Tekenen op Reis

Geplaatst op 24 mei, 2017 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

De studievereniging AnArchi van de TU/e organiseert jaarlijks met hun tekendocent een schetsexcursie. Het bestuur van de vereniging onderkende destijds en onderkend het belang van handschetsen. Het handschetsen is een belangrijke vaardigheid, die in het curriculum van de opleiding niet mag ontbreken. De handschets ligt het dichtst bij de plek waar het idee ontstaat. In dit belang vonden we elkaar en kregen contact. Ik maakte een oriënterend bezoek aan de excursie destijds in Luik en ging mee als begeleider naar Gent(2014). In 2016 tekende we in Brussel. De laatste dag tekende we op de Vossenmarkt. Brussel is de stad van de strips. Ik maakte en tekende een script.

Het is spannend!
Ze was te vroeg opgestaan en had nog zeker een uur over. Gelukkig hadden ze op de Vossenmarkt afgesproken. Zonder de dingen echt te zien, maakte ze een zwerfronde. Soms toch even geraakt door mooie vintage spullen voor haar nieuwe, nog kale huis, maar zonder intentie wat aan te schaffen.
De zon schijnt. Vanonder haar zonnehoedje houdt ze ook de omgeving in de gaten. De tijd verglijdt langzaam. Ze wacht…

TINYBOAT

Geplaatst op 30 november, 2016 in Inspiratie, onderhanden, Portfolio door Alcuin

Luisteren, de vraag horen.
Ik probeerde de vraag te laten rusten, te doen of ik hem niet gehoord, niet begrepen had. De vraag gedroeg zich echter als een zaadje en werd gevoed door mijn bewegingen door het gebied.

Een praktisch bewegen, omdat ik door het gebied trek van mijn huis naar het station. Voldoende om het zaadje te voeden en mijn creativiteit en ervaring aan te spreken.

Ik laat mij vervolgens verleiden om op de zeepkist te klimmen. De enthousiaste geluiden voeden het zaadje.

Op de zeepkist vertel ik over de groen beleving van de Boerhaavelaan, de dikke bomen en de mogelijkheid om tenten te spannen tussen de bomen en zo het gebied op een speelse wijze te beleven.

Ik vertel over de klok die ik mis boven het punt waar de trein stopt en ik vertel over het water, dat in de schaal van de laan klein lijkt, maar eigenlijk goed te gebruiken is voor het experiment met kleine woon- of werkboten. Tijdelijk en dienstbaar aan de gebiedsontwikkeling.

Ik koppel het idee van de boten aan de beweging van Tiny Houses.

Tiny Houses zijn primaire, volwaardige woningen op kleine schaal. Ze worden bewust gebouwd en bewoond vanuit de behoefte een meer eenvoudig leven te leiden, minder gericht op consumeren en met een kleinere ecologische voetafdruk. Bij het ontwerp en de bouw van de kleine woningen wordt slim gebruik gemaakt van ruimte en innovatieve technologieën. Een Tiny House is maximaal 50 m2, idealiter (deels) zelfvoorzienend, van goede kwaliteit en esthetisch gebouwd, functionerend als full-time bewoonde woning.

Ik maak meer ruimte en introduceer ‘Tiny Boat’. Kleine units kunnen net zo goed dienen als kleine werk- of ontmoetingsruimte.

Bij de volgende initiatieventafel werk ik de ideeën door. Met een mock-up visualiseer ik de ruimte die een kleine boot zou innemen en markeer ik de plaats op water. Ik situeer de mock-up aan de private-kant van de waterpartij. Het water blijkt zo’n 11 meter breed.

In de wandeling langs de mock-up wordt de suggestie gedaan van een coffee-boat.

Uit het netwerk komen de eerste geluiden van mensen die ook met het gedachtengoed bezig zijn. Het initiatief lijkt ook goed aan te sluiten op de gemeentelijke beleidslijnen van innoveren & pionieren.

Op naar een vervolgstap!

slideshare-presentatie na de zeepkist

Spin-off

Geplaatst op 29 november, 2016 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

De schetssessie voor de begeleiding van de verbouwing van het basement in Cairo Montenotte vormde de aanleiding voor een vergelijkbaar traject in Amsterdam.

Het appartement op de tweede verdieping in de nabijheid van het Concertgebouw is gedateerd. Het huisnummer heeft twee voordeuren. Achter de ene voordeur zit de bel-etage met kamer en suite. De andere deur leidt naar de bovenwoning, die in twee appartementen is opgedeeld. Vanuit de originele opzet gaat veel oppervlakte verloren aan zgn. verkeersruimte. De uitvoerende partij is al in beeld, bekend en vertrouwd. Het werken in regie is gebruikelijk in deze constructie. Om het goed aan te sturen en vooraf een indicatieve prijsvorming te kunnen maken van de renovatie is er behoefte aan een verbeelding van de aanpassingen. Tekeningen zijn en blijven hierin het meest passende communicatiemiddel. Voor de uitvoering wordt vervolgens een beroep gedaan op het vakmanschap van de uitvoerende werklui. De vastgoedeigenaar kan dan vanuit zijn eigen betrokkenheid en ervaring samen met de vaklui tot het uiteindelijk resultaat komen.

Basement

Geplaatst op 29 november, 2016 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

In de basis was het huis een zomerhuis van een rijke familie uit Genua. De hogere ligging, net tegen de uitlopers van het gebergte van Piemonte maakte het verblijf in de zomer aangenaam. Met de verbeteringen in de infrastructuur is Genua tegenwoordig nog maar zo’n 25 minuten rijden. Sinds kort wordt er vanaf Schiphol ook gevlogen op de kleine luchthaven.

Deze nieuwe bereikbaarheid maakt het interessant om de gebruiksperiode van het zomerhuis op te rekken. Het originele huis is destijds verbouwd met als doelgroep gezinnen met kinderen, die samen op vakantie gaan. Met zijn twintig slaapplaatsen is het huis mogelijk ook interessant voor ander gebruik.
De locatie heeft een prettige balans tussen afgelegen, verstild buitengebied en de leuke klein- stedelijke dynamiek van Cairo Montenotte. In het voor- en najaar is een aanvullend gebruik van het gebouw goed voor te stellen. Met een team op pad voor intensieve werksessies, strategie of beleidsplannen maken, maar ook meer persoonlijke trajecten begeleid door goede trainers of coaches. De potentie van de plek wordt onderkend en herkend.

In een eerste vervolgstap is nu het basement aangepast en veranderd van een opslagruimte tot een meer werkgerelateerde ontmoetings- en presentatieruimte.

Voor het huis kijk op: Il Pavone Reale (The Royal Peacock)

#presentatieruimte #vakantiehuis #familiehuis #Italie

Offline

Geplaatst op 29 november, 2016 in Inspiratie, Perskamer, Portfolio door Alcuin

In het gesprek over de plannen raak ik het spoor bijster. Ik pak mijn schetsrol en begin te tekenen. De maten zijn slechts globaal bekend, maar de typologie is bekend; een parterre woning.

In het duidelijk krijgen van de voorgestelde indeling komen er ook wensen en uitgangspunten langs. Ik breng de punten terug in de dialoog en ondervraag het uitgangspunt. Wat is de belangrijkste functie? Waar verblijf je het meest? Wat is voor jou de waarde van de tuin?
Ligt er een logica in de routing tussen slapen en baden? Hoe vaak zal je zoon hier slapen? Hij krijgt een plek, maar is zijn plek niet groot ten opzichten van de beschikbare meters?

Over de basisschets heen verbeeld ik ook de alternatieven. Natuurlijk moet het voorstel in het werk getoetst worden. Ik ken de situatie niet en werk hier volledig ‘offline’. Er zit uit zijn netwerk al een aannemer of uitvoerende partij aan tafel. Prijsvorming van de plannen is een belangrijke parameter.

‘150 weken SCHATBEWAKERS’

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Stadsgesprekken
In een serie stadsgesprekken zijn we op zoek gegaan naar de ziel van Zoetermeer. “Een beetje filosofisch” was de eerste reactie van mijn collega Schatbewaker, maar uiteindelijk gingen we het wel aan. ‘Ziel’ klinkt al snel als iets metafysisch en ongrijpbaars, maar niets is minder waar. De ziel is een sociale constructie die verbonden is met ruimtelijke elementen. De ziel leeft zowel in de gedachten van bewoners van een stad, als dat ze verankerd ligt in de ruimtelijke elementen zoals gebouwen, monumenten, etc. Is de ziel niet het verbindende element tussen de fysieke en de emotionele aspecten?

Als architect is mijn eerste handeling na de vraagstelling van een ruimtelijk vraagstuk het fysiek bezoeken van de locatie. De Genius Loci, de geest van de plek, gaat voorbij aan de eventueel aanwezige foto’s, tekeningen of kaartmateriaal. De Genius Loci moet gevoeld en ervaren worden. Als een plek een geest heeft waarom zou de stad als grote plek dan geen geest, geen ziel hebben?

Zoetermeer is in belangrijke mate een gemaakte, geplande stad.
Is de gemaakte stad bezield of was de ziel er al en is vanuit die ziel gewerkt? Het lijkt mij dat er gedreven, vol passie, met liefde en zorgvuldigheid gewerkt is aan de opgave. Is het gevraagde tempo van realisatie immers niet alleen vanuit die waarden vol te houden?

Waarom is het belangrijk?
Na het maken van de stad zijn we nu in een andere fase terecht gekomen, die van de geleefde stad. Stedelijk ingrijpen in die geleefde stad kan niet meer alleen door beleidsmakers van bovenaf gebeuren, maar moet samen worden gedaan met de gebruikers van de ruimte. Juist het spanningsveld tussen deze twee perspectieven zorgt voor langdurige stedelijke kwaliteit, voor voeding van de ziel. Het legt de essentie van de stad bloot. Namelijk die kwaliteiten waar bewoners een sterke emotionele verbondenheid mee hebben. Dit zijn bovendien vaak positieve en enthousiasmerende aspecten die trots oproepen. De ziel is dus een grijpbaar middel om tot langdurige kwaliteit te komen. De ziel zorgt voor verbondenheid tussen de stad en haar bewoners. Enerzijds is ze een gezamenlijke beleving. Dit zien we vaak terug. Zo worden sommige plekken bijvoorbeeld gezien als de unieke plekken van de stad. Voorbeelden hiervan zijn plekken, zoals de grachtengordel in Amsterdam, het Vredespaleis in Den Haag of onze eigen Zoetermeerse Dorpsstraat. Ze kenmerken de stad en maken haar uniek en onderscheidend ten opzichte van andere steden. Deze eigenheid zorgt dan ook voor een belangrijke concurrentiepositie. Aan de andere kant is ze een individuele beleving. Net zo goed zijn er veel plekken te noemen die slechts voor één of enkele mensen de ziel van een plek bevatten, die het gevoel van verbondenheid en geborgenheid oproepen. Je eigen huis is vaak één van die plekken, maar ook een oude perenboomgaard komt in aanmerking. Of misschien wel die grote plataan op het buurtpleintje, die mij raakte in zijn beeld van de samenkomst van een organische en een gemaakte structuur.

Op zoek naar de ziel
Kennis en inzicht in de ziel van een stad levert ons informatie op over zowel de bewoners van een stad (wie zijn het, hoe zijn ze, hoe denken ze, hoe en waar voelen ze zich thuis, etc.) en hun stad). Maar hoe zoek je naar de ziel?

Hoe beïnvloedt een plek (huis, straat, wijk, stad) het gedrag, het gevoel en de gedachten van een mens. Of met andere woorden hoe ontstaat de beleving en wat is daarvan het effect?
Het individu is ons uitgangspunt. We kunnen namelijk veel zeggen over hoe een plek zou moeten voelen, maar uiteindelijk kan alleen de gebruiker vertellen hoe het echt voelt en welke gedachten het oproept. Deze zienswijze was ons uitgangspunt bij het organiseren van onze stadsgesprekken met als doel het zicht vanuit het perspectief van de geleefde stad.

We maakte deze keuze toen we met acht oud-stedenbouwers om tafel zaten, dat is de andere kant; de manier waarop professionals, zoals architecten, stedenbouwkundigen, planologen, etc., naar de stad kijken. Dit is wat we noemen het perspectief van de geplande stad. Dit is de ingenieursgedachte over hoe de stad eruit moet zien, het plannen en het beleid om dit uit te voeren en te handhaven. Tussen deze twee perspectieven zit een spanningsveld. Het zijn twee verschillende belevingswerelden, die vanuit een ander schaalniveau naar de stad kijken en er met een andere taal over spreken. Voor een sterke en succesvolle stad zijn beide perspectieven nodig.

In de zoektocht naar de ziel van Zoetermeer onderzoeken we beide perspectieven. Enerzijds de stad met haar fysieke kenmerken, zoals de gebouwen, geuren, geluiden en smaken van de stad. En aan de andere kant gaan we in gesprek met de mensen die in Zoetermeer wonen, de tradities en rituelen die zij hebben en hoe zij de stad beleven.

De eerste serie heeft ons geleerd, dat we voor een meer volledig beeld meer tijd nodig hebben. Vanuit deze les noemen we het vervolg ‘150 weken Schatbewakers’.

SCHATBEWAKERS

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Vuurtorenschool 27.03 | 30.06.2012 De polder voorbij – Zoetermeer 50 jaar groeistad.

Met de expositie werd het zaadje van de Schatbewakers geplant. Na het bezoek aan de expositie ontstond bij mij de vraag: “Is dit nu de jubileumtentoonstelling onze nieuwe stad en haar ontstaan geschiedenis waardig?”. Ik miste de verhalen, de laag onder de primaire registratie van de inhoud. Ik ervaar slechts een reproductie van materiaal dat formeel gearchiveerd moet worden en de foto’s die destijds in de folders en het wervingsmateriaal gebruikt zijn. Bekend materiaal dus. Er moet toch meer materiaal zijn dan dit steeds opnieuw hergebruikte materiaal. Ik veronderstel dat de ontstaansgeschiedenis meer rijkdom in zich bergt; in beeld, in verhalen over het proces en de context waarin de plannen destijds vorm kregen. Mijn eigen ontwerpproces wordt beïnvloed door allerhande factoren; muziek die ik luister, boeken die ik lees, gedichten, dansvoorstellingen, die ik bezoek, exposities, excursies naar steden, bezoeken aan gebouwen en het bestuderen van werk en oplossingen van vergelijkbare ruimtelijke vraagstukken van andere architecten. Ik zie onze stad als een schat. Een bijna volledig gemaakte stad. Bedacht en vol ontwerpkeuzes. Gemaakt in een proces met context; politiek, economisch, ruimtelijk. Architectuur en stedenbouw zijn disciplines met een sterke inbedding van maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. De verschillende decennia zijn bijna volledig te markeren. De toen geldige stedenbouwkundige opvattingen, de architectonische uitwerking zijn terug te vinden in het pallet van de verschillende wijken.

Zo vormde het decor van de krakersrellen (krakersbeweging – tegengaan van woningnood als drijfveer) in Amsterdam in de jaren zeventig de achtergrond bij de planvorming van de wijk Seghwaert. Een aantal van de stedenbouwkundige die aan de stad gewerkt hebben zijn nog aanspreekbaar. Op een gegeven moment zaten we met 8-oud stedenbouwers rond de tafel.
In mijn reactie vind ik Willem Hermans als medestander. Hij werkte midden zeventiger jaren als jonge stedenbouwkundige bij de gemeente Zoetermeer en woont sinds die tijd in Zoetermeer en heeft de ontwikkelingen gevolgd. Natuurlijk zou ik haast zeggen. Naast zijn bureauwerkzaamheden is Willem, altijd in het onderwijs werkzaam geweest. Bij mijn eerste project tijdens de studie op de Academie van Bouwkunst was Willem mijn docent.

De verhalen rond de tafel waren er en kwamen tot leven. Dit was materiaal dat de rijkdom zichtbaar maakte. Aansluitend nodigden we de mannen (?) uit het ‘persoonlijke’ materiaal, dat verzameld werd in het ontwerpproces, de krantenartikelen, de verkennende schetsen en ander materiaal dat in persoonlijke archieven terecht komt nog even niet weg te gooien. Dit omdat de zij allemaal in een fase zitten rond het beëindigen van hun carrière/werkzaam leven. Opruimen en loslaten is een activiteit, die daar vervolgens vaak op volgt.
In het vervolg op het aanraken van de rijkdom maken we de keuze om de gemaakte stad door te koppelen naar de geleefde stad. Het Jaar van de Ruimte 2015 heeft als onderliggende vraag: Wie maakt Nederland? Wij realiseren ons dat de stad niet precies geleefd wordt zoals hij destijds bedacht is. Dat maakt ons nieuwsgierig naar hoe de gemaakte stad nu geleefd wordt.

Het idee ontstaat om in stadsgesprekken de dialoog aan te gaan met de bewoners van onze stad. De afgeleide vraag is immers: Wie maakt de stad?

—–
Winter 2015 – de serie stadsgesprekken is beëindigd. De oogst is opgehaald en er zijn plannen voor de volgende 150 weken Schatbewakers.

279 ‘Het huis van de buurman… ‘

Geplaatst op 17 juni, 2015 in onderhanden, Perskamer, Portfolio door Alcuin

Le borse più piccole sono le migliori erbe.
Gabriel Meurier (In de kleinste zakjes zitten de fijnste kruiden).

Il Pavone Reale, een vakantie villa in Cario Montenotte (Ligura) is destijds aangelegd als buitenverblijf van een Genuaase familie met een hippisch karakter. Naast het grote huis met een inpandige beheerdersappartement maakten de stallen een belangrijk deel uit van het complex. In 2010 is het huis volledig verbouwd en gerenoveerd en geschikt gemaakt als familiehuis.

Om de stallen op een eenvoudige manier bereikbaar te maken met de paardentrailers is een weg aangelegd. De weg wordt ook gebruikt voor het bereiken van het naast gelegen boerderijen complex. Het complex bestaat uit twee boerderijen. Door het overlijden van de oude bewoners staat het complex nu in zijn geheel te koop.

Een bekend gezegde is ‘het huis van de buurman komt maar een keer te koop’. De eigenaar van Il Pavone Reale overweegt daarom de locatie aan te kopen en zelf in ontwikkeling te nemen. Het gebruik van de weg naar het naastgelegen complex is immers van grote invloed op de beleving en de kwaliteit van zijn vakantievilla, die hij ook verhuurd.

Ik maakte een eerste verkenning en deed een globaal onderzoek (wie? wat? waarom?) en werkte een eerste idee uit. De eerste vervolgstap is het krijgen van draagvlak op de richting van het idee bij de locale overheid.

project: 14-279 ‘Het huis van de buurman… ‘

Levenskunstlezing 2015 – Lex Bohlmeijer

Geplaatst op 7 april, 2015 in La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst, Perskamer door Alcuin

Dames en een beetje heren, goedemiddag,
Ik ga een lezing houden, de levenskunstlezing, over de kunst van het luisteren. Mijn naam is Lex Bohlmeijer. Ik ben presentator bij de KRO-NCRV radio en maak programma’s op Radio 4 over klassieke muziek.
Ik hoop dat u mij goed kunt verstaan. Dat is wel een aardig begin voor een lezing over de kunst van het luisteren.

Ik benijd u niet. U kunt zo prachtig zingen. U bent gekomen voor een concert en dan moet u het komende kwartier naar mij en mijn lezing luisteren. En u mag niets doen, u zit daar maar een beetje stil. U bent gedwongen tot passiviteit, en dat is niet eenvoudig in deze tijd van assertiviteit. Het lijkt mij voorwaar geen sinecure. Wij praten graag zelf, dat zijn de momenten waarop we bewijzen dat we bestaan. We maken graag lawaai, vragen voortdurend om aandacht, voor onszelf, en nu mag dat even niet.

Voor mij is dat ook helemaal niet makkelijk. Ik presenteer dagelijks radioprogramma’s waarbij je mensen adresseert zonder ze te kunnen zien. Ik weet niet waar ze zich bevinden, wat ze aan het doen zijn, terwijl ze naar mij luisteren. Ze kunnen mij in ieder geval niet zien, dus ze moeten wel naar mij luisteren, ze hebben niks anders. Nu staart u mij aan. En ik hoop maar dat u niet alleen naar mij kijkt, maar ook naar mij luistert. Maar daar kan ik niet zeker van zijn. Misschien bent u inmiddels al aan het dromen over de zon, of denkt u na over het volgende lied dat u zo moet zingen. Er zijn mensen die mij kennen van de radio en zich op dit moment afvragen “Hé, het beeld rijmt helemaal niet met de stem die ik wel eens hoor”. Er zijn mensen die naar mij toekomen die zeggen “Ik dacht dat u een dikke man was; een oude man met een dikke buik en een baard”. Soms voelt het ook wel zo.

Wat doe je eigenlijk als je luistert? Ik weet het niet, echt niet. Voor mij is het een groot mysterie. Maar ik hou mij er al wel mijn hele leven mee bezig en heb er mijn bestaan zelfs op gevestigd. Dus ik zal een paar van mijn ervaringen met u delen. Het zijn eigenlijk twee verhalen. Ria zei het net al: mijn werk gaat over muziek maken. Maar voor minstens zo’n groot deel is dat luisteren en je oren op zetten. Beroemde dirigenten van professionele, grote symfonieorkesten eisen van de houtblazers dat ze vooral contact moeten blijven houden met de bassen. Van de trompetten wordt verwacht dat ze luisteren naar de violen.

Ik heb het ooit eens meegemaakt in Ierland. Mijn vrouw en ik waren op vakantie en het was, zoals in Ierland altijd het geval is, buitengewoon grijs en droevig, regenachtig weer. Grauw. In één woord: mistroostig. Wij tuften over binnenwegen door het land en kwamen in een dorpje vlakbij een rivier. Het dorpje bestond uit één brede straat, die langzaam afliep naar de rivier en aan weerskanten omringt was met kleine, pastelkleurige huisjes. Het was ochtend en wij snakten naar een kopje koffie. Er waren een paar kroegen open. Uit één kroeg kwam muziek. Daar moeten wij zijn, dachten wij – voor onze troost: een bakkie troost.

Wij gingen naar binnen en namen plaats in de hoek van het café; een donkere kroeg. Langzaam begonnen onze ogen te wennen aan het licht en zagen wij aan de bar zeven oude mensen zitten, gebogen over hun bier. Er was iets aan de hand en wij wisten niet meteen wat. Niemand zei iets. Op een gegeven moment zag ik het. Er zaten niet alleen zeven oude mensen gebogen over hun bier, maar ook één jonge man. Een boerenknecht. Een reusachtige vent. En die zat ernaast, ook over een biertje gebogen, aan de bar. Wat het bijzondere was, was dat hij aan het zingen was. Het was geen bandje dat op stond, of een plaat, nee, er was iemand live aan het zingen. Maar dat zag je niet, omdat die man tussen de mensen aan de bar zat. “Dat is ook raar”, dacht ik. Dan ga je luisteren, kijken, en toen zag ik – en daarom hadden we het niet meteen door – dat het erop leek alsof hij aan het luisteren was. Naar een stem die van diep van binnen kwam of van ver weg en heel oud was. Later heb ik begrepen dat het een Ierse traditie is. De oude folknummers werden zo gezongen dat de zanger met zijn rug naar het publiek zat. Misschien is dat ook iets voor het vervolg straks hier. Ik vond dat zo ontzettend mooi. Het was een zeer weemoedig lied. De man drukte niet alleen dat verdriet uit, maar ook de gedachte “het gaat niet om mij”. “Het gaat om een stem die van elders komt en die veel belangrijker is. Ik maak plaats.” Zo leek het letterlijk te zijn, de man leek plaats te maken voor een andere stem. Ik ben een ruimte die zich laat vullen door een andere stem, door het lied van iemand die ik niet ken. Het vreemde, dat doordringt mij.

Dat opwindende en sacrale ogenblik zal ik nooit vergeten. Ik denk dat het mij zelfs leidt bij het werk dat ik doe, namelijk het interviewen van mensen, voor de radio en daarbuiten. Ik mag in aanwezigheid van mijn voormalige manager bij de radio nu wel verklappen dat je dan een aantal lessen krijgt. Eén daarvan is de volgende. Er zijn heel veel gasten bij mijn radiowerk over de vloer gekomen. Beroemde zangers en musici bijvoorbeeld, die je in het Engels interviewt. Voor de radio is het dan wel zo netjes dat je dat even vertaalt, want als je iemand in zijn of haar ogen kijkt begrijp je veel meer dan wanneer je thuis luistert en aan het afwassen bent, of wat u dan ook aan het doen bent. Dromen van de zon, denken aan het volgende lied, of iets dergelijks. Ik had mij goed voorbereid voor de eerste keer. Dan laat je iemand praten, denkt na over de eerste vraag en dan komt na een minuut dat moment: oh ja, ik moet even vertalen. En toen dacht ik: “Shit, wat heeft ‘ie nou gezegd?” Ah, u lacht. Maar dan breekt dus totale paniek uit. Dat je één witte vlek voor je ogen ziet. Ik had geen idee. Dat is een les die je je leven lang niet meer vergeet. Wat je je dan realiseert is dat je als interviewer en presentator op zo’n moment de luisteraar spéelt. Je verbeeldt iemand die luistert, je doet alsof, terwijl je ondertussen nadenkt over de volgende vraag. Of je vraagt je af of het wel goed gaat, of hoeveel tijd je nog hebt. Ik heb mij vanaf dat moment voorgenomen dat dit mij nooit meer mag overkomen. Daarna heb ik het gelukkig nog heel vaak mogen doen en heb ik inderdaad ontdekt: je kunt zo goed luisteren dat je het na anderhalve minuut kunt samenvatten. Dat is een opwindend moment, als je die hele film wél voor je ogen ziet. Erg mooi.

Ik heb het later ook nog een keer buiten de context van de radio meegemaakt. Ik kreeg de opdracht om een man te interviewen die werkte in de oude meelfabriek in Leiden, De Drie Sleuteltjes. Daar werd vroeger het brood Kingcorn gemaakt. Dat kent u nog. Dat brood dat je als een zak watten in je holle kies stopt. Die fabriek stond leeg en de gemeente wist niet wat ze ermee zou moeten doen. Afbreken, altijd een optie. Als monument bewaren of er appartementen van maken? Ze wisten het niet en tot de gemeente haar beslissing had genomen zat er nog één man in die fabriek. Die mocht daar blijven, tot zijn pensioen. Sam Kukler. Hij zat in een soort souterrain, half onder de grond al, heel symbolisch, in deze gigantische ontmantelde fabriek. Theatergroep Hollandia wilde een voorstelling over die man maken. In die ruimte. Over industrialisatie en arbeiders, er zat een heel verhaal omheen. De bekende acteur Bert Lubbers zou dat spelen en ik moest die man interviewen. Daar zou een tekst uit komen en dat ging Bert dan spelen. Een fantastische opdracht. Dus ik met mij recordertje er naar toe. Hij snapte er niet zoveel van. Een interview, vooruit maar. Ik zat vol goede moed en dacht “Hier komt een verhaal”. Die man werkte al vijftig jaar in een fabriek, wat die allemaal niet meegemaakt heeft. Hij begon te vertellen dat hij begonnen was als zakkenvuller; daarna was hij op de vrachtwagen gekomen. Na vijf minuten zei hij: “Nou, dat was het wel”. Dat was het verhaal van zijn leven. Ja, natuurlijk, hij snapt het nog niet, maar dat komt wel, dacht ik. Dan ga je er op in. Na tien minuten zei hij “Ik weet niet wat ik nog meer moet vertellen”. Toen brak bij mij de paniek uit. Daar gaat mijn project. Het gaat niet goed. Dan ga je aan iemand trekken. Er is toch wel eens iemand overleden in die fabriek? Hoe haal je het in je hoofd zoiets te vragen – je kent die man net een kwartier. Zo rommelde ik door, terwijl het zweet mij echt uitbrak. Maar, op een gegeven moment hoor ik hem zeggen: “En toen ik zat ik op die vrachtwagen, zo gezegd en alles. Dan ging je het Westland in, zogezegd en alles. Naar die bakkertjes en bij hun naar boven, zogezegd en alles.” Ik dacht bij mezelf: “Sukkel, je hebt niet geluisterd naar wat hij zegt, maar naar wat je wilde horen”. Ik heb naar mijn eigen verhaal zitten luisteren. Naar mijn verwachtingen, naar mijn verbeelding, maar niet naar wat hij werkelijk zei. Door die ene zin, waarin hij vijf keer “zogezegd en alles” zei en ik dat opeens hoorde, dacht ik “Luister nou eens”. Toen ben ik nog vijf keer teruggegaan en heeft hij mij zijn hele leven verteld. De prachtige verhalen kwamen toen wel. Daar is een juweel van een kleine voorstelling uitgekomen. Die heette “Kingcorn, of zogezegd en alles”.

Ik zie het ook om mij heen in conversaties. Hoe slecht er eigenlijk geluisterd wordt. Ik ga niet boos doen hoor, u bent allemaal voortreffelijke luisteraars en nog betere zangers, dus het gaat niet zo lang meer duren.

Dat iemand het woord voert en dat anderen dan wachten totdat ze het over kunnen nemen: recepties en verjaardagsfeestjes zijn ideale terreinen om dat te ontdekken. Dat luisteren niet echt luisteren is, maar wachten op je eigen beurt. Met andere woorden: dat je zit te wachten op momenten van stilte, de hapering die gaat komen, de kleine breuk, om dan onmiddellijk in dat gat te springen, in het betoog van een ander, waardoor je kunt ontsnappen. Luisteren is maar al te vaak wachten op het moment dat je zelf weer het woord kunt nemen. Ik denk dat dat anders kan. Ik denk dat het echte luisteren jezelf even opschorten is. Ik kan het niet anders noemen. Het is mijn ervaring als interviewer. Jezelf even uitstellen. Geen nood, dat komt wel weer vanzelf. Het is heel prettig om dat uitstellen te doen. Je hoeft niets te bewijzen. Het heeft zelfs iets verslavends: je maakt plaats, letterlijk, net als die boerenknecht in Ierland. Die maakt plaats voor een ander. Met je hele dikke, vette ego doe je een stapje opzij. Je laat je in bezit nemen door een ander geluid. Letterlijk. Het zijn nieuwe harmonieën, schurende dissonanten. Het is de onuitputtelijke bron, voor mij, van de meeslepende muziek van de stem. Misschien ben ik daarom wel geen goede journalist geworden, maar wel een goede luisteraar, denk ik. Dat heeft mijn leven beslist verrijkt.

Het hoeft geen betoog dat muziek de allerbeste oefening is in deze levenskunst, die wat mij betreft tot het goede leven leidt, of er althans aan bijdraagt. Ik geef u tot slot mijn levensmotto mee. Zoals ik het voor mijzelf samenvat als ik even de weg kwijt ben. Hoe deed je dat ook alweer, het goede leven? Zeker op momenten van dilemma’s. “Ik wil door het leven heen gaan, maar ook dat het leven door mij heen gaat.” En als je leven vertaalt door muziek dan krijg je wat ik u vanmiddag als zangers en als luisteraars toewens. Ik hoop dat u door de muziek heen gaat en dat de muziek door u heen gaat. Ik dank u voor de bereidheid om naar mij te luisteren, al ben ik er nooit helemaal zeker van dat uw eigen dromen niet mooier waren dan mijn woorden.

Lex Bohlmeijer

 

Download de tekst als pdf: Levenskunstlezing 2015.

Leven in cirkels…

Geplaatst op 20 juni, 2014 in Inspiratie door Alcuin

ijsselstroom_small

 

 

 

 

 

April 2013 Op de regio excursie (Bio-SciencePark Leiden) van de BNA tref ik Silvester van Veldhoven. Silvester was in 1981 mijn ‘opvolger’ in mijn stage bij A. Fokke van Duijn. Na de excursie tijdens de borrel vertelt Silvester enthousiast over het onderzoeken van de mogelijke aankoop van een oude stoomwasserij in Zutphen.

Zutphen niet helemaal onbekend terrein. In 2005 gingen we ook nog even de oude Hanzestad in na het bezoek aan het ‘plangebied’ in het kader van de ruimtelijke en financiële studie rond de destijds beoogde vijandige overname van Reesink door onze opdrachtgever. In die periode deed ik de studie Master of Real Estate aan de Amsterdam School of Real Estate (UvA) en de theorie uit de opleiding kreeg met deze opdracht opeens concrete handvaten; preferente aandelen, beschermingsstichting, voorkeursrecht, optieovereenkomst, Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA)

Dat de oude stoomwasserij in Zutphen uit 1911 een industrieel monument is staat buiten kijf. In de oriëntatiefase hebben Silvester en zijn partner Marian contact met BOEi, een expert organisatie in de herontwikkeling van industrieel erfgoed en wordt er gesproken over de oude ijzergieterij van de DRU in Ulft. In 1998 maakte ik samen met Mark Perotti vanuit Architectenbureau Van Manen plannen voor de nieuwbouw van DRU. De presentatie van de plannen was op het fabrieksterrein in Ulft. Voor het oude complex ontwikkelde BOEi destijds de eerste plannen. In een latere fase zoek ik BOEi op als de oude zeepfabriek van Bousquet in Delft op de markt komt.

Juni 2013 We bezoeken de oude stoomwasserij. Er wordt al volop gesloopt. Silvester en ik praten over de benadering van monumentenzorg Zutphen. Op dat moment werk ik aan een restauratie onder het toeziend oog van de dienst monumenten in Amsterdam. De benadering van dit industriële complex lijkt anders. Verbouwingen uit het verleden hebben een gelaagdheid achtergelaten. Die gelaagdheid is in de plannen tot leidraad gemaakt. De plannen vormen daarbij een eigentijdse toevoeging en er is daarbij respect voor de oudere lagen.

Juni 2014 Gelderland TV maakt een 7-delige documentaire over de IJsselstroom. In de tweede deel komen de nieuwe eigenaren van het koelhuis van Reesink aan het woord. Het koelhuis ligt tegenover de IJsselstroom op de andere oever. We bezoeken opnieuw de IJsselstroom en ik verbaas mij over de verbindingen, die ik opeens zie.

Wat vertelt het mij? Hebben de verbindingen betekenis? Is de cirkel al rond?