Levenskunstlezing 2015 – Lex Bohlmeijer

Geplaatst op 7 april, 2015 in La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst, Perskamer door Alcuin

Dames en een beetje heren, goedemiddag,
Ik ga een lezing houden, de levenskunstlezing, over de kunst van het luisteren. Mijn naam is Lex Bohlmeijer. Ik ben presentator bij de KRO-NCRV radio en maak programma’s op Radio 4 over klassieke muziek.
Ik hoop dat u mij goed kunt verstaan. Dat is wel een aardig begin voor een lezing over de kunst van het luisteren.

Ik benijd u niet. U kunt zo prachtig zingen. U bent gekomen voor een concert en dan moet u het komende kwartier naar mij en mijn lezing luisteren. En u mag niets doen, u zit daar maar een beetje stil. U bent gedwongen tot passiviteit, en dat is niet eenvoudig in deze tijd van assertiviteit. Het lijkt mij voorwaar geen sinecure. Wij praten graag zelf, dat zijn de momenten waarop we bewijzen dat we bestaan. We maken graag lawaai, vragen voortdurend om aandacht, voor onszelf, en nu mag dat even niet.

Voor mij is dat ook helemaal niet makkelijk. Ik presenteer dagelijks radioprogramma’s waarbij je mensen adresseert zonder ze te kunnen zien. Ik weet niet waar ze zich bevinden, wat ze aan het doen zijn, terwijl ze naar mij luisteren. Ze kunnen mij in ieder geval niet zien, dus ze moeten wel naar mij luisteren, ze hebben niks anders. Nu staart u mij aan. En ik hoop maar dat u niet alleen naar mij kijkt, maar ook naar mij luistert. Maar daar kan ik niet zeker van zijn. Misschien bent u inmiddels al aan het dromen over de zon, of denkt u na over het volgende lied dat u zo moet zingen. Er zijn mensen die mij kennen van de radio en zich op dit moment afvragen “Hé, het beeld rijmt helemaal niet met de stem die ik wel eens hoor”. Er zijn mensen die naar mij toekomen die zeggen “Ik dacht dat u een dikke man was; een oude man met een dikke buik en een baard”. Soms voelt het ook wel zo.

Wat doe je eigenlijk als je luistert? Ik weet het niet, echt niet. Voor mij is het een groot mysterie. Maar ik hou mij er al wel mijn hele leven mee bezig en heb er mijn bestaan zelfs op gevestigd. Dus ik zal een paar van mijn ervaringen met u delen. Het zijn eigenlijk twee verhalen. Ria zei het net al: mijn werk gaat over muziek maken. Maar voor minstens zo’n groot deel is dat luisteren en je oren op zetten. Beroemde dirigenten van professionele, grote symfonieorkesten eisen van de houtblazers dat ze vooral contact moeten blijven houden met de bassen. Van de trompetten wordt verwacht dat ze luisteren naar de violen.

Ik heb het ooit eens meegemaakt in Ierland. Mijn vrouw en ik waren op vakantie en het was, zoals in Ierland altijd het geval is, buitengewoon grijs en droevig, regenachtig weer. Grauw. In één woord: mistroostig. Wij tuften over binnenwegen door het land en kwamen in een dorpje vlakbij een rivier. Het dorpje bestond uit één brede straat, die langzaam afliep naar de rivier en aan weerskanten omringt was met kleine, pastelkleurige huisjes. Het was ochtend en wij snakten naar een kopje koffie. Er waren een paar kroegen open. Uit één kroeg kwam muziek. Daar moeten wij zijn, dachten wij – voor onze troost: een bakkie troost.

Wij gingen naar binnen en namen plaats in de hoek van het café; een donkere kroeg. Langzaam begonnen onze ogen te wennen aan het licht en zagen wij aan de bar zeven oude mensen zitten, gebogen over hun bier. Er was iets aan de hand en wij wisten niet meteen wat. Niemand zei iets. Op een gegeven moment zag ik het. Er zaten niet alleen zeven oude mensen gebogen over hun bier, maar ook één jonge man. Een boerenknecht. Een reusachtige vent. En die zat ernaast, ook over een biertje gebogen, aan de bar. Wat het bijzondere was, was dat hij aan het zingen was. Het was geen bandje dat op stond, of een plaat, nee, er was iemand live aan het zingen. Maar dat zag je niet, omdat die man tussen de mensen aan de bar zat. “Dat is ook raar”, dacht ik. Dan ga je luisteren, kijken, en toen zag ik – en daarom hadden we het niet meteen door – dat het erop leek alsof hij aan het luisteren was. Naar een stem die van diep van binnen kwam of van ver weg en heel oud was. Later heb ik begrepen dat het een Ierse traditie is. De oude folknummers werden zo gezongen dat de zanger met zijn rug naar het publiek zat. Misschien is dat ook iets voor het vervolg straks hier. Ik vond dat zo ontzettend mooi. Het was een zeer weemoedig lied. De man drukte niet alleen dat verdriet uit, maar ook de gedachte “het gaat niet om mij”. “Het gaat om een stem die van elders komt en die veel belangrijker is. Ik maak plaats.” Zo leek het letterlijk te zijn, de man leek plaats te maken voor een andere stem. Ik ben een ruimte die zich laat vullen door een andere stem, door het lied van iemand die ik niet ken. Het vreemde, dat doordringt mij.

Dat opwindende en sacrale ogenblik zal ik nooit vergeten. Ik denk dat het mij zelfs leidt bij het werk dat ik doe, namelijk het interviewen van mensen, voor de radio en daarbuiten. Ik mag in aanwezigheid van mijn voormalige manager bij de radio nu wel verklappen dat je dan een aantal lessen krijgt. Eén daarvan is de volgende. Er zijn heel veel gasten bij mijn radiowerk over de vloer gekomen. Beroemde zangers en musici bijvoorbeeld, die je in het Engels interviewt. Voor de radio is het dan wel zo netjes dat je dat even vertaalt, want als je iemand in zijn of haar ogen kijkt begrijp je veel meer dan wanneer je thuis luistert en aan het afwassen bent, of wat u dan ook aan het doen bent. Dromen van de zon, denken aan het volgende lied, of iets dergelijks. Ik had mij goed voorbereid voor de eerste keer. Dan laat je iemand praten, denkt na over de eerste vraag en dan komt na een minuut dat moment: oh ja, ik moet even vertalen. En toen dacht ik: “Shit, wat heeft ‘ie nou gezegd?” Ah, u lacht. Maar dan breekt dus totale paniek uit. Dat je één witte vlek voor je ogen ziet. Ik had geen idee. Dat is een les die je je leven lang niet meer vergeet. Wat je je dan realiseert is dat je als interviewer en presentator op zo’n moment de luisteraar spéelt. Je verbeeldt iemand die luistert, je doet alsof, terwijl je ondertussen nadenkt over de volgende vraag. Of je vraagt je af of het wel goed gaat, of hoeveel tijd je nog hebt. Ik heb mij vanaf dat moment voorgenomen dat dit mij nooit meer mag overkomen. Daarna heb ik het gelukkig nog heel vaak mogen doen en heb ik inderdaad ontdekt: je kunt zo goed luisteren dat je het na anderhalve minuut kunt samenvatten. Dat is een opwindend moment, als je die hele film wél voor je ogen ziet. Erg mooi.

Ik heb het later ook nog een keer buiten de context van de radio meegemaakt. Ik kreeg de opdracht om een man te interviewen die werkte in de oude meelfabriek in Leiden, De Drie Sleuteltjes. Daar werd vroeger het brood Kingcorn gemaakt. Dat kent u nog. Dat brood dat je als een zak watten in je holle kies stopt. Die fabriek stond leeg en de gemeente wist niet wat ze ermee zou moeten doen. Afbreken, altijd een optie. Als monument bewaren of er appartementen van maken? Ze wisten het niet en tot de gemeente haar beslissing had genomen zat er nog één man in die fabriek. Die mocht daar blijven, tot zijn pensioen. Sam Kukler. Hij zat in een soort souterrain, half onder de grond al, heel symbolisch, in deze gigantische ontmantelde fabriek. Theatergroep Hollandia wilde een voorstelling over die man maken. In die ruimte. Over industrialisatie en arbeiders, er zat een heel verhaal omheen. De bekende acteur Bert Lubbers zou dat spelen en ik moest die man interviewen. Daar zou een tekst uit komen en dat ging Bert dan spelen. Een fantastische opdracht. Dus ik met mij recordertje er naar toe. Hij snapte er niet zoveel van. Een interview, vooruit maar. Ik zat vol goede moed en dacht “Hier komt een verhaal”. Die man werkte al vijftig jaar in een fabriek, wat die allemaal niet meegemaakt heeft. Hij begon te vertellen dat hij begonnen was als zakkenvuller; daarna was hij op de vrachtwagen gekomen. Na vijf minuten zei hij: “Nou, dat was het wel”. Dat was het verhaal van zijn leven. Ja, natuurlijk, hij snapt het nog niet, maar dat komt wel, dacht ik. Dan ga je er op in. Na tien minuten zei hij “Ik weet niet wat ik nog meer moet vertellen”. Toen brak bij mij de paniek uit. Daar gaat mijn project. Het gaat niet goed. Dan ga je aan iemand trekken. Er is toch wel eens iemand overleden in die fabriek? Hoe haal je het in je hoofd zoiets te vragen – je kent die man net een kwartier. Zo rommelde ik door, terwijl het zweet mij echt uitbrak. Maar, op een gegeven moment hoor ik hem zeggen: “En toen ik zat ik op die vrachtwagen, zo gezegd en alles. Dan ging je het Westland in, zogezegd en alles. Naar die bakkertjes en bij hun naar boven, zogezegd en alles.” Ik dacht bij mezelf: “Sukkel, je hebt niet geluisterd naar wat hij zegt, maar naar wat je wilde horen”. Ik heb naar mijn eigen verhaal zitten luisteren. Naar mijn verwachtingen, naar mijn verbeelding, maar niet naar wat hij werkelijk zei. Door die ene zin, waarin hij vijf keer “zogezegd en alles” zei en ik dat opeens hoorde, dacht ik “Luister nou eens”. Toen ben ik nog vijf keer teruggegaan en heeft hij mij zijn hele leven verteld. De prachtige verhalen kwamen toen wel. Daar is een juweel van een kleine voorstelling uitgekomen. Die heette “Kingcorn, of zogezegd en alles”.

Ik zie het ook om mij heen in conversaties. Hoe slecht er eigenlijk geluisterd wordt. Ik ga niet boos doen hoor, u bent allemaal voortreffelijke luisteraars en nog betere zangers, dus het gaat niet zo lang meer duren.

Dat iemand het woord voert en dat anderen dan wachten totdat ze het over kunnen nemen: recepties en verjaardagsfeestjes zijn ideale terreinen om dat te ontdekken. Dat luisteren niet echt luisteren is, maar wachten op je eigen beurt. Met andere woorden: dat je zit te wachten op momenten van stilte, de hapering die gaat komen, de kleine breuk, om dan onmiddellijk in dat gat te springen, in het betoog van een ander, waardoor je kunt ontsnappen. Luisteren is maar al te vaak wachten op het moment dat je zelf weer het woord kunt nemen. Ik denk dat dat anders kan. Ik denk dat het echte luisteren jezelf even opschorten is. Ik kan het niet anders noemen. Het is mijn ervaring als interviewer. Jezelf even uitstellen. Geen nood, dat komt wel weer vanzelf. Het is heel prettig om dat uitstellen te doen. Je hoeft niets te bewijzen. Het heeft zelfs iets verslavends: je maakt plaats, letterlijk, net als die boerenknecht in Ierland. Die maakt plaats voor een ander. Met je hele dikke, vette ego doe je een stapje opzij. Je laat je in bezit nemen door een ander geluid. Letterlijk. Het zijn nieuwe harmonieën, schurende dissonanten. Het is de onuitputtelijke bron, voor mij, van de meeslepende muziek van de stem. Misschien ben ik daarom wel geen goede journalist geworden, maar wel een goede luisteraar, denk ik. Dat heeft mijn leven beslist verrijkt.

Het hoeft geen betoog dat muziek de allerbeste oefening is in deze levenskunst, die wat mij betreft tot het goede leven leidt, of er althans aan bijdraagt. Ik geef u tot slot mijn levensmotto mee. Zoals ik het voor mijzelf samenvat als ik even de weg kwijt ben. Hoe deed je dat ook alweer, het goede leven? Zeker op momenten van dilemma’s. “Ik wil door het leven heen gaan, maar ook dat het leven door mij heen gaat.” En als je leven vertaalt door muziek dan krijg je wat ik u vanmiddag als zangers en als luisteraars toewens. Ik hoop dat u door de muziek heen gaat en dat de muziek door u heen gaat. Ik dank u voor de bereidheid om naar mij te luisteren, al ben ik er nooit helemaal zeker van dat uw eigen dromen niet mooier waren dan mijn woorden.

Lex Bohlmeijer

 

Download de tekst als pdf: Levenskunstlezing 2015.

Levenskunstlezing 2014 | Annemiek Schrijver

Geplaatst op 31 maart, 2014 in Artikelen, Inspiratie, La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst door Alcuin

lezing2014_small

 

 

 

 

 

De Levenskunstlezing is een initiatief van La Scuola | academie voor levenskunst. De lezing wordt gehouden rond de Dag van het Leven op 21 maart. De dag waarop we het leven vieren!

Dit jaar werd de vijfde levenskunstlezing verzorgd door Annemiek Schrijver, IKON-programmamaker en schrijver. De titel was ‘Etty Hillesum en de woorden van haar leven’.

Tijdens de oorlogsjaren ontwikkelde Etty zich in een snel tempo van een jonge onzekere afhankelijke vrouw tot een zelfbewust en onafhankelijk denker, vastgelegd in ontelbare brieven. Etty schreef op 20 juni 1942 over het zien van mogelijkheden in een tijd van ongekende, mensonterende beperkingen: ‘Overal bordjes. Ze sluiten voor joden wegen af, wegen, die de vrije natuur ingaan. Maar boven dat ene stukje weg dat ons blijft, daar is de volledige hemel.’ ‘Men kan ons niets doen, men kan ons werkelijk niets doen.’ (…) ‘Ze kunnen me alles afpakken, maar mijn levenskracht pakt niemand me af.’(…) ‘Ik vind het leven mooi en ik voel me vrij.’ Dit zien van mogelijkheden, haar besef van innerlijke vrijheid is tot op de dag van vandaag een inspiratiebron voor velen: hoe geef ik mijn leven vorm ondanks de onmogelijkheden die ik op mijn pad aantref. Etty sprak in haar brieven over een innerlijke bron en ontwikkelde daarmee, zeker voor die tijd, een onorthodox godsbesef als het allerdiepste in haar.

Bij deze een korte samenvatting van de lezing waarin het citaat van Etty, Ik zal Jou helpen God, dat Jij het niet in mij begeeft.’, centraal stond. Annemiek schetste drie gedachten en spitste deze toe tot zeven kernwoorden. Het is fragmentarisch. Ter zijne tijd zal Annemiek een uitgeschreven document aanleveren, maar omdat dat nog even kan duren bij deze al vast de highlights:
  • – Hygiene van de ziel, (zelf)vertrouwen, overgave, heel worden, de mens te worden zoals je bedoeld bent, thuiskomen.
  • – Uiteindelijk in treinwagon naar Auswitsch: ‘De Here is mijn hoog vertrek.’
  • – Route om de mens te worden zoals je bedoeld bent, om je ziel te laten zingen.

Ontgiften, ontschuldigen, onthechten, ontdoen, ontmoeten, ontroeren en ontwaken.

1. Ontgiften We krijgen veel gif binnen. Steeds meer. Hoe worden we schoon? Dubbele betekenis. Franse pastor voor de zwervers Abbee Pierre. Ging de natuur in: ‘Neem tijd om de schoonheid van de wereld te aanschouwen. Men heeft ook de plicht om zich te ontgiften van haar verschrikkingen.’ Schoonheid: muziek! Vraag je af waar je als kind van genoot! Verbind je daarmee, kan tot bezieling leiden! Ontgif je.

2. Ontschuldigen Hoe komen we af van dat schuldgevoel dat ons belemmert heel te worden? Vaak voelen wij ons schuldig, of we beschuldigen een ander. Het is gezond om in de spiegel te kijken en te durven erkennen dat we misschien weleens te kort schieten tegenover anderen, onszelf, en tegenover het verlangen van onze ziel, die zingen wil in liefde en schoonheid. Soefi’s zeggen: ga door de woestijn, het dal van schuld, maar blijf daar niet staan, ga daar niet wonen! Keer terug naar het stralende, ongerepte kind in jou. Ga de mens zien als een unieke expressie van het Goddelijke. En zie God als de Heler die ons verbindt met de essentie van onszelf en van de ander. Ontschuldig je.

3. Onthechten Niet om monniken van ons te maken. Maar in de zin van leeg worden. Voor God. Wij worden nu nog meer dan in Ettys tijd aangespoord om onze begeerten te volgen. Maar daardoor raken we het contact met onze innerlijke stroom kwijt. ‘Eigendom is datgene wat op weg is naar een ander….’ Volk wat het bezittelijk voornaamwoord niet kent. Inplaats van ‘mijn kind’…’ik ben met dit kind.’ Etty en de liefde. Onthecht je.

4. Ontdoen Mannelijk doen…route volgen om een doel te bereiken. Vrouwelijk doen…ontvankelijk voor wat zich aandient. Laat het doen voortkomen uit zijn… ontvankelijk luisteren. -‘Doen door niet te doen…Met niet-doen kan men meester worden.’ (oude Chinese wijsheidsboek Tao Teh Tsing) -Loesje: ‘Ik wil niet weten wat ik laten wil worden…ik wil weten wie ik nu ben.’ -Poeh: ‘Hoe doe je dat…niets?’ ‘Nou, dat is als je op het punt staat om weg te gaan om het te gaan doen, en ze roepen dan naar je: ‘wat ga je doen?’ en je zegt: oh niets… dan ga je het doen….’ Als je niets doet, alleen maar bent, ben je klaar om werkelijk te ontmoeten.

5. Ontmoeten Procrustus: Hij stopte iedereen die hem passeerde in zijn eigen bed, om hem aan te passen aan dit meubel. Te korte benen rekte hij uit, te lange ledematen hakte hij af. We snijden de ander bij of rekken hem op, naar ons beeld. Ont-moeten: wees je bewust van het mysterie van elk mens. Werkelijke vrije aandacht. Essentie op weg naar verlichting. Er bestaat een zen-verhaal over een meesteres die op haar sterfbed was omringd door haar leerlingen. Die vroegen haar tot drie maal toe of ze nog één keer wilde vertellen wat voor haar de essentie was van de weg naar de verlichting die zij was gegaan. En tot drie keer toe antwoordde zij: ‘Aandacht!’ ‘Kun je niet 1 uur met mij waken?’, vroeg Jezus. Nou, Etty wel. Ik zou een nieuw sacrament willen invoeren, het Sacrament van de Aanwezigheid

6. Ontroeren Ontmoeten leidt tot ontroering, je tot in je wezen laten raken. Met ontferming bewogen worden. Afschuwelijk dat we ons leren schamen voor onze tranen van ontroering. Ook humor kan ontroeren. Etty schrijft over Westerbork en de mensen uit ‘de gouden bocht’. (Singel Amsterdam) Etty’s mijmering over een SS-er: “Wanneer zo’n SS-man me dood zou trappen, dan zou ik nog opkijken naar z’n gezicht en me met angstige verbazing en menselijke belangstelling afvragen: Mijn God kerel, wat is er met jou allemaal voor verschrikkelijks in je leven gebeurd, dat je tot zulke dingen komt?” Ontroering neemt je niet mee, maar brengt je bij jezelf.  Ontroering heeft meer te maken met bewustzijnsverruiming dan met sentiment.

7. Ontwaken Dat ontwaken is eigenlijk het doorbreken van het besef dat je altijd al de zee was, het geheel, terwijl je je enkel identificeerde met de golf, met het fragment.

Gedicht ‘Misverstand’ van Hein Stufkens:

Ik was te Cadzand aan het strand
getuige van een misverstand,
toen ik twee golven hoorde spreken
precies voordat ze zouden breken.
De ene riep: ‘Het is gedaan,
wij zullen hier te pletter slaan!’
De ander zei beslist: ‘Welnee,
je bent geen golf, je bent de zee.

De meesten van ons hebben van dit diepe besef van heelheid in hun leven wel eens een voorproefje gekregen: bij voorbeeld tijdens een zonsondergang aan het strand,  bij het luisteren naar muziek, door een helende ontmoeting met een ander, bij het zien van een aangrijpend kunstwerk, tijdens het maken van een wandeling in de natuur, bij een geboorte of aan een sterfbed.

Zulke ervaringen kunnen weer wegebben. Maar ze kunnen wél de aanleiding worden om systematischer te gaan oefenen, en meer ruimte in je leven in te bouwen voor je ziel. En om meer en meer gehoor te geven aan de roep van die innerlijke geliefde, die eindeloos geduldig op jouw thuiskomst wacht. De geliefde die Etty vond, zittend op bagage in die trein naar Auswitsch, met haar bijbeltje en een stukje papier: ‘De Here is mijn hoog vertrek’.

Annemiek kwam na een conservatoriumopleiding, via het presenteren van muziekprogramma’s voor radio 4, bij de omroep terecht. Gaandeweg werden haar programma’s levensbeschouwelijker. Te denken valt aan de televisieprogramma’s Copyright Mens, Alziend Oog, Het Vermoeden en de Nachtzoen. Voor de radio maakt ze op dit moment onder meer de programma’s OBA-live en Musica Religiosa. Ook schreef Annemiek diverse boeken, waaronder Rachab, Verlicht mijn nacht, Mijmeringen van een stadse pelgrim, Ik geloof het wel, en Verlicht en verlost. De laatste twee schreef ze samen met Hein Stufkens. Ze is columniste voor de tijdschriften Bres en Het Vermoeden.

Levenskunstweek

Geplaatst op 20 mei, 2013 in La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst, Perskamer door Alcuin

20130520_chimaera

 

 

 

 

 

De levenskunstweek gaat terug naar de plek waar het idee voor La Scuola | academie voor levenskunst is ontstaan. In het programma van de week wordt het gedachtegoed van de levenskunst verweven in de lokale cultuur en uitgewerkt in mooie werkvormen.

Ik maakte, destijds (2011) een foto van een wijntrofee. Bij nazoeken blijkt dit een oud mythisch monster te zijn. Homerus beschreef het met het hoofd van een leeuw, het lijf van een geit en een slang op de plaats van de staart.

De “Chimera” bewijst de etruskische oorsprong van de stad Arezzo (296 meter boven zeeniveau) en is zonder twijfel één van de bekendste kunstwerken gemaakt door het mysterieuze volk dat afkomstig was uit Lydia. Gelegen langs belangrijke verbindingswegen tussen het noorden en het centrum van Italië, middenin drie prachtige valleien (Casentino – Valdichiana – Valdarno), werd Arezzo, dus sinds de IIIe eeuw voor Christus al een Romeinse gemeente met de naam “Arretium“.

4e Levenskunstlezing – Dag van het Leven

Geplaatst op 29 maart, 2013 in La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst door Alcuin

Levenskunstlezing Dag van het Leven – La Scuola | Academie voor Levenskunst

Over vrijheidspraktijken of

Over innerlijke vrijheid en levenskunst

Uitgesproken door Dick Kleinlugtenbelt op16 maart 2013 in de Synagoge te Delft

Deze lezing heeft een tweetal motto’s:

‘Ik droom over een vorm van kritiek die niet probeert te oordelen, maar die een oeuvre, een idee, een inspiratie om te leven aanreikt’

en

‘Vrijheid vraagt in onze tijd om leiding geven aan jezelf (beheer van jezelf; het oppakken

van de eigen verantwoordelijkheid) en om ethiek (ethos) en vorming’

Ik zal de gedachten die met deze twee motto’s verbonden zijn bespreken aan de hand

van vier vragen:

1. Hoe zien, hoe ervaren we onze vrijheid? (een associatie)

De oude Grieken zien hun vrijheid en de vrijheid van het individu als een ethisch probleem. Vervolgvraag: wanneer problematiseer je je vrijheid als ‘ethos’?

2. Waarom zijn vrijheidspraktijken geen bevrijdingspraktijken? Over de verschillen en overeenkomsten tussen bevrijdings- en vrijheidspraktijken.

3. Om welk soort vrijheid gaat het in vrijheidspraktijken?

4. Hoe kunnen we onze vrijheid in praktijk brengen? Een voorbeelden en aandachtspunten.

We beginnen met een korte associatie oefening:

Hoe zien, hoe ervaren we onze vrijheid? (een associatie met de deelnemers; enkele associaties opvragen en aan het eind van de lezing iedereen laten terugdenken aan zijn/haar associatie: hoe denk je nu over je associatie?)

De associatieoefening: waar denk je aan bij het woord vrijheid? Schrijf op wat er in je opkomt. Een gedachte, een kern, een uitroep, een thema/onderwerp dat voor jou belangrijk is bij vrijheid. Denk er niet te lang over na. Schrijf dat op wat je te binnen schiet, wat intuïtief in je opkomt, in de vorm van één of enkele woorden

De oude Grieken (Socrates en de Romeinse Stoïcijnen: Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius) zien hun vrijheid en de vrijheid van het individu als een ethisch probleem. Ze hadden zorg om de vrijheid.

Alle klassieke filosofische scholen hadden eigen levenskunstoefeningen. De oefeningen beoogden veranderingen tot stand te brengen in de omgang met het eigen leven. De onderwerpen van de oefeningen zijn zeer gevarieerd en betreffen onder meer de beheersing van hartstochten als woede

– een zeer actueel onderwerp –

en liefde, de voorbereiding op de dood, het korte leven, de rol van het noodlot, authentiek leven, grondhoudingen als aandacht, zelfbeheersing en onafhankelijkheid, leefregels, de omgang met pijn, genot en verlies, innerlijke gesteldheid, vrijheid en gemoedsrust.

i

De oefeningen zijn vrijheidspraktijken.

ii

In de oefeningen verrichten de Grieken arbeid aan zichzelf om:

  • zich goed te gedragen
  • de vrijheid naar behoren in praktijk te brengen
  • zichzelf te leren kennen
  • zichzelf vorm te geven en de lusten en hartstochten te beheren, leiding te geven aan zichzelf

Het fundamentele thema is zorg om de vrijheid en geen slaaf te zijn van je lusten en  hartstochten, of ….. (wat zeggen we tegenwoordig) geen slaaf te worden van je werk,van je emoties, van verslavende middelen, van gezondheidsidealen, van (…?…). Dat vraagt om oefening, oefening, … en nog eens oefening! Het bijbehorende ‘geloof’ komt dan vanzelf,   –   wees daarvan verzekerd!’

iii

Waar is het oefenen op gericht? Plutarchus gebruikt de volgende metafoor: ‘Je moet je principes, je waarden zo diep in je laten doordringen dat, wanneer je verlangens en je angsten als blaffende honden wakker worden, de logos als de stem van de meester spreekt die de honden met één bevel koest houdt.’ Je waarde, je principe doet zijn werk zonder dat jij iets doet, je bent de logos, het principe, de waarde geworden of het principe is van jou.

Om wat voor soort vrijheid gaat het? En hoe die vrijheid in praktijk te brengen?

Vrijheidspraktijken zijn geen bevrijdingspraktijken, terwijl ze wel elkaar samenhangen. De kern is als volgt onder woorden te brengen: je kunt je wel bevrijden van je onderdrukte homogevoelens door ze niet langer te onderdrukken, van de terreur van je werkgever door je baan op te zeggen, van je stijfkoppige vrouw waar je op uitgekeken bent door te scheiden, van je strenge opvoeding door ……….. enzovoort.

Maar, dat wil nog niet zeggen dat  je in staat bent om op een goede manier gebruik te maken van de verworven vrijheid. Dit geldt zowel op individueel en op groepsniveau (b.v.  homobeweging, vrouwenemancipatie), als op het niveau van volkeren (b.v. Egypte). In de levenskunst ligt het accent op vrijheidspraktijken, op de positieve vrijheid: het vrij zijn om (…..) en minder op het vrij zijn van (……): de negatieve vrijheid.

Positieve vrijheid (vrij zijn om te kiezen als een vorm van zelfbepaling) is een dialogische vrijheid. In positieve vrijheid ligt opgesloten dat je een sociaal wezen bent, dat je afhankelijk bent. Je houdt in je keuzes rekening met anderen. Negatieve vrijheid verwijst naar het zelf willen beschikken en geen inmenging van anderen dulden. Het heeft te maken met bevrijding, het zich losmaken van. De beide vormen van vrijheid zijn in concrete praktijken steeds met elkaar verweven. Het roept vragen op als: wat is de verhouding tussen negatieve en positieve vrijheid? Hoe zijn ze met elkaar verbonden?

Concluderend kan gesteld worden:

  • Bevrijdingspraktijken stellen niet vast welke vrijheidspraktijken individuen, groepen, volkeren nodig hebben om aanvaardbare vormen van bestaan te ontwikkelen
  • Vrijheidspraktijken zijn meer, ruimer dan bevrijdingspraktijken
  • Bevrijding maakt de weg vrij voor nieuwe machtsverhoudingen die door vrijheidspraktijken onder controle gehouden moeten worden

In onze posttraditionele samenleving kan dit als volgt verwoord worden: Ecce homo: zie de mens daar staat hij, hij heeft zich bevrijd van z’n traditie, de godsdienst, de politieke ideologie, ….. (of iets anders) ……, maar is nog naarstig op zoek  om zijn vrijheid vorm te geven. De vervolgvraag is: Om welke vrijheid gaat het in vrijheidspraktijken?

Ik geef een voorbeeld: Iris Murdoch geeft in ‘The Idea of Perfection’ een treffend voorbeeld van deze innerlijke vrijheid.

iv

Het betreft een moeder met vijandige gevoelens tegenover haar  schoondochter. Ze vindt haar schoondochter ordinair, onbeleefd, brutaal en storend  onvolwassen. Haar zoon is beneden zijn stand getrouwd. Dit beeld van haar schoondochter is een cliché: ‘mijn arme zoon is getrouwd met een vulgaire, onnozele hals.’ Het zijn gedachten. Ze spreekt ze niet uit. Murdoch beschrijft de moeder als een verstandige vrouw met goede bedoelingen. Ze is in staat tot zelfonderzoek en oprechte aandacht voor onderwerpen die haar raken. Ze zegt tegen zichzelf dat ze ouderwets, bekrompen en mogelijk bevooroordeeld en kleingeestig is. Haar zelfonderzoek verandert  geleidelijk haar kijk op haar schoondochter. De moreel getinte innerlijke dialoog leidt tot andere normatieve uitspraken. De schoondochter is niet langer ordinair maar verfrissend eenvoudig, niet brutaal maar spontaan, niet storend onvolwassen maar bekoorlijk jong.

Er zijn allerlei vragen te stellen over dit voorbeeld. Het gaat hier om de opvatting over vrijheid in de innerlijke dialoog van deze moeder.

v

Ze beoefent een denkvrijheid die in dienst staat van een poging om haar beeld van haar schoondochter te onderzoeken en te begrijpen. Het onderzoek krijgt scherpte, omdat het geleid wordt door het morele. De vrouw heeft oprechte aandacht voor haar opvattingen over haar schoondochter. Ze bevrijdt zich van een bevooroordeelde en kleingeestige kijk op haar schoondochter. Via een persoonlijk onderzoek bevrijdt ze zich van dit vastgeroeste beeld. Ze creëert de mogelijkheid om anders te oordelen en te handelen.

Vrijheid is hier een persoonlijke en innerlijke vrijheid. Ze stapt achter haar vastgeroeste beeld weg en verricht in een innerlijke dialoog morele arbeid.

Er is altijd speelruimte tussen de mens en de dingen om hem heen. Murdoch schetst een voorbeeld van die speelruimte. In het voorbeeld ligt die speelruimte tussen het (vrije) denken van de vrouw en haar vastgeroeste opvattingen over haar schoondochter. De  moge  lijkheid om die speelruimte te gebruiken is onder meer afhankelijk van onderlinge machtsverhoudingen, aanwezige belangen, zelfkennis, de sfeer en de omstandigheden. Er is geen sprake van absolute vrijheid. Er is ook geen sprake van niet vrij zijn. Er is een vrije ruimte die relatief en verbonden is met de situatie en de persoon. Het is een innerlijke vrijheid, in relatie tot jezelf. Die vrijheid moet telkens opnieuw bevochten, ontwikkeld worden. Dat vergt inspanning.

Foucault heeft eenzelfde vrijheidsopvatting. Hij spreekt over vrijheidspraktijken. Dat zijn praktijken waarin het individu zichzelf vormt. Het denken geeft iemand de vrijheid om te reflecteren op de vormgeving van zichzelf in relatie tot handelingen, gebeurtenissen, verwachtingen, gevoelens en vastgeroeste oordelen. Dus de oproep luidt: heb de moed je denkvermogen te gebruiken. Vrijheidspraktijken zijn bij Foucault ook verbonden met ethiek. Ethiek is bij Foucault de weloverwogen vorm die vrijheid aanneemt wanneer die vrijheid ontwikkeld wordt door reflectie.”

vi

Innerlijke vrijheid is zo de mogelijkheidsvoorwaarde voor ethiek. De ethiek wordt eigen gemaakt in de zorg voor jezelf, in een innerlijke dialoog. En de vrijheid is een kunnen, een mogelijkheid, een

vermogen dat ontwikkeld kan worden: een zelfbetrekkingsvorm. In de betrekking met jezelf werk je aan jezelf en vorm je jezelf als een ethisch subject. Dit is geen moderne opvatting. Het is een klassieke opvatting die terugkeert in de hedendaagse levenskunst  en vraagt om een eigentijdse invulling. Het is ook geen alledaagse praktijk. Dat was het in de Oudheid ook niet.

Wanneer ga je deze intieme vertrouwensband met je eigen denkvermogen, met je eigen denkvrijheid activeren of herstellen? Foucault verwijst bij het beantwoorden van deze vraag naar de faciliterende rol van droomervaringen Ze herstellen volgens hem de authentieke vrijheidsbeweging in de mens door aan te geven waar de vrijheid op een doodlopend spoor kwam. De verbeeldingskracht van mensen

– die zo belangrijk is bij eigen keuzes in complexe en vastzittende situaties –

is mogelijk in dromen het sterkst aanwezig.

We gaan nog een stapje verder: wat is dat …. een zelfverhouding, een innerlijke vrijheidsruimte?

De zelfverhouding (als een weloverwogen vorm die vrijheid aanneemt als ze ontwikkeld wordt door reflectieve zelfzorg) is

  • een kritische socratische opdracht
  • gebaseerd op een beweging naar binnen, op het beginsel van inkeer tot zichzelf (terugtocht en zelfreflectie) om het zelf te vormen en in eigen beheer te nemen (de socratische vraag is hier: durf je met jezelf te leven?)
  • het leren je te verheugen in jezelf; te vertrouwen op jezelf; de eigen verantwoordelijkheid oppakken; het in bezit nemen van jezelf; het bevriend raken met jezelf
  • een vrije, speelse relatie met jezelf binnen de bestaande sociale en maatschappelijke verhoudingen, binnen de moderne kennissystemen en machtsverhoudingen
  • een praktijk waarin de zelfkennis een belangrijke plaats inneemt
  • een sociale praktijk: door zelfzorg bewijs je zowel jezelf een dienst als je omgeving: er is sprake van een intensivering van de sociale en maatschappelijke relaties
  • niet tegengesteld aan macht. Macht is eerder de voorwaarde en de permanente  uitdaging (provocatie).

 

In de omgang met het zelf probeer je de alledaagse levensvragen het hoofd te bieden. Daar doet de ethiek haar werk.

Hoe kunnen we onze vrijheid in praktijk brengen?

1. Door reflectief gebruik te maken van onze vrijheid, waarbij ethiek de reflectieve vorm is die de vrijheid aanneemt; de ethiek geeft scherpte aan het onderzoek en zorgt voor samenhang en verbinding. Voorbeeld managementteam dat in het vergaderen met elkaar volledig gericht was op de vastgestelde normatieve uitgangspunten voor de productie (het halen van de productieafspraken) waardoor er een cultuur van ‘ieder voor zich’ ontstond (gevoelens van eenzaamheid; isolement). Ethische (zelf)reflectie in enkele morele overleggen leidde toe een verandering: de onderlinge samenwerking werd hersteld, de ‘zwakheden’ konden weer besproken en er ontstond ruimte voor een andere manier van denken over de productie.

2. De vrijheid wordt verbonden met het subject van de zelfzorg en niet met een normatief uitgangspunt, zoals de vrije wil of de autonomie van de mens. De mens vormt zich in de spanning tussen afhankelijkheid en vrijheid. Vrijheid is als praktijk een voortdurende actuele opgave.

3. Vrijheid bestaat alleen in de uitoefening ervan; de mens die zijn vrijheid weet te gebruiken; het openen van een vrije ruimte die de mogelijkheid biedt om anders te denken, om te veranderen

4. Vrijheid/ethiek eigen maken is een lastige opgave: hoe vindt die toe-eigening plaats?

Componenten: articulatie, begrijpen en beoordelen of oefeningscirkel van Foucault: handelen, denken, schrijven: waarheid omzetten in ethos: principes voor het handelen

5. Vrijheid wordt vormgegeven in een esthetiek of in een ethos. Ethos, dit is het principe, het idee, het uitgangspunt van waaruit je werkt, leeft, relaties onderhoudt, enz. Dat ethos kan per levensgebied verschillen. Ethiek is niet alleen een  theorie, het is evenzeer een  praktijk, een wijze waarop je vrijheid in praktijk brengt, een belichaming, een levensstijl. Het punt is de vrijheid in een ethos vorm te geven waardoor je leiding geeft aan jezelf. Bij ethos kun je ondermeer aan het volgende denken: de juiste karaktertrekken, het innerlijke kompas: een leefregel, de kracht van waaruit we leven en werken, de motivatie en het plezier of het fundament van het alledaagse handelen. Centraal staat steeds een ethiek van alledaagse vragen en kwesties.

Ik sluit af met een oproep van Seneca om aan zelfzorg, aan zelfreflectie te doen:

vii

“Woede zal ophouden en (in ieder geval) beter binnen de perken blijven als ze weet dat ze dagelijks voor de rechter moet verschijnen. Is er dan iets voortreffelijker dan deze gewoonte: de hele dag aan een grondig onderzoek onderwerpen? (…) Van deze mogelijkheid maak ik gebruik en dagelijks bepleit ik mijn eigen zaak ten overstaan van mezelf. Wanneer de kandelaar buiten het zicht is weggezet en mijn vrouw, die al vertrouwd is met mijn gewoonte, niets me er zegt, ga ik mijn ganse dag grondig na en haal mij weer voor de geest wat ik gedaan en gezegd heb; niets houd ik voor mijzelf verborgen, niets sla ik over. Want waarom zou ik bang zijn voor een van mijn dwalingen?

Ik kan toch zeggen: ‘Pas op dat je dat niet meer doet; nu vergeef ik het je. (…) In het vervolg moet je niet alleen goed uitkijken of het wel waar is wat je zegt, maar ook of degene tegen wie je het hebt wel tegen de waarheid bestand is; een goed mens is blij met een vermaning, juist de slechtste elementen reageren vol verbittering op wie hen corrigeert.”

Dick Kleinlugtenbelt

Noten

i

Zie onder meer: Piere Hadot (2005) en Paul Rabbow (1954).

ii

Zie onder meer Michel Foucault (1995 en 2011). Vanuit mijn promotie ben ik bezig om deze vrijheidspraktijken te duiden als parrhêsiastische praktijken (vormen van vrijmoedig, openhartig spreken).

iii

Friedrich Nietzsche (1998): blz. 34-35.

iv

Iris Murdoch (1991): Hoofdstuk 1: The Idea of perfection.

v

Iris Murdoch gebruikt het woord innerlijke dialoog niet. Ze spreekt over of poneert een persoonlijke morele binnenwereld tegenover het existentialistisch behaviorisme. Ik gebruik het voorbeeld om de vrijheidsopvatting te expliciteren. Die is aanwezig in het zelfonderzoek. Murdoch spreekt over zelfkritiek.

vi

Paul Rabinow (1997): Hoofdstuk: The Ethics of the Concern for Self as a Practice of Freedom. blz. 284 In de Nederlandse vertaling: Michel Foucault (1995): De ethiek van de zorg voor zichzelf als een vrijheidspraktijk. blz. 88. Het individu maakt zich de leefregels eigen in een morele reflectie die zich als ethos toont.

vii

Lucius Annaeus Seneca (2001): blz. 179

Dag van het Leven

Geplaatst op 8 maart, 2013 in La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst door Alcuin

dagvanhetleven 2013

 

 

 

 

 

Wie de dood ontkent, loopt het gevaar een doelloos leven te leiden. Wanneer je leeft alsof er nooit een einde aan je bestaan zal komen, kom je er maar al te gemakkelijk toe dingen uit te stellen. Je leeft je leven dan als voorbereiding voor morgen of als herinnering van gisteren. Intussen gaat vandaag verloren. Maar als je ervan doordrongen bent dat iedere dag je laatste kan zijn, doe je je best die dag te besteden aan je persoonlijke groei en de waardevolle omgang met anderen.

Voor mij gaat Levenskunst over het proces van bewustwording en zingeving. Mijn eigen kennis maken met het oude gedachtegoed van de levenskunst heeft mij verrijkt.

In de koppeling met de vrijplaats ga ik mijn eigen weg en onderzoek ik voor mijzelf de aanwezige waarden. Ik realiseer mij daarbij steeds opnieuw, dat ik een deel van een groter geheel ben.

Ik wil deze rijkdom graag delen en ga graag met je in gesprek om de ruimte te onderzoeken en te kijken wat het gedachtegoed jou kan bieden.

Rond de Dag van het Leven geeft het Steunpunt Levenskunst een aantal gesprekken cadeau.

Kijk op www.steunpuntlevenskunst.nl