Het Huis van de Zintuigen

Geplaatst op 27 juli, 2018 in Inspiratie, Perskamer, Portfolio door Alcuin

Eens, lang geleden leefde er een oude koning die vijf zoons had. De koning was een wijs man en er werd gefluisterd dat hij kon toveren. Zijn toverkracht had hij altijd gebruikt om goede dingen te doen. Het land was dan ook rijk en de mensen leefden er in rust en voorspoed.

Ondanks zijn tovergaven kreeg de koning steeds meer last van ouderdomskwaaltjes. Gelukkig was er altijd de kleine hofnar Pardoes om hem op te vrolijken. Maar op een dag, aan het begin van een barre winter werd de koning echt heel erg ziek. Toen zijn vijf zoons rond zijn bed stonden, sprak hij met zwakke stem: “Mijn zoons, ik voel mijn einde gekomen is. Nu heb ik jullie nooit verteld wie de nieuwe koning moet worden als ik er niet meer ben. Ik hou van jullie alle vijf en ik weet dat jullie een voor een je sterke kanten hebben. Daarom heb ik besloten om… “. Voor hij zijn zin kon afmaken, zakte de koning met een zucht terug in de kussens. Hij was niet meer…

Een paar dagen later zaten de zoons bij elkaar in de troonzaal. “Ik denk dat vader jou had gekozen”: zei de jongste tegen de oudste. Maar die wilde niet. De koning had hem niet aangewezen en hij was bang dat er een vloek op hem zou rusten als hij zomaar koning werd. De andere vier zoons durfden zelf ook niet en onverrichter zake vertrokken zijn naar hun kastelen die verspreid lagen over het land. “We schrijven nog wel”. Ze stuurden hun dienaren naar huis, zodat ze in alle rust konden nadenken. Maar hoe ze ook piekerden, geen van de vijf kwam met een oplossing. Ze werden er allemaal eenzaam en verdrietig van…

Door al die soberheid verloren ze langzaam de talenten die ze daarvoor hadden gehad. De oudste zoon, die vroeger zo goed kno zien dat hij aan de mensen kon zien of ze eerlijk waren, werd blind. Naar wie moest hij nog kijken in z’n lege kasteel? De tweede zoon, die vroeger zo goed kon horen dat hij de gedachten van andere mensen wist, werd doof. D’r was op zijn kasteel alleen nog maar een oude papagaai die altijd hetzelfde zei. De derde zoon die vroeger zo’n fijnproever was dat hij precies wist hoeveel aardbeien er in een taart zaten, verloor zijn smaak. In de lege keuken kauwde hij op ‘n droog stuk brood. De vierde zoon, die zo goed kon ruiken dat hij precies wist wanneer er ergens in het land een geurige bloem openging, verloor zijn reuk. En de vijfde zoon, die zo goed kon voelen dat hij met zijn ogen dicht de kleur van een stof kon vaststellen, verloor zijn tastzin.

Ook met het land ging het steeds slechter en slechter. De mensen misten hun oude koning en omdat er maar geen nieuwe kwam, verpieterde alles. Iedereen was verdrietig en zat met ’n gezicht als een oorwurm te kijken. Na die kwade winter brak het voorjaar aan. De mensen van het land zagen de vrolijke bloemen, bomen en vogeltjes wel, maar ze bleven verdrietig als daarvoor. De enige plek waar het nog gezellig was, was het paleis van de oude koning. Hofnar Pardoes had tijdens de winter de vuren laten branden en alles goed gepoetst. De tuin bloeide en overal hoorde je vogels. Maar als Pardoes uit zijn torenkamertje keek, zag hij dat het land steeds grauwer en grijzer werd. Dat moest veranderen!

Pardoes pakte in de troonzaal de scepter van de oude koning op, kneep zijn ogen stevig dicht en dacht met alle macht aan de koning. Eerst gebeurde er niks, maar opeens streek er een zachte windvlaag door de troonzaal en doemde de oude koning op voor Pardoes z’n gestesoog. “Mijn kleine trouwe hofnar”, zei hij, “Jij moet het land redden. Luister goed!” En Pardoes luisterde of z’n leven ervan afhing. ’n Paar dagen later stond hij voor de poort van het sombere kasteel van de oudste prins. “Ga weg!”, snauwde de prins, “Ik wil niet opgevrolijkt worden”. Maar toen Pardoes had verteld dat hij met een boodschap van de oude koning kwam, mocht hij naar binnen. “De boodschap is, dat u koning wordt als u kunt horen wat ik nu denk” zei Pardoes. Boos sprong de blinde prins op. “Dat kan alleen mijn broer!”, brulde hij. “Juist”, zei Pardoes, “Dus de boodschap is dat u uw broer nodig heeft om een goed koning te kunnen zijn.” “Je hebt gelijk”, zei de prins, “de schellen vallen mij van de ogen.” Vanaf dat moment kon hij weer zien.

Pardoes ging ook de tweed prins vertellen dat hij een boodschap van de koning had. De prins wees op z’n oren en zei keihard: “IK BEN DOOF, SUFFERD!” Snel schreef Pardoes op een stuk papier dat de prins koning mocht worden als hij met z’n ogen kon zien of de mensen eerlijk waren. “DAT KAN ALLEN M’N BROER!” tetterde de prins en Pardoes schreef snel op dat de prins dus alleen samen met zijn broer een goede koning kon zijn. “Ik hoor wat je bedoelt”, zei de prins op normale geluidssterkte. Hij kon weer horen. Bij de derde, de vierde en de vijfde prins ging het al net zo. Ze begrepen allemaal dat ze elkaar nodig hadden om alles te kunnen wat een goede koning moet kunnen. En zo gebeurde er wat de oude koning had gewild: het land werd door vijf wijze koningen geregeerd. De oudste koning keek of alle kooplui die naar het land kwamen wel eerlijke waren. De tweede koning luisterde of de buitenlandse afgezanten wel zeiden wat ze dachten. De derde koning proefde of al het eten en drinken in het land wel zo gezond mogelijk was. De vierde koning rook of de lucht en het water in het land schoon bleven. En de vijfde koning voelt of alles wel lekker zacht en aangenaam voor de mensen bleef.

Uit dank voor het wijze besluit dat de vijf prinsen hadden genomen, bouwde het volk een huis waar de vijf koningen konden regeren. Ze noemden het ‘Het huis met de Vijf Zintuigen’ en gaven het vijf puntdaken: een dak voor elk zintuig. Toevallig werd het huis precies op de plek gebouwd waar je nu de Efteling binnen komt. Maar omdat het allemaal vreselijk lang geleden gebeurd is, zie je nu bij binnenkomst alleen nog maar het dak met de vijf punten. Kijk, een punt voor elk zintuig!

——

Omdat verhalen verteld moeten worden. Ik vertelde het verhaal van het Huis van de Zintuigen. In de Dorpsstraat werken we verder aan het project ‘Efteling in de stad’. In dit project bestuderen we het attractiepark en kijken welke lessen we kunnen leren. Vervolgens brengen we de geleerde lessen in bij de case van de Dorpsstraat Zoetermeer.

Trefwoorden: #beleving, #ervaring, #verblijfsduur, #Dorpsstraat, #poorten, #toegangspoort, #gastvrijheid

#authenticiteit #herkenbaarheid

Hartverhaal

Geplaatst op 27 juli, 2018 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

Hoewel de straat een respectabele leeftijd had voelde zij zich niet oud. Als onderdeel van de historische kern vormde zij het hart van de stad. Tijdens de groei van de stad had ze veel in zichzelf geïnvesteerd om de nieuwe bewoners ook de stedelijke geneugten van een grote stad te kunnen bieden. Bijna ieder pand had wel een kleine of grotere uitbreiding of facelift ondergaan.

Het herhaaldelijke uitstel en de perikelen van het plaatsen van een nieuw hart speelde haar in de kaart en ze voelde dat ze floreerde. Misschien was hierdoor haar houding te opportunistisch en zag ze onvoldoende de slagkracht van een jong, nieuw hart.

Langzaam ging de belangstelling voor haar achteruit. Ja, soms voelde ze zich niet goed en had ze de zondag hard nodig om bij te komen en zich op te maken voor een nieuwe week.

Vaak was de zondag zelfs niet genoeg en ging ze vermoeid de nieuwe week in. Haar humeur werd er ook niet beter op. Ze miste de energie van haar bezoekers.

Het bestuur van de stad speelde met het idee om van het oude en nieuwe hart één hart te maken. Ergens realiseerden zij zich dat dit eigenlijk wel een precaire ingreep was, dus riepen ze de hulp in van specialisten. Zo’n operatie om van twee harten een hart te maken was echter nog niet vaak uitgevoerd. Technisch moest het te doen zijn, was de mening van de chirurgen. Tegelijk werden er allerlei voorbehouden ingebouwd. Misschien zou de uitkomst niet het gewenste resultaat opleveren. Het oude hart was toch wel iets anders als het nieuwe hart en ze lagen eigenlijk ook wel op tegen de moeilijk te overbruggen afstand tussen de twee harten. Technisch misschien een op te lossen probleem, maar hoe zouden de harten zich herstellen na de operatie?

Nu woonde er in de straat een oude man. Geboren in de straat had hij in zijn jonge jaren veel over de wereld gezworven. In de grote steden had hij gezien hoe vitaliteit doorwerkte in het functioneren. Hij zag de mensen die afkwamen op die vitaliteit en graag in die steden verbleven, er geld uitgaven. Hij had daar ook gezien hoe de uitgaven vervolgens weer leidden tot investeringen. Soms kwam hij op plekken waar het misgegaan was en bracht dan zijn ervaringen in, nam risico’s met leuke nieuwe initiatieven. Hij keek daarbij altijd goed naar de mensen, hun verlangens en zag waarbij ze zich goed voelden.

Nu hij ouder was keerde hij terug naar de plek van zijn wortels en begon zijn verhalen van de andere steden te vertellen. Zoals hij ook op andere plekken deed dacht hij na over wat goed zou zijn voor de straat. De man zag vanuit zijn ervaring en met zijn verbeelding mogelijkheden om het oude hart te revitaliseren. Hiervoor moest het gevoel dat het moest concurreren met het jonge hart verdwijnen. Hij vertelde aan ieder die het horen wilde over het unieke van een jonge stad met een oud hart en maakte de vergelijking van het oude hart van de stad met zijn eigen hart, gerafeld, omdat hij stukken van zijn hart met velen gedeeld en uitgewisseld had.

Maar de straat luisterde niet naar de verhalen van de oude man. Ze bleef zich vergelijken met het jonge hart en was jaloers op het geld dat partijen wilden steken in het vitaal houden van het jonge hart. Ze waren niet trots op hun straat en zagen niet meer dat ze met elkaar hun straat de jaren daarvoor vitaal gehouden hadden. Ze vormden geen gezamenlijkheid om zich te verhouden tot het jonge hart en de investerende partijen. Dit had invloed op de sfeer en hoewel niet precies aan te wijzen voelden de consumenten het wel. Ze weken uit naar andere centra, die hun eigen kracht en schoonheid goed bijhielden.

Niet iedereen in de straat zag de schoonheid, het unieke, de kansen en realiseerden zich onvoldoende dat iedereen moest samenwerken om dit weer te laten opbloeien. In een grote stad met veel concurrentie gaat dat namelijk niet vanzelf.

Nu was de oude man al sinds mensen heugenis eigenaar van een oude bakkerij in de straat. Deze bakkerij had hij gebruikt voor zijn experimenten en zijn zoektocht naar zijn eigen eigenheid.

In zijn vurige wens om het oude hart van de jonge stad te revitaliseren en haar unieke karakter onder de aandacht te brengen begon hij het huidige concept van zijn goed lopende winkel te vergelijken met de straat. Hij onderzocht de ervaring van de mensen die in zijn winkel kwamen en genoten van de heerlijkheden die hij presenteerde.

Hij werd zich er van bewust dat zijn winkel eigenlijk een ontmoetingsplek was en dat de mensen er graag verbleven. Dat er verschillende sferen in zijn winkel waren door de verschillende uitbreidingen die gemaakt waren aan de oude bakkerij. Dat de mensen afhankelijk van hun doel een keuze hadden waar ze gingen zitten.

De belangrijkste les die hij echter uit deze reflectie haalde was dat het eigenlijk niet allemaal perfect hoefde te zijn. Iedere keer had hij de winkel proberen af te stemmen op dat wat dan belangrijk was. Waar hij en zijn klanten zich op dat moment goed bij voelden, de goede sfeer gaf. Veranderingen kwamen niet ineens, maar waren steeds kleine stapjes geweest zonder de eigenheid van het geheel te verliezen.

De oude man begon te vertellen over de les die hij uit zijn reflectie had gehaald.

Doen was belangrijk, het goede doen was wenselijk, maar mocht het doen niet in de weg staan. Dit sprak de oude pioniersgeest van de eigenaren en winkeliers aan. Ze sloegen zelf op kleine schaal aan het experimenteren en de dingen die bij de consumenten aansloegen lieten ze bestaan en de andere dingen veranderden ze in een alternatieve of nieuwe optie.

De krant schreef erover en de mensen kwamen kijken, waren nieuwsgierig naar de volgende stap en kwamen hiervoor terug. Hun verblijfsduur werd langer, mensen spraken weer af in de straat en namen plaatst op de terrassen. Onder het genot van… werden verhalen en ervaringen doorverteld. Dit maakte dat ook mensen van verder weg kwamen kijken en de straat, haar schoonheid en unieke karakter leerden kennen. De aandacht deed de straat en daarmee de eigenaren, winkeliers en bewoners opleven. Ze begonnen samen te werken en gezamenlijk te investeren in hun straat in tijd, met middelen en met plezier.

… en de oude man glimlachte en zag dat het goed was.

——

Omdat verhalen verteld moeten worden. Er zijn altijd nieuwe manieren om een verhaal te vertellen en elk nieuw verhaal vergroot onze wereld.

illustratie: fragment uit een kunstwerk van Mariska Mallee | Artshare

Expositie Terrarium: Toekomst van de stad

#storytelling #Dorpsstraat #Schatbewakers @mariska mallee #de reis van de held #archetypen

 

TINYBOAT

Geplaatst op 30 november, 2016 in Inspiratie, onderhanden, Portfolio door Alcuin

Luisteren, de vraag horen.
Ik probeerde de vraag te laten rusten, te doen of ik hem niet gehoord, niet begrepen had. De vraag gedroeg zich echter als een zaadje en werd gevoed door mijn bewegingen door het gebied.

Een praktisch bewegen, omdat ik door het gebied trek van mijn huis naar het station. Voldoende om het zaadje te voeden en mijn creativiteit en ervaring aan te spreken.

Ik laat mij vervolgens verleiden om op de zeepkist te klimmen. De enthousiaste geluiden voeden het zaadje.

Op de zeepkist vertel ik over de groen beleving van de Boerhaavelaan, de dikke bomen en de mogelijkheid om tenten te spannen tussen de bomen en zo het gebied op een speelse wijze te beleven.

Ik vertel over de klok die ik mis boven het punt waar de trein stopt en ik vertel over het water, dat in de schaal van de laan klein lijkt, maar eigenlijk goed te gebruiken is voor het experiment met kleine woon- of werkboten. Tijdelijk en dienstbaar aan de gebiedsontwikkeling.

Ik koppel het idee van de boten aan de beweging van Tiny Houses.

Tiny Houses zijn primaire, volwaardige woningen op kleine schaal. Ze worden bewust gebouwd en bewoond vanuit de behoefte een meer eenvoudig leven te leiden, minder gericht op consumeren en met een kleinere ecologische voetafdruk. Bij het ontwerp en de bouw van de kleine woningen wordt slim gebruik gemaakt van ruimte en innovatieve technologieën. Een Tiny House is maximaal 50 m2, idealiter (deels) zelfvoorzienend, van goede kwaliteit en esthetisch gebouwd, functionerend als full-time bewoonde woning.

Ik maak meer ruimte en introduceer ‘Tiny Boat’. Kleine units kunnen net zo goed dienen als kleine werk- of ontmoetingsruimte.

Bij de volgende initiatieventafel werk ik de ideeën door. Met een mock-up visualiseer ik de ruimte die een kleine boot zou innemen en markeer ik de plaats op water. Ik situeer de mock-up aan de private-kant van de waterpartij. Het water blijkt zo’n 11 meter breed.

In de wandeling langs de mock-up wordt de suggestie gedaan van een coffee-boat.

Uit het netwerk komen de eerste geluiden van mensen die ook met het gedachtengoed bezig zijn. Het initiatief lijkt ook goed aan te sluiten op de gemeentelijke beleidslijnen van innoveren & pionieren.

Op naar een vervolgstap!

slideshare-presentatie na de zeepkist

‘150 weken SCHATBEWAKERS’

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Stadsgesprekken
In een serie stadsgesprekken zijn we op zoek gegaan naar de ziel van Zoetermeer. “Een beetje filosofisch” was de eerste reactie van mijn collega Schatbewaker, maar uiteindelijk gingen we het wel aan. ‘Ziel’ klinkt al snel als iets metafysisch en ongrijpbaars, maar niets is minder waar. De ziel is een sociale constructie die verbonden is met ruimtelijke elementen. De ziel leeft zowel in de gedachten van bewoners van een stad, als dat ze verankerd ligt in de ruimtelijke elementen zoals gebouwen, monumenten, etc. Is de ziel niet het verbindende element tussen de fysieke en de emotionele aspecten?

Als architect is mijn eerste handeling na de vraagstelling van een ruimtelijk vraagstuk het fysiek bezoeken van de locatie. De Genius Loci, de geest van de plek, gaat voorbij aan de eventueel aanwezige foto’s, tekeningen of kaartmateriaal. De Genius Loci moet gevoeld en ervaren worden. Als een plek een geest heeft waarom zou de stad als grote plek dan geen geest, geen ziel hebben?

Zoetermeer is in belangrijke mate een gemaakte, geplande stad.
Is de gemaakte stad bezield of was de ziel er al en is vanuit die ziel gewerkt? Het lijkt mij dat er gedreven, vol passie, met liefde en zorgvuldigheid gewerkt is aan de opgave. Is het gevraagde tempo van realisatie immers niet alleen vanuit die waarden vol te houden?

Waarom is het belangrijk?
Na het maken van de stad zijn we nu in een andere fase terecht gekomen, die van de geleefde stad. Stedelijk ingrijpen in die geleefde stad kan niet meer alleen door beleidsmakers van bovenaf gebeuren, maar moet samen worden gedaan met de gebruikers van de ruimte. Juist het spanningsveld tussen deze twee perspectieven zorgt voor langdurige stedelijke kwaliteit, voor voeding van de ziel. Het legt de essentie van de stad bloot. Namelijk die kwaliteiten waar bewoners een sterke emotionele verbondenheid mee hebben. Dit zijn bovendien vaak positieve en enthousiasmerende aspecten die trots oproepen. De ziel is dus een grijpbaar middel om tot langdurige kwaliteit te komen. De ziel zorgt voor verbondenheid tussen de stad en haar bewoners. Enerzijds is ze een gezamenlijke beleving. Dit zien we vaak terug. Zo worden sommige plekken bijvoorbeeld gezien als de unieke plekken van de stad. Voorbeelden hiervan zijn plekken, zoals de grachtengordel in Amsterdam, het Vredespaleis in Den Haag of onze eigen Zoetermeerse Dorpsstraat. Ze kenmerken de stad en maken haar uniek en onderscheidend ten opzichte van andere steden. Deze eigenheid zorgt dan ook voor een belangrijke concurrentiepositie. Aan de andere kant is ze een individuele beleving. Net zo goed zijn er veel plekken te noemen die slechts voor één of enkele mensen de ziel van een plek bevatten, die het gevoel van verbondenheid en geborgenheid oproepen. Je eigen huis is vaak één van die plekken, maar ook een oude perenboomgaard komt in aanmerking. Of misschien wel die grote plataan op het buurtpleintje, die mij raakte in zijn beeld van de samenkomst van een organische en een gemaakte structuur.

Op zoek naar de ziel
Kennis en inzicht in de ziel van een stad levert ons informatie op over zowel de bewoners van een stad (wie zijn het, hoe zijn ze, hoe denken ze, hoe en waar voelen ze zich thuis, etc.) en hun stad). Maar hoe zoek je naar de ziel?

Hoe beïnvloedt een plek (huis, straat, wijk, stad) het gedrag, het gevoel en de gedachten van een mens. Of met andere woorden hoe ontstaat de beleving en wat is daarvan het effect?
Het individu is ons uitgangspunt. We kunnen namelijk veel zeggen over hoe een plek zou moeten voelen, maar uiteindelijk kan alleen de gebruiker vertellen hoe het echt voelt en welke gedachten het oproept. Deze zienswijze was ons uitgangspunt bij het organiseren van onze stadsgesprekken met als doel het zicht vanuit het perspectief van de geleefde stad.

We maakte deze keuze toen we met acht oud-stedenbouwers om tafel zaten, dat is de andere kant; de manier waarop professionals, zoals architecten, stedenbouwkundigen, planologen, etc., naar de stad kijken. Dit is wat we noemen het perspectief van de geplande stad. Dit is de ingenieursgedachte over hoe de stad eruit moet zien, het plannen en het beleid om dit uit te voeren en te handhaven. Tussen deze twee perspectieven zit een spanningsveld. Het zijn twee verschillende belevingswerelden, die vanuit een ander schaalniveau naar de stad kijken en er met een andere taal over spreken. Voor een sterke en succesvolle stad zijn beide perspectieven nodig.

In de zoektocht naar de ziel van Zoetermeer onderzoeken we beide perspectieven. Enerzijds de stad met haar fysieke kenmerken, zoals de gebouwen, geuren, geluiden en smaken van de stad. En aan de andere kant gaan we in gesprek met de mensen die in Zoetermeer wonen, de tradities en rituelen die zij hebben en hoe zij de stad beleven.

De eerste serie heeft ons geleerd, dat we voor een meer volledig beeld meer tijd nodig hebben. Vanuit deze les noemen we het vervolg ‘150 weken Schatbewakers’.

SCHATBEWAKERS

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Vuurtorenschool 27.03 | 30.06.2012 De polder voorbij – Zoetermeer 50 jaar groeistad.

Met de expositie werd het zaadje van de Schatbewakers geplant. Na het bezoek aan de expositie ontstond bij mij de vraag: “Is dit nu de jubileumtentoonstelling onze nieuwe stad en haar ontstaan geschiedenis waardig?”. Ik miste de verhalen, de laag onder de primaire registratie van de inhoud. Ik ervaar slechts een reproductie van materiaal dat formeel gearchiveerd moet worden en de foto’s die destijds in de folders en het wervingsmateriaal gebruikt zijn. Bekend materiaal dus. Er moet toch meer materiaal zijn dan dit steeds opnieuw hergebruikte materiaal. Ik veronderstel dat de ontstaansgeschiedenis meer rijkdom in zich bergt; in beeld, in verhalen over het proces en de context waarin de plannen destijds vorm kregen. Mijn eigen ontwerpproces wordt beïnvloed door allerhande factoren; muziek die ik luister, boeken die ik lees, gedichten, dansvoorstellingen, die ik bezoek, exposities, excursies naar steden, bezoeken aan gebouwen en het bestuderen van werk en oplossingen van vergelijkbare ruimtelijke vraagstukken van andere architecten. Ik zie onze stad als een schat. Een bijna volledig gemaakte stad. Bedacht en vol ontwerpkeuzes. Gemaakt in een proces met context; politiek, economisch, ruimtelijk. Architectuur en stedenbouw zijn disciplines met een sterke inbedding van maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. De verschillende decennia zijn bijna volledig te markeren. De toen geldige stedenbouwkundige opvattingen, de architectonische uitwerking zijn terug te vinden in het pallet van de verschillende wijken.

Zo vormde het decor van de krakersrellen (krakersbeweging – tegengaan van woningnood als drijfveer) in Amsterdam in de jaren zeventig de achtergrond bij de planvorming van de wijk Seghwaert. Een aantal van de stedenbouwkundige die aan de stad gewerkt hebben zijn nog aanspreekbaar. Op een gegeven moment zaten we met 8-oud stedenbouwers rond de tafel.
In mijn reactie vind ik Willem Hermans als medestander. Hij werkte midden zeventiger jaren als jonge stedenbouwkundige bij de gemeente Zoetermeer en woont sinds die tijd in Zoetermeer en heeft de ontwikkelingen gevolgd. Natuurlijk zou ik haast zeggen. Naast zijn bureauwerkzaamheden is Willem, altijd in het onderwijs werkzaam geweest. Bij mijn eerste project tijdens de studie op de Academie van Bouwkunst was Willem mijn docent.

De verhalen rond de tafel waren er en kwamen tot leven. Dit was materiaal dat de rijkdom zichtbaar maakte. Aansluitend nodigden we de mannen (?) uit het ‘persoonlijke’ materiaal, dat verzameld werd in het ontwerpproces, de krantenartikelen, de verkennende schetsen en ander materiaal dat in persoonlijke archieven terecht komt nog even niet weg te gooien. Dit omdat de zij allemaal in een fase zitten rond het beëindigen van hun carrière/werkzaam leven. Opruimen en loslaten is een activiteit, die daar vervolgens vaak op volgt.
In het vervolg op het aanraken van de rijkdom maken we de keuze om de gemaakte stad door te koppelen naar de geleefde stad. Het Jaar van de Ruimte 2015 heeft als onderliggende vraag: Wie maakt Nederland? Wij realiseren ons dat de stad niet precies geleefd wordt zoals hij destijds bedacht is. Dat maakt ons nieuwsgierig naar hoe de gemaakte stad nu geleefd wordt.

Het idee ontstaat om in stadsgesprekken de dialoog aan te gaan met de bewoners van onze stad. De afgeleide vraag is immers: Wie maakt de stad?

—–
Winter 2015 – de serie stadsgesprekken is beëindigd. De oogst is opgehaald en er zijn plannen voor de volgende 150 weken Schatbewakers.

Zuidplaspolder

Geplaatst op 9 maart, 2014 in Archief, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Uit het archief: Zuidplaspolder

Een nieuwsbrief maakt melding van het starten van de gebiedsontwikkeling Zuidplas.

Dit soort berichten zetten je aan het denken en nodigen uit tot het doen van onderzoek naar kansen. In het archief vind ik de schetsen, die ik ten tijde van de aanloop naar de planvorming maakte voor het bedrijf waar ik toen werkzaam was. Ik herinner mij de levendige discussies en de complexiteit van de gebiedsontwikkeling.

In de folder tref ik de gekozen vier strategieën: toegankelijk maken – verbinden – transformeren – starten. Strategieën die goed aansluiten op de discussies en zienswijzen, die destijds uitgesproken werden.

De eerste belangrijke stappen lijken ondertussen concreet geworden te zijn; een fusie van de gemeenten Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen-Moerkapelle in 2010.

En dan nu het tekenen van een overeenkomst tussen Gebiedsontwikkelingsmaatschappij Zuidplaspolder (een samenwerkingsverband van AM, Amvest, ASR, Heijmans en Woonbron), gemeente Zuidplas, Synchroon, en Thunnissen voor de ontwikkeling van ca. 1.200 woningen in Zevenhuizen-Zuid.

Voor de ontwikkeling van Zevenhuizen-Zuid, waarin de gemeente en marktpartijen allen risicodragend de grondexploitatie per deelplan zullen voeren de oprichting van een entiteit. Deze samenwerking is een nieuwe vorm van de traditionele GEM. Doordat voorafgaand aan een deelplanontwikkeling herverkaveling van gronden plaatsvindt. Daarna worden die gronden pas in de entiteit voor ontwikkeling gebracht.  Door het principe van herverkaveling bouwen alle partijen geleidelijk hun grondpositie af, ongeacht de locatie van hun grond in het plangebied.

BOEKPRESENTATIE

Geplaatst op 11th maart, 2013 in Artikelen, Inspiratie door Alcuin

boekpresentatie

 

 

 

 

 

9 april 2013, 19.30 – 22.00 Plantage Doklaan 8-12, Amsterdam

Ook recent onderzoek (bron: Parool 02 februari 2013) laat zien dat jonge gezinnen vaker in de stad blijven wonen.

Wat kunnen we doen om gezinnen die in de stad willen wonen te helpen? Waar moet de woningplattegrond, de gemeenschappelijke verkeersruimte en de woonomgeving aan voldoen? En waar kunnen we de compromissen die wonen in de stad met zich mee brengt ombuigen tot kansen voor individuele woonwensen van een gezin?

Deze vragen stelden BNA Onderzoek en heren 5 architecten zich. Als een van de vijftien BNA bureaus deed ik onderzoek naar de woonsituatie van gezinnen en hun concrete wensen en heb ik  deze vervolgens bewerkt. Het resultaat in ontwerpoplossingen, aangevuld met achtergrondteksten van Jolanda Keesom en essays van Lia Karsten, Ivan Nio, Han Michel en Bernard en Jante Leupen zijn gebundeld in het boek ‘Nestelen in de stad – appartementen voor gezinnen’.

Op 9 april wordt het boek feestelijk gepresenteerd. Een panel, bestaande uit Marlies Rohmer, Edwin Oostmeijer, Arthur Lippus en een vertegenwoordiger van de gemeente Den Haag reageert op de uitkomsten

Transformatie

Geplaatst op 9 november, 2012 in Portfolio door Alcuin


261 Rouge et Blanc

Transformatie biedt mogelijkheden voor nieuw gebruik van leegstaande kantoorgebouwen. Toch vindt transformatie nog niet op brede schaal plaats, vooral door twijfel over de financiële haalbaarheid en onzekerheid over de kansen en risico’s. De vraagstelling van de opdrachtgever is om naast een ruimtelijke verkenning van de mogelijkheden ook een stichtingskosten- en een DCF (discounted cash-flow)berekening toe te leveren. De opdrachtgever is in haar afweging namelijk primair geïnteresseerd in het verschil in geldstromen tussen kantoren en woningen.

Het Wijnhavengebied is gunstig gelegen ten opzichte van het centrum en de infrastructuur en is bovendien geen monofunctionele kantoorlocatie. Dit is een kans  voor een succesvolle transformatie naar woningen van het kantoorgebouw ‘Rouge et Blanc’.

Samenhangend a.u.b

Geplaatst op 17 oktober, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Perskamer door Alcuin

Nerveuze jazz, Experimenteel toneel, onbegrijpelijke avant-garde kunst. En moderne piepknor natuurlijk… zo begint het artikel in de VK van afgelopen vrijdag. De kunstredactie maakt een aparte bijlage over de betekenis van de kunsten. De kunsten liggen immers onder vuur. Of liever de subsidies voor de kunsten en… de kunst heeft haar verdediging niet op orde.
Architectuur heeft voor mij een hele duidelijke culturele component. Veel inspiratie wordt uit naastgelegen disciplines gehaald. Dus ik voel mij geraakt als over dit soort bezuinigingen gesproken wordt. Overwegingen zijn vaak van economische aard; kosten vs baten. Als de kosten inzichtelijk te maken zijn, zijn de baten dat zeker niet.

De bijlage in de VK maakt het mij wel heel duidelijk Kunst is niet alleen elitair. Kunst is van waarde omdat het kan ontroeren, troosten, verontrusten, je aan het lachen maken, woede kan ontlokken – je genadeloos kan raken. Kunst is van belang!
Ik onderschrijf dat. Je zou het kunnen vergelijken met de rearch-afdeling van het bedrijf Nederland. En ja, er komen ook producten uit die onderzoek en experimenteerfunctie, die in productie genomen worden of tot productie leiden. Of… andere op ideeën brengen. Ook in een bedrijf wordt in de researchafdeling vaak als eerste gesneden. Kun je als bedrijf zonder?

Bij de voorgestelde bezuinigingen is het goed om het gehele speelveld te overzien.
Kunst, creativiteit en cultuur hangen nauw samen en zijn meer dan de optelsom van zichzelf. Ze zijn essentieel voor menselijke, maatschappelijke en economisch ontwikkeling.

Vanuit het vakgebied kijk ik naar de samenhang met de economisch ontwikkeling. Nederland heeft in belangrijke mate een kenniseconomie. In die kenniseconomie heeft de creatieve klasse zoals Florida hem definieert een belangrijke rol. Na het succes van Richard Florida’s boek The rise of the creative class verscheen in 2005 het vervolg; The Flight of The Creative Class. De betekenis van flight is tweeledig, aldus Florida. De creatieve klasse neemt niet alleen een vlucht in omvang, zij slaat ook letterlijk op de vlucht. Namelijk wanneer tolerantie en diversiteit bedreigd worden. Juist de kunstenaar neemt dit soort veranderingen waar en maakt ze onderdeel van zijn werk. Dat maakt kunst moeilijk. Maar dat mag ook, als degene die er moeite voor doet daarvoor wordt beloond. Het heeft een functie.

In de Verenigde Staten is de openheid naar minderheden en buitenstaanders drastisch afgenomen, met als gevolg dat daar de creatieve klasse vertrekt naar meer open landen als Canada of Australië. De creatieve klasse zoekt immers niet alleen een uitdagende baan, maar ook tolerante, levendige communities. Zij is buitengewoon mobiel en bereid te verkassen in de zoektocht naar de ideale sociale, culturele en economische kansen.
Amsterdam met zijn rijke culturele leven staat niet voor niets zo hoog op de ranglijst voor steden met een gewild vestigingsklimaat. De botte bijl waarmee het nieuwe kabinet wil snoeien in de subsidies voor kunst en cultuur heeft in deze context dus een enorme economisch impact. Sterker nog het korten in deze sector heeft ‘verstrekkende gevolgen’ voor de gehele samenleving.
Bezint, eer gij begint!

Troisièmes places

Geplaatst op 7 september, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Perskamer door Alcuin

Mijn maandelijkse weblog op spacemakers.nl

Third places of te wel de derde plaats is een term die gebruikt wordt in het concept van community building. Men maakt hierbij een onderscheid met de twee gebruikelijke sociale omgevingen van thuis en de werkplek. In zijn invloedrijke boek The Great Good Place stelt de auteur Ray Oldenburg (1989, 1991)dat de derde plaatsen van belang zijn voor het maatschappelijk middenveld, democratie, maatschappelijk engagement, en tot vaststelling van een beleving van een gevoel van plaats.
De ” eerste plaats ” is het huis en betreft het privé gebied van mensen . De ” tweede plaats ” is de werkplek – waar mensen het meeste van hun tijd doorbrengen. Derde plaatsen zijn vervolgens de ” ankers ” van het gemeenschappelijk leven; openbare plaatsen. Het zijn de plaatsen, die een bredere en meer creatieve interactie bevorderen en vergemakkelijken. Samenlevingen hebben van oudsher dit soort informele ontmoetingsplaatsen. Ook heden ten dage blijken deze plekken van vitaal belang voor de huidige maatschappelijke behoeften. Oldenburg beschrijft ook de kenmerken van een echte ” derde plaats ” : gratis of goedkoop, eten en drinken zijn niet essentieel,. Wel belangrijk is de toegankelijk, bereikbaarheid/korte loopafstanden en betrokken ‘stamgasten’ – degenen die daar gewoonlijk samenkomen cq. culturele zetting. Verder moet de ambiance uitnodigen en een mate van comfort hebben.

Third Places zijn ook de locaties die in aanmerking komen voor het nieuwe werken. Het nieuwe werken voegt drie essentiële elementen toe aan de kenmerken van Oldenburg: locatie, digitaal en sociaal
1. locatie: door technologische en digitale toepassingen is de vaste werkplek voor de kenniswerker niet meer vanzelfsprekend. Het is namelijk mogelijk om overal te werken: thuis, in een café, sportclub of zelfs op het strand. De hele stad kan dus dienen als kantoor. Waar je gaat werken hangt af van hoe aantrekkelijk of toegankelijk een locatie is.
2. digitaal: laptops, mobiele telefoons, email, applicaties, sociale netwerksites; dus hardware en software. Zonder al deze producten zou het nieuwe werken niet zo’n vlucht hebben kunnen nemen. Programma’s en apparaten waarmee je altijd en overal toegang hebt tot je werk. Deze digitale component is onlosmakelijk verbonden met het nieuwe werken en zou op meer “derde plaatsen” aangeboden kunnen worden.
3. sociaal: door het nieuwe werken komen mensen uit verschillende (beroeps)groepen makkelijker met elkaar in contact. Juist omdat de ontwikkeling van flexibel werken niet alleen voor zelfstandig ondernemers is weggelegd. Ook binnen de overheid en grote organisaties werken de medewerkers steeds flexibeler. Door de nieuwe contacten wordt informatie uitgewisseld, weer nieuwe connecties gelegd en ontstaan er nieuwe samenwerkingsvormen.

Naar zeggen schijnen alle MacDonalds in Frankrijk WiFi aan te bieden. Na drie positieve ervaringen kan ik bij het reizen door Frankrijk de MacDonald als ‘third place’ aanbevelen. Het ouderwetse internetcafé lijkt het niet gehaald te hebben. We hebben hem ook in de grotere plaatsen niet kunnen vinden. Nu kan dat natuurlijk aan onze taalvaardigheid liggen. Zeker ligt het aan de beperkte bekendheid van de accommodaties bij het vragen naar de weg.

Dit is een bekend fenomeen bij gebiedsontwikkeling. Er is een programma, leuke tenten, interessante winkeltjes maar niemand weet het. We hebben het dan eigenlijk over marketing. Bekendheid met het product dat aangeboden wordt en de plaats waar het te vinden. Het hebben van programma is immers nog geen garantie voor het genereren van ‘traffic’. Eerst bij de aanwezigheid van passanten kan het programma onderdeel tot bloei komen.

Als ik in Frankrijk ben verbaas ik mij in die context altijd over dat bijna ieder respectabel dorpje een eigen bakkertje heeft . En dan ook nog een Boulangerie, die zeven dagen in de week vers brood heeft. Ook heeft bijna ieder dorp een eigen Boucherie met een geweldig assortiment aan lokale vleeswaren. Hier lijkt ‘traffic’ geen item. Hoewel… het brood is op het eind van de middag toch ook op. Het kan haast niet anders of de vaste lasten post/huisvestingskosten voor dit soort winkels ontbreekt of is laag. De arbeid (bakken van brood) wordt daarbij bijna direct omgezet in omzet door het verkopen van het brood.

In Aurillac (de hoofdstad van de Cantal) loop ik een winkeltje in waar een kunstenaar zijn werk verkoopt. Ook hier kunnen de huisvestingskosten niet erg drukken op het resultaat. Het oude centrum bevindt zich in het begin van een nieuwe levenscyclus. Vroeger was de stad een handelspunt. De gerechtsbank levert met zijn ambtelijke bezetting nu een basis voor stedelijke activiteiten. De terrassen van de restaurantjes rond het gebouw zijn rond de lunchtijd goed bezet. In het oude centrum is er veel vergane glorie in de vorm van kleine hotels, herbergen, die getuigen van een rijkere tijd. Delen van de nauwe straatjes zijn nog voorzien van terrazzo afwerking en kleuren een nieuwe ambiance. Kunstenaars, galeries en exclusieve winkels pakken de nieuwe levenscyclus op. De lage huisvestingskosten en het alternatieve karakter zijn de drijfveren. Ook hier is bekendheid van dit karakter belangrijk om in de vervolgfase van de levenscyclus te komen. Dus vertel het voort!