wat je wilde horen”. Ik heb naar mijn eigen verhaal zitten luisteren. Naar mijn verwachtingen, naar mijn verbeelding, maar niet naar wat hij werkelijk zei. Door die ene zin, waarin hij vijf keer “zogezegd en alles” zei en ik dat opeens hoorde, dacht ik “Luister nou eens”. Toen ben ik nog vijf keer teruggegaan en heeft hij mij zijn hele leven verteld. De prachtige verhalen kwamen toen wel. Daar is een juweel van een kleine voorstelling uitgekomen. Die heette “Kingcorn, of zogezegd en alles”.

Ik zie het ook om mij heen in conversaties. Hoe slecht er eigenlijk geluisterd wordt. Ik ga niet boos doen hoor, u bent allemaal voortreffelijke luisteraars en nog betere zangers, dus het gaat niet zo lang meer duren.

Dat iemand het woord voert en dat anderen dan wachten totdat ze het over kunnen nemen: recepties en verjaardagsfeestjes zijn ideale terreinen om dat te ontdekken. Dat luisteren niet echt luisteren is, maar wachten op je eigen beurt. Met andere woorden: dat je zit te wachten op momenten van stilte, de hapering die gaat komen, de kleine breuk, om dan onmiddellijk in dat gat te springen, in het betoog van een ander, waardoor je kunt ontsnappen. Luisteren is maar al te vaak wachten op het moment dat je zelf weer het woord kunt nemen. Ik denk dat dat anders kan. Ik denk dat het echte luisteren jezelf even opschorten is. Ik kan het niet anders noemen. Het is mijn ervaring als interviewer. Jezelf even uitstellen. Geen nood, dat komt wel weer vanzelf. Het is heel prettig om dat uitstellen te doen. Je hoeft niets te bewijzen. Het heeft zelfs iets verslavends: je maakt plaats, letterlijk, net als die boerenknecht in Ierland. Die maakt plaats voor een ander. Met je hele dikke, vette ego doe je een stapje opzij. Je laat je in bezit nemen door een ander geluid. Letterlijk. Het zijn nieuwe harmonieën, schurende dissonanten. Het is de onuitputtelijke bron, voor mij, van de meeslepende muziek van de stem. Misschien ben ik daarom wel geen goede journalist geworden, maar wel een goede luisteraar, denk ik. Dat heeft mijn leven beslist verrijkt.

Het hoeft geen betoog dat muziek de allerbeste oefening is in deze levenskunst, die wat mij betreft tot het goede leven leidt, of er althans aan bijdraagt. Ik geef u tot slot mijn levensmotto mee. Zoals ik het voor mijzelf samenvat als ik even de weg kwijt ben. Hoe deed je dat ook alweer, het goede leven? Zeker op momenten van dilemma’s. “Ik wil door het leven heen gaan, maar ook dat het leven door mij heen gaat.” En als je leven vertaalt door muziek dan krijg je wat ik u vanmiddag als zangers en als luisteraars toewens. Ik hoop dat u door de muziek heen gaat en dat de muziek door u heen gaat. Ik dank u voor de bereidheid om naar mij te luisteren, al ben ik er nooit helemaal zeker van dat uw eigen dromen niet mooier waren dan mijn woorden.

Lex Bohlmeijer

 

Download de tekst als pdf: Levenskunstlezing 2015.

Opera Mundi

Geplaatst op 9 maart, 2014 in Artikelen, Inspiratie, Levenskunst door Alcuin

opera mundi

 

 

 

 

 

Raak! Het kunstwerk intrigeert en blijft mij bezig houden. Wie is precies de kunstenaar? Wat is de context van het kunstwerk? Op de naam, die de eigenaar van het werk noemde is niets te vinden. Het werk zou onderdeel uitmaken van een serie. De kunstenaar werkt of werkte in Naarden en ergens in Italië. Beperkte informatie… waarom blijf ik zoeken?

De context waarin het werk is aangeschaft, het vertelde verhaal… de verbeelding?
Een ruiterbeeld van een man met een kind op zijn rug… het materiaal van de naïeve kinderlijk verwerkte langoustine(?)… De cynische façade van de man op het paard met zijn welvaartsbuikje?

Als ik de eigenaar informeer over mijn bezig blijven komt ze terug met een folder van een galerie, die zijn werk vertegenwoordigd. Op de website van de galerie (het Cleijne Huijs in Den Haag) vind ik hem. Het werk is blijkbaar al ouder, maar ook in het nieuwe werk komt het ruiterbeeld terug.

In de toelichting verhaalt de kunstenaar over zijn levenshouding; afgekeerd en met veel introspectie. Maakt het werk onderdeel uit te maken van zijn serie “Opera Mundi”; één serie van 364 beelden die de kunstenaar beschouwt als één werkstuk? In die serie staat elke sculptuur voor één dag uit het leven (van Ivan Ivanovitch)… Fragmentarisch…. Losse cultuurfilosofische gedachten.

Haakte ik misschien op het verbeelden van die filosofische gedachten?

VERKOOPDAG & ZOMEREXPOSITIE 09

Geplaatst op 4 september, 2013 in HOUSE_IV-SALE, Inspiratie door Alcuin

OPEN HUIS

 

 

 

 

 

De berichten uit de krant (VK | 02 september 2013) zorgen voor een lichte glimlach op het gezicht van Sally. “Positieve berichten geven de burger moed”, zegt ze dan. Julia is iets sceptischer, maar ziet duidelijk haar eigen meerwaarde.

Uit de reacties bij ontmoetingen, op feestjes en verjaardagen is duidelijk dat de inspanningen van Sally zorgen dat ze ‘in beeld’ is.

De meteorologische herfst is afgelopen weekend begonnen. De Zomerexpositie van Willem van den Hoed gaat daarmee zijn laatste maand in. Aan het eind van de maand wordt zijn materiaal weer ingepakt en opgeslagen. Een lot dat veel kunst moet ondergaan.

Bewaren, opruimen en archiveren… en daarmee de onderliggende innerlijke processen van hechten en loslaten. Voor het ondersteunen van de verkoop van ons Werkhuis stellen we ons huis iedere eerste zaterdag van de maand open. Iedere keer is er in de voorbereiding weer het proces van opruimen. Opruimen voelt ook een beetje als het klaarmaken voor vertrek. Bewaren… ik schreef er al eens een blog over. Wat bewaren we allemaal?

Willem van den Hoed  is letterlijk onderweg. Op dit moment verblijft hij voor langere tijd in  Korea. In het onderweg zijn moeten er keuzes gemaakt worden. Ik ga op reis en ik neem mee?

Onderweg zijn vraagt je om je te beperken.

Leuk om je te ontmoeten op Julianalaan 23

Alcuin

Kijk ook eens op:  ArchitectuurNomaden of A place

Julia, omdat mooie dingen een naam hebben… Julia is de naam van ons werkhuis, dat we voor dat de tweeling in beeld was HOUSE_IV noemde. In mijn portfolio was het ontwerp van mijn eigen woon-werkhuis, het vierde particuliere huis dat ik ontwierp.

Sally is de eeneiige tweelingzus van Julia. Sally houdt zich vooral bezig met de ‘sales’, de verkoopactiviteiten (zie Julianalaan23.nl) van het woon-werkhuis.

NCOI

Geplaatst op 11th maart, 2013 in Artikelen, Doceren door Alcuin

NCOI_small

 

 

 

 

 

De stok dat zijn wij…   de hoogte van de lat bepaal je zelf. Een mooie slogan, die het principe van beroepsonderwijs prima weergeeft.

Sinds augustus ben ik als freelance docent verbonden aan het NCOI. Het onderwijs is georganiseerd in modules. De lessen uit mijn eerste module zijn ondertussen gegeven. De module wordt door de studenten afgerond met een opdracht in de vorm van een advies. In een beknopt verslag geeft de student advies over de Bovenbouwconstructie.

Bij de voorbereidingen kwamen de boeken van Jellema weer op tafel. Hoewel de stof bekend is, was het een uidaging om er open en opnieuw naar te kijken. Hoe ga ik het brengen? Hoe maak ik de stof interessant en aanvullend op het boek?

De lesbrief geeft een handvat, maar het is zoeken naar de meerwaarde. Het schoolbord is niet meer. De flipover heeft in het uitleggen en bespreekbaar maken een belangrijke rol.

Op dit moment volg ik zelf een module ATT (analytische tekentherapie). Net als bij ATT  laat de tekening hier zijn kracht zien.

Het doosje van de mier

Geplaatst op 14 september, 2010 in Perskamer door Alcuin

Een verhaal over bewaren en herinneren van Toon Tellegen

OP EEN AVOND ZATEN DE EEKHOORN EN DE MIER NAAST ELKAAR OP DE bovenste tak van de beuk. Het was warm en stil en zij keken naar de toppen van de bomen en naar de sterren. Zij hadden honing gegeten en gepraat met de zon, de oever van de rivier, brieven en vermoedens. ‘Ik ga deze avond bewaren,’zei de mier. ‘Vind je dat goed?’

De eekhoorn keek hem verbaasd aan. De mier haalde een klein zwart doosje te voorschijn. ‘Hier zit ook de verjaardag van de lijster in,’zei hij. ‘De verjaardag van de lijster?’ vroeg de eekhoorn.

‘Ja,’zie de mier en hij pakte die verjaardag uit het doosje. En zei aten weer zoete kastanje taart met vlierbessenroom, en ze danste weer terwijl de nachtegaal zong en het vuurvliegje aan- en uitging, en ze zagen de snavel van de lijster weer glimmen van plezier. Het was de mooiste verjaardag die zij zich konden herinneren.

De mier stopte hem weer in het doosje.

‘Daar stop ik deze avond bij,’zij hij. ‘Er zit al veel in.’ Hij deed het doosje dicht groette de eekhoorn en ging naar huis.

De eekhoorn bleef nog lang op de tak voor de deur zitten en dacht aan het doosje. Hoe zou die avond daar nu in zitten? Zou hij niet verkreukelen of verbleken? Zou de smaak van honing er ook in zitten? En zou je hem er altijd weer in kunnen krijgen als je hem eruit haalde? Zou hij niet kunnen vallen of breken, of wegrollen? Wat zou er trouwens nog meer in het doosje zitten? Avonturen die de mier had beleefd? Ochtenden in het gras aan de oever van de rivier, als de golven glinsterden? Brieven van verre dieren? En zou het doosje ooit vol zijn, zodat er niets meer bij kon? En zouden er ook andere doosjes bestaan, voor treurige dagen? Zijn hoofd duizelde. Hij ging naar huis en stapte in bed.

De mier lag toen al lang te slapen, in zijn huis onder de struik. Het doosje lag boven zijn hoofd, op een plank. Maar hij had het niet stevig genoeg dicht gedaan. Midden in de nacht schoot het plotseling open en een oude verjaardag vloog met grote snelheid naar buiten, de kamer in. En plotseling danste de mier met de olifant, in het maanlicht, onder de linde. ‘Maar ik sliep!’ riep de mier. ‘O dat geeft niets,’zie de olifant en hij zwierde met de mier in het rond. Hij zwaaide met zijn oren en zijn slurf en zei: ‘wat dansen wij goed hé?’en ‘O pardon’ als hij op de tenen van de mier trapte. En hij zei dat de mier ook best op zijn tenen mocht trappen. De gloeiworm glom in de rozenstruik en de eekhoorn zat op de onderste tak van de linde en wuifde naar de mier.

Plotseling glipte de verjaardag het doosje weer in en even later werd de mier wakker. Hij wreef zijn ogen uit en keek om zich heen. De maan scheen naar binnen en viel op het doosje op de plank. De mier stond op en duwde de deksel stevig dicht. Maar hij hield zijn oor nog wel even tegen het doosje en hoorde muziek en geritsel en gekabbel van golven. En hij dacht zelfs even dat hij de smaak van honing hoorde, maar hij wist niet zeker of dat wel kon.

Hij fronste zijn voorhoofd en stapte weer in bed.

door Toon Tellegen.