Kleur bekennen

Geplaatst op 12th april, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Inspiratie, Perskamer door Alcuin

maandag, 12 april 2010, 15:11 – Door: Alcuin Olthof architect | conceptontwikkelaar
De afgelopen maand bezocht ik twee lezingen waar kleur de boventoon voerde. De kennis van kleur een daarmee ook het gebruik van kleur bleek bij mij te latent aanwezig. In beide lezingenreeksen kwam de kracht van kleur naar voren. Waar kracht is kan je door het niet onderkennen van die kracht de plank ook goed misslaan. Het gebruik van kleur in architectuur kan daarmee vergaande gevolgen hebben.

Met de lezing ‘Kleur en Licht’, georganiseerd door SPIN (www.spinrotterdam.nl) ontstond een eerste bewustwording. In de waarneming van kleur zitten een aantal wetmatigheden. Het nabeeld is daar een goed voorbeeld van. Bij het intensief eerst naar een gekleurd vlak kijken ontstaat bij het vervolgens naar een witvlak kijken een vlak in de complementaire kleur; het nabeeld. In de lezing werden vervolgens begrippen als kleurtoon, helderheid, lichtreflectie en verzadiging aangetipt.
In de praktijk ervaren we dat kleur zich afhankelijk gedraagt van het materiaal. De in het werk geschilderde deur lijkt een andere kleur te hebben als de aluminiumbeplating in de zelfde standaard RAL kleur. Voor het eenduidig kunnen duiden van kleur is er het NCS – Het Natural Colour ®© (www.ncskleuren.nl). Het NCS is een logisch kleurnotatie systeem dat voortbouwt op hoe het menselijke wezen daadwerkelijk kleur ziet. Een notatie vertegenwoordigt een specifieke kleur percept en beschrijft de kleur visueel. Het is niet afhankelijk van beperkingen die door pigment, lichtstralen of zenuwsignalen worden veroorzaakt dat tot deze waarneming hebben geleid. Het NCS Educatief Materiaal biedt een unieke kans om met nauwkeurige kleuren /kleurstalen te werken. In een zorgvuldig geplande opeenvolging van interessante processen, leidt het studiemateriaal het oog op om similariteit en verschillen onder kleuren te erkennen. Dit ontwikkelt de vaardigheden die nodig zijn om de eigenschappen van kleuren te schikken, systematisch te beschrijven en te communiceren gebruikend maken van woorden en symbolen waarbij het oog de ‘ sorterende machine ‘ wordt. De nadruk ligt bij het waarnemen van de kleuren en bij het kunnen beschrijven wat je ziet.
In de lezingenreeks werd vervolgens kleur gekoppeld aan licht. Daglicht is opgebouwd uit de verschillende kleuren van het spectrum. Bij kunstlicht kan een keuze gemaakt worden uit een weergave van dat spectrum. Het bijbehorende begrip is kleurtemperatuur. We praten over koud licht of warmlicht. De bijbehorende kleuren zijn blauw en geel. Deze kleuren hebben vervolgens een bijbehorende gevoelswaarde. Luminantie (lux) is de contrastwaarde. De keuze in deze waarde is afhankelijk van de werkzaamheden. Regulier kantoorwerk heeft een waarde tussen de 300-500 lux, precisiewerk gaat naar 1000 lux.
Het derde deel van de reeks ging over daglicht. Daglicht beslaat het volledige spectrum. Zichtbaar licht maar ook ultraviolet en infrarood met zijn warmtewerking. Bij gebouwen vindt de warmte wering het meest effectief aan de buitenzijde van het gebouw plaats. Met screens kan vervolgens de toetreding van daglicht geregeld worden en daarmee het visueel comfort bepaald. Comfort wordt bepaald door de parameters regelbaar en reflectie. Na het geprikkeld worden in deze lezing was de lezing van de BNA-kring Haaglanden een logisch vervolg.
Jan de Boon (www.dewerkplaatsgsb.nl) hielt een inspirerende voordracht over de kleurenleer van Goethe en zijn manier van werken hiermee. Jan de Boon werkt vanuit een antroposofische achtergrond als architect en schilder.
Goethe heeft een uitvoerige kleurenleer ontwikkeld waarbij hij zich onder andere richtte op de betekenis van kleur in bovenzintuiglijke zin. Hij onderzocht waar iedere kleur in de meest elementaire vorm vandaan kwam en stootte op een aantal oerfenomenen die je in de natuur kunt waarnemen. Zo vond hij de oer-polariteit van licht en duister. Deze polariteit vertaalde Goethe weer naar de lichte geelachtige, warme kleuren en de koele kleuren zoals blauw. Wanneer je door middel van kleuren evenwicht wilt scheppen, zul je altijd in deze polariteiten moeten werken.
In zijn werk is Jan de Boon op zoek naar evenwicht en beweging. De manier waarop hij in een ruimte met kleur bezig zijn, heeft te maken met het aanspreken van het denken, voelen en willen van de mens; spreekt dus de hele innerlijke mens aan. Waar het denken en willen vooral door de architectuur worden aangesproken, kan het gebied waar die twee samen komen, het gevoelsgebied, vooral door het ‘kleuren’ worden aangesproken. Hij probeert een ruimte, door middel van kleur, te vullen met een stemming en dat leidt dan tot iets waar je zelf in staat – niet tot iets als een schilderij waar je als toeschouwer naar kunt kijken. De schilderkunst wordt ruimtelijk en in het leven van de mens die van die ruimte gebruik maakt geïntegreerd.
Het proces kan ontstaan omdat hij niet een blik verf met een kleurnummer open trekt maar de kleuren zelf en ter plekke maakt. Dat kunstzinnige proces is eigen aan de gebruikte glaceertechniek die hij gebruikt. Glaceertechniek is een techniek waarbij transparante lagen over elkaar heen worden aanbracht. Iedere laag kan anders zijn, kan bijgesteld worden, biedt ruimte aan verrassende combinaties en geeft een effect van levendigheid. Er ontstaat niet een eenduidige kleur, maar een resultaat van vele nuances, een kleurenwereld. Wie in zo’n ruimte woont, werkt of leeft kan de rijkdom van de kleuropbouw ervaren.
Het levendige zit volgens Jan de Boon in het proces waarin hij tot de kleur komt, maar het resultaat van dit proces brengt in zekere zin ook leven in het gebouw. De kleur vindt weerklank in de mens die in die ruimte leeft. Er ontstaat daadwerkelijk een bepaalde stemming en een kleur die het dagelijks leven omgeeft. Niet opdringerig maar fijn afgestemd met accenten die het leven dynamiek kunnen geven.
Als je kijkt naar de invloed van kleur op het lichaam, blijkt uit onderzoek zelfs dat iedere kleur een ander effect heeft op bijvoorbeeld de hartslag, bloeddruk en ademhaling van de mens.
Dat kleuren onze gevoelswereld beïnvloeden zal voor iedereen herkenbaar zijn: de ene kleur roept immers een ander gevoel op dan de andere kleur. Ben je in een vrolijke bui, dan zal je geneigd zijn vrolijk gekleurde kleren aan te trekken., bijvoorbeeld in gele, oranje of roodachtige tinten. Ben je wat somber, dan zul je eerder geneigd zijn meer terughoudende kleuren te kiezen.
En dan moet ik kleur bekennen. De beide lezingen hebben mij doen realiseren dat kleur belangrijk is en dat ik mij daar onvoldoende van bewust was. Het mooie van bewust worden is dat je niet meer terug kunt. Zeker is dat ik voortaan anders met kleur om zal gaan.
Wordt vervolgd.