Hartverhaal

Geplaatst op 27 juli, 2018 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

Hoewel de straat een respectabele leeftijd had voelde zij zich niet oud. Als onderdeel van de historische kern vormde zij het hart van de stad. Tijdens de groei van de stad had ze veel in zichzelf geïnvesteerd om de nieuwe bewoners ook de stedelijke geneugten van een grote stad te kunnen bieden. Bijna ieder pand had wel een kleine of grotere uitbreiding of facelift ondergaan.

Het herhaaldelijke uitstel en de perikelen van het plaatsen van een nieuw hart speelde haar in de kaart en ze voelde dat ze floreerde. Misschien was hierdoor haar houding te opportunistisch en zag ze onvoldoende de slagkracht van een jong, nieuw hart.

Langzaam ging de belangstelling voor haar achteruit. Ja, soms voelde ze zich niet goed en had ze de zondag hard nodig om bij te komen en zich op te maken voor een nieuwe week.

Vaak was de zondag zelfs niet genoeg en ging ze vermoeid de nieuwe week in. Haar humeur werd er ook niet beter op. Ze miste de energie van haar bezoekers.

Het bestuur van de stad speelde met het idee om van het oude en nieuwe hart één hart te maken. Ergens realiseerden zij zich dat dit eigenlijk wel een precaire ingreep was, dus riepen ze de hulp in van specialisten. Zo’n operatie om van twee harten een hart te maken was echter nog niet vaak uitgevoerd. Technisch moest het te doen zijn, was de mening van de chirurgen. Tegelijk werden er allerlei voorbehouden ingebouwd. Misschien zou de uitkomst niet het gewenste resultaat opleveren. Het oude hart was toch wel iets anders als het nieuwe hart en ze lagen eigenlijk ook wel op tegen de moeilijk te overbruggen afstand tussen de twee harten. Technisch misschien een op te lossen probleem, maar hoe zouden de harten zich herstellen na de operatie?

Nu woonde er in de straat een oude man. Geboren in de straat had hij in zijn jonge jaren veel over de wereld gezworven. In de grote steden had hij gezien hoe vitaliteit doorwerkte in het functioneren. Hij zag de mensen die afkwamen op die vitaliteit en graag in die steden verbleven, er geld uitgaven. Hij had daar ook gezien hoe de uitgaven vervolgens weer leidden tot investeringen. Soms kwam hij op plekken waar het misgegaan was en bracht dan zijn ervaringen in, nam risico’s met leuke nieuwe initiatieven. Hij keek daarbij altijd goed naar de mensen, hun verlangens en zag waarbij ze zich goed voelden.

Nu hij ouder was keerde hij terug naar de plek van zijn wortels en begon zijn verhalen van de andere steden te vertellen. Zoals hij ook op andere plekken deed dacht hij na over wat goed zou zijn voor de straat. De man zag vanuit zijn ervaring en met zijn verbeelding mogelijkheden om het oude hart te revitaliseren. Hiervoor moest het gevoel dat het moest concurreren met het jonge hart verdwijnen. Hij vertelde aan ieder die het horen wilde over het unieke van een jonge stad met een oud hart en maakte de vergelijking van het oude hart van de stad met zijn eigen hart, gerafeld, omdat hij stukken van zijn hart met velen gedeeld en uitgewisseld had.

Maar de straat luisterde niet naar de verhalen van de oude man. Ze bleef zich vergelijken met het jonge hart en was jaloers op het geld dat partijen wilden steken in het vitaal houden van het jonge hart. Ze waren niet trots op hun straat en zagen niet meer dat ze met elkaar hun straat de jaren daarvoor vitaal gehouden hadden. Ze vormden geen gezamenlijkheid om zich te verhouden tot het jonge hart en de investerende partijen. Dit had invloed op de sfeer en hoewel niet precies aan te wijzen voelden de consumenten het wel. Ze weken uit naar andere centra, die hun eigen kracht en schoonheid goed bijhielden.

Niet iedereen in de straat zag de schoonheid, het unieke, de kansen en realiseerden zich onvoldoende dat iedereen moest samenwerken om dit weer te laten opbloeien. In een grote stad met veel concurrentie gaat dat namelijk niet vanzelf.

Nu was de oude man al sinds mensen heugenis eigenaar van een oude bakkerij in de straat. Deze bakkerij had hij gebruikt voor zijn experimenten en zijn zoektocht naar zijn eigen eigenheid.

In zijn vurige wens om het oude hart van de jonge stad te revitaliseren en haar unieke karakter onder de aandacht te brengen begon hij het huidige concept van zijn goed lopende winkel te vergelijken met de straat. Hij onderzocht de ervaring van de mensen die in zijn winkel kwamen en genoten van de heerlijkheden die hij presenteerde.

Hij werd zich er van bewust dat zijn winkel eigenlijk een ontmoetingsplek was en dat de mensen er graag verbleven. Dat er verschillende sferen in zijn winkel waren door de verschillende uitbreidingen die gemaakt waren aan de oude bakkerij. Dat de mensen afhankelijk van hun doel een keuze hadden waar ze gingen zitten.

De belangrijkste les die hij echter uit deze reflectie haalde was dat het eigenlijk niet allemaal perfect hoefde te zijn. Iedere keer had hij de winkel proberen af te stemmen op dat wat dan belangrijk was. Waar hij en zijn klanten zich op dat moment goed bij voelden, de goede sfeer gaf. Veranderingen kwamen niet ineens, maar waren steeds kleine stapjes geweest zonder de eigenheid van het geheel te verliezen.

De oude man begon te vertellen over de les die hij uit zijn reflectie had gehaald.

Doen was belangrijk, het goede doen was wenselijk, maar mocht het doen niet in de weg staan. Dit sprak de oude pioniersgeest van de eigenaren en winkeliers aan. Ze sloegen zelf op kleine schaal aan het experimenteren en de dingen die bij de consumenten aansloegen lieten ze bestaan en de andere dingen veranderden ze in een alternatieve of nieuwe optie.

De krant schreef erover en de mensen kwamen kijken, waren nieuwsgierig naar de volgende stap en kwamen hiervoor terug. Hun verblijfsduur werd langer, mensen spraken weer af in de straat en namen plaatst op de terrassen. Onder het genot van… werden verhalen en ervaringen doorverteld. Dit maakte dat ook mensen van verder weg kwamen kijken en de straat, haar schoonheid en unieke karakter leerden kennen. De aandacht deed de straat en daarmee de eigenaren, winkeliers en bewoners opleven. Ze begonnen samen te werken en gezamenlijk te investeren in hun straat in tijd, met middelen en met plezier.

… en de oude man glimlachte en zag dat het goed was.

——

Omdat verhalen verteld moeten worden. Er zijn altijd nieuwe manieren om een verhaal te vertellen en elk nieuw verhaal vergroot onze wereld.

illustratie: fragment uit een kunstwerk van Mariska Mallee | Artshare

Expositie Terrarium: Toekomst van de stad

#storytelling #Dorpsstraat #Schatbewakers @mariska mallee #de reis van de held #archetypen

 

SCHATBEWAKERS

Geplaatst op 19 april, 2016 in Artikelen, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Vuurtorenschool 27.03 | 30.06.2012 De polder voorbij – Zoetermeer 50 jaar groeistad.

Met de expositie werd het zaadje van de Schatbewakers geplant. Na het bezoek aan de expositie ontstond bij mij de vraag: “Is dit nu de jubileumtentoonstelling onze nieuwe stad en haar ontstaan geschiedenis waardig?”. Ik miste de verhalen, de laag onder de primaire registratie van de inhoud. Ik ervaar slechts een reproductie van materiaal dat formeel gearchiveerd moet worden en de foto’s die destijds in de folders en het wervingsmateriaal gebruikt zijn. Bekend materiaal dus. Er moet toch meer materiaal zijn dan dit steeds opnieuw hergebruikte materiaal. Ik veronderstel dat de ontstaansgeschiedenis meer rijkdom in zich bergt; in beeld, in verhalen over het proces en de context waarin de plannen destijds vorm kregen. Mijn eigen ontwerpproces wordt beïnvloed door allerhande factoren; muziek die ik luister, boeken die ik lees, gedichten, dansvoorstellingen, die ik bezoek, exposities, excursies naar steden, bezoeken aan gebouwen en het bestuderen van werk en oplossingen van vergelijkbare ruimtelijke vraagstukken van andere architecten. Ik zie onze stad als een schat. Een bijna volledig gemaakte stad. Bedacht en vol ontwerpkeuzes. Gemaakt in een proces met context; politiek, economisch, ruimtelijk. Architectuur en stedenbouw zijn disciplines met een sterke inbedding van maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. De verschillende decennia zijn bijna volledig te markeren. De toen geldige stedenbouwkundige opvattingen, de architectonische uitwerking zijn terug te vinden in het pallet van de verschillende wijken.

Zo vormde het decor van de krakersrellen (krakersbeweging – tegengaan van woningnood als drijfveer) in Amsterdam in de jaren zeventig de achtergrond bij de planvorming van de wijk Seghwaert. Een aantal van de stedenbouwkundige die aan de stad gewerkt hebben zijn nog aanspreekbaar. Op een gegeven moment zaten we met 8-oud stedenbouwers rond de tafel.
In mijn reactie vind ik Willem Hermans als medestander. Hij werkte midden zeventiger jaren als jonge stedenbouwkundige bij de gemeente Zoetermeer en woont sinds die tijd in Zoetermeer en heeft de ontwikkelingen gevolgd. Natuurlijk zou ik haast zeggen. Naast zijn bureauwerkzaamheden is Willem, altijd in het onderwijs werkzaam geweest. Bij mijn eerste project tijdens de studie op de Academie van Bouwkunst was Willem mijn docent.

De verhalen rond de tafel waren er en kwamen tot leven. Dit was materiaal dat de rijkdom zichtbaar maakte. Aansluitend nodigden we de mannen (?) uit het ‘persoonlijke’ materiaal, dat verzameld werd in het ontwerpproces, de krantenartikelen, de verkennende schetsen en ander materiaal dat in persoonlijke archieven terecht komt nog even niet weg te gooien. Dit omdat de zij allemaal in een fase zitten rond het beëindigen van hun carrière/werkzaam leven. Opruimen en loslaten is een activiteit, die daar vervolgens vaak op volgt.
In het vervolg op het aanraken van de rijkdom maken we de keuze om de gemaakte stad door te koppelen naar de geleefde stad. Het Jaar van de Ruimte 2015 heeft als onderliggende vraag: Wie maakt Nederland? Wij realiseren ons dat de stad niet precies geleefd wordt zoals hij destijds bedacht is. Dat maakt ons nieuwsgierig naar hoe de gemaakte stad nu geleefd wordt.

Het idee ontstaat om in stadsgesprekken de dialoog aan te gaan met de bewoners van onze stad. De afgeleide vraag is immers: Wie maakt de stad?

—–
Winter 2015 – de serie stadsgesprekken is beëindigd. De oogst is opgehaald en er zijn plannen voor de volgende 150 weken Schatbewakers.

288 Nabuurschap

Geplaatst op 3 maart, 2016 in Perskamer, Portfolio door Alcuin

Een van de belangrijkste voorbereidingen op een architectonisch ontwerpvraagstuk is het bezoeken van de locatie, het onderzoeken van de geest van de plek; de genius loci.

De vraag had betrekking op een oude boerderij (gemeentelijk monument). Ik fietste er langs en zag een oude man achter een rollator over het erf schuiven. Het raakte mij. De beelden pasten niet bij elkaar.

Een bepaald gevoel van vrijheid dat mensen die op het platteland zijn opgegroeid meteen herkennen. Ruimte om je heen, letterlijk en daardoor ook figuurlijk. Boer zijn, je eigen ritme bepalen afgestemd op het natuurlijke ritme. De boer en zijn grond. Daar is hij de baas en hij luistert alleen naar de natuur.Waar is hier die vrijheid?

Bij het kadastrale nazoeken van de eigendomssituatie blijkt Staatsbosbeheer de gronden opgekocht te hebben voor de aanleg van het bos.

In de levensloop komt je splitsingen tegen en maak je keuzes; linksaf naar een deugdelijke betrekking, rechtsaf voor het avontuur van een eigen boerderij en dan kun je ook nog rechtdoor of omkeren, terugkeren. Heimwee betekent letterlijk het verlangen naar de geboortegrond, naar huis. Doet heimwee je terugkeren?

Heimwee, het gevoel van verlangen naar huis, of algemener gezegd, naar de geborgenheid en de zekerheden van het bekende. Ontstaat het, omdat het niet lukt om de onbekende plek eigen te maken?
Wanneer verandert en huis in een thuis? Wanneer voel je je thuis op een nieuwe plek? Wat als het avontuur is veranderd in hetzelfde leven op een andere, onbekende plek?

UPDATE 27.02
In de gesprekken onderweg (tussenetappe) hebben we het over nabuurschap. Het thema 2015-2016 bij La Scuola | academie voor Levenskunst. Onlangs kreeg ik een verbaasde reactie over een afspraak om vier uur, terwijl om 5 uur de melktijd begint. Het avontuur is misschien niet hetzelfde leven op een andere plek geworden. Eerder ervaarde ik in een overleg bij de gemeente de betrokkenheid en samenhang van de buurt. Wordt juist dit, wat we in het oosten nabuurschap noemen, gemist in het avontuur van de eigen boerderij in een andere omgeving?

Paper Mountains

Geplaatst op 7 februari, 2016 in 25 jaar architect, Artikelen, Perskamer, Portfolio door Alcuin

Afgelopen week verbleef ik opnieuw tussen de ruige pieken en dalen van de bergen van Papier (Paper Mountains).

Het is een succesvolle tocht geweest. Bij aankomst was het basiskamp nog intact. De stategische ligging in de Vallei van de Stilte is destijds goed gekozen. Vanuit het kamp vertrok ik opnieuw richting de glinstering van de glazen torens van de Stad van Smaragd en passeerde daarbij de ruines van de Stad van de Dijkgraaf. Ik had vooraf de keuze gemaakt alleen te willen zijn en mij op de tocht juist door de natuurlijke habitat te laten leiden. De natuur, de stilte… misschien zit daar wel voor een deel het gevoel van succesvol geweest zijn in.

Ondanks de zware tocht, die het worstelen, keuzes maken en loslaten van het papier met zich meebrengt heb ik een heerlijk gevoel van vooruitgang ervaren. Ik heb het gebied nu zo vaak doorkruisd, dat ik de belangrijke punten weet terug te vinden. Die punten omgezet in ervaring vormen op een natuurlijke manier de bagage. De rest wordt nu ervaren als ballast en de volgende stap zal zijn deze kwijt te raken. Loslaten, hiervan is de manier. Ik ben vol vertrouwen dat het gaat lukken.

Illustratie – Op de website van de Belevingswerled maakte ik destijds mijn eigen kaart: ‘Autumn Leaves’. In de tekening bracht ik mijn eigen verhaal aan en benoemde de markante plekken.

Zomerzorg

Geplaatst op 8 januari, 2015 in Inspiratie, onderhanden, Portfolio door Alcuin

zomer 2014 | Zoetermeer is een gemaakte stad. De meeste van de makers hebben op dit moment de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. In het initiatief van de Schatbewakers zijn we geinteresseerd in de verhalen, gebeurtenissen, emoties, herinneringen en reacties op de wereld die de makers van de stad Zoetermeer in hun lijf herbergen. Naast de formeel vastgelegde informatie kan dit een schat aan extra informatie opleveren.

We hebben het gevoel dat wij hiermee dichter bij de ziel van Zoetermeer kunnen komen. Vanuit deze gedachte komen we ook in aanraking met het initiatief van Piet Hekker in de Dorpsstraat. Juist de aanwezigheid van de oude dorpskern onderscheidt Zoetermeer van andere zgn. new towns.

In dit onderscheidende aspect vormen de clusters van Piet een eigentijds bottom-up initiatief. Niet planmatig bedacht en gemaakt, maar afgestemt op mogelijkheden en directe actie.

De pioniersgeest waardoor Zoetermeer groot is geworden wordt hierbij opnieuw aangesproken.

Mijlpalen

Geplaatst op 8 januari, 2015 in 25 jaar architect, Inspiratie, Levenskunst door Alcuin

steenmannetje

 

 

 

 

 

De periode aan het eind van het jaar is er een van stilvallen, terugkijken en vooruitkijken.

De verhuizing naar Casa Futura vormt een nieuwe mijlpaal. Deze markeringen op mijn levenslijn vormen een bonte reeks van punten. Deze punten zijn alleen door terugkijken met elkaar in verbinding te brengen. Er is een diep vertrouwen dat de punten in de toekomst steeds een herkenbaar patroon zullen achterlaten.

Leven in cirkels…

Geplaatst op 20 juni, 2014 in Inspiratie door Alcuin

ijsselstroom_small

 

 

 

 

 

April 2013 Op de regio excursie (Bio-SciencePark Leiden) van de BNA tref ik Silvester van Veldhoven. Silvester was in 1981 mijn ‘opvolger’ in mijn stage bij A. Fokke van Duijn. Na de excursie tijdens de borrel vertelt Silvester enthousiast over het onderzoeken van de mogelijke aankoop van een oude stoomwasserij in Zutphen.

Zutphen niet helemaal onbekend terrein. In 2005 gingen we ook nog even de oude Hanzestad in na het bezoek aan het ‘plangebied’ in het kader van de ruimtelijke en financiële studie rond de destijds beoogde vijandige overname van Reesink door onze opdrachtgever. In die periode deed ik de studie Master of Real Estate aan de Amsterdam School of Real Estate (UvA) en de theorie uit de opleiding kreeg met deze opdracht opeens concrete handvaten; preferente aandelen, beschermingsstichting, voorkeursrecht, optieovereenkomst, Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA)

Dat de oude stoomwasserij in Zutphen uit 1911 een industrieel monument is staat buiten kijf. In de oriëntatiefase hebben Silvester en zijn partner Marian contact met BOEi, een expert organisatie in de herontwikkeling van industrieel erfgoed en wordt er gesproken over de oude ijzergieterij van de DRU in Ulft. In 1998 maakte ik samen met Mark Perotti vanuit Architectenbureau Van Manen plannen voor de nieuwbouw van DRU. De presentatie van de plannen was op het fabrieksterrein in Ulft. Voor het oude complex ontwikkelde BOEi destijds de eerste plannen. In een latere fase zoek ik BOEi op als de oude zeepfabriek van Bousquet in Delft op de markt komt.

Juni 2013 We bezoeken de oude stoomwasserij. Er wordt al volop gesloopt. Silvester en ik praten over de benadering van monumentenzorg Zutphen. Op dat moment werk ik aan een restauratie onder het toeziend oog van de dienst monumenten in Amsterdam. De benadering van dit industriële complex lijkt anders. Verbouwingen uit het verleden hebben een gelaagdheid achtergelaten. Die gelaagdheid is in de plannen tot leidraad gemaakt. De plannen vormen daarbij een eigentijdse toevoeging en er is daarbij respect voor de oudere lagen.

Juni 2014 Gelderland TV maakt een 7-delige documentaire over de IJsselstroom. In de tweede deel komen de nieuwe eigenaren van het koelhuis van Reesink aan het woord. Het koelhuis ligt tegenover de IJsselstroom op de andere oever. We bezoeken opnieuw de IJsselstroom en ik verbaas mij over de verbindingen, die ik opeens zie.

Wat vertelt het mij? Hebben de verbindingen betekenis? Is de cirkel al rond?

Levenskunstlezing 2014 | Annemiek Schrijver

Geplaatst op 31 maart, 2014 in Artikelen, Inspiratie, La Scuola | Academie voor levenskunst, Levenskunst door Alcuin

lezing2014_small

 

 

 

 

 

De Levenskunstlezing is een initiatief van La Scuola | academie voor levenskunst. De lezing wordt gehouden rond de Dag van het Leven op 21 maart. De dag waarop we het leven vieren!

Dit jaar werd de vijfde levenskunstlezing verzorgd door Annemiek Schrijver, IKON-programmamaker en schrijver. De titel was ‘Etty Hillesum en de woorden van haar leven’.

Tijdens de oorlogsjaren ontwikkelde Etty zich in een snel tempo van een jonge onzekere afhankelijke vrouw tot een zelfbewust en onafhankelijk denker, vastgelegd in ontelbare brieven. Etty schreef op 20 juni 1942 over het zien van mogelijkheden in een tijd van ongekende, mensonterende beperkingen: ‘Overal bordjes. Ze sluiten voor joden wegen af, wegen, die de vrije natuur ingaan. Maar boven dat ene stukje weg dat ons blijft, daar is de volledige hemel.’ ‘Men kan ons niets doen, men kan ons werkelijk niets doen.’ (…) ‘Ze kunnen me alles afpakken, maar mijn levenskracht pakt niemand me af.’(…) ‘Ik vind het leven mooi en ik voel me vrij.’ Dit zien van mogelijkheden, haar besef van innerlijke vrijheid is tot op de dag van vandaag een inspiratiebron voor velen: hoe geef ik mijn leven vorm ondanks de onmogelijkheden die ik op mijn pad aantref. Etty sprak in haar brieven over een innerlijke bron en ontwikkelde daarmee, zeker voor die tijd, een onorthodox godsbesef als het allerdiepste in haar.

Bij deze een korte samenvatting van de lezing waarin het citaat van Etty, Ik zal Jou helpen God, dat Jij het niet in mij begeeft.’, centraal stond. Annemiek schetste drie gedachten en spitste deze toe tot zeven kernwoorden. Het is fragmentarisch. Ter zijne tijd zal Annemiek een uitgeschreven document aanleveren, maar omdat dat nog even kan duren bij deze al vast de highlights:
  • – Hygiene van de ziel, (zelf)vertrouwen, overgave, heel worden, de mens te worden zoals je bedoeld bent, thuiskomen.
  • – Uiteindelijk in treinwagon naar Auswitsch: ‘De Here is mijn hoog vertrek.’
  • – Route om de mens te worden zoals je bedoeld bent, om je ziel te laten zingen.

Ontgiften, ontschuldigen, onthechten, ontdoen, ontmoeten, ontroeren en ontwaken.

1. Ontgiften We krijgen veel gif binnen. Steeds meer. Hoe worden we schoon? Dubbele betekenis. Franse pastor voor de zwervers Abbee Pierre. Ging de natuur in: ‘Neem tijd om de schoonheid van de wereld te aanschouwen. Men heeft ook de plicht om zich te ontgiften van haar verschrikkingen.’ Schoonheid: muziek! Vraag je af waar je als kind van genoot! Verbind je daarmee, kan tot bezieling leiden! Ontgif je.

2. Ontschuldigen Hoe komen we af van dat schuldgevoel dat ons belemmert heel te worden? Vaak voelen wij ons schuldig, of we beschuldigen een ander. Het is gezond om in de spiegel te kijken en te durven erkennen dat we misschien weleens te kort schieten tegenover anderen, onszelf, en tegenover het verlangen van onze ziel, die zingen wil in liefde en schoonheid. Soefi’s zeggen: ga door de woestijn, het dal van schuld, maar blijf daar niet staan, ga daar niet wonen! Keer terug naar het stralende, ongerepte kind in jou. Ga de mens zien als een unieke expressie van het Goddelijke. En zie God als de Heler die ons verbindt met de essentie van onszelf en van de ander. Ontschuldig je.

3. Onthechten Niet om monniken van ons te maken. Maar in de zin van leeg worden. Voor God. Wij worden nu nog meer dan in Ettys tijd aangespoord om onze begeerten te volgen. Maar daardoor raken we het contact met onze innerlijke stroom kwijt. ‘Eigendom is datgene wat op weg is naar een ander….’ Volk wat het bezittelijk voornaamwoord niet kent. Inplaats van ‘mijn kind’…’ik ben met dit kind.’ Etty en de liefde. Onthecht je.

4. Ontdoen Mannelijk doen…route volgen om een doel te bereiken. Vrouwelijk doen…ontvankelijk voor wat zich aandient. Laat het doen voortkomen uit zijn… ontvankelijk luisteren. -‘Doen door niet te doen…Met niet-doen kan men meester worden.’ (oude Chinese wijsheidsboek Tao Teh Tsing) -Loesje: ‘Ik wil niet weten wat ik laten wil worden…ik wil weten wie ik nu ben.’ -Poeh: ‘Hoe doe je dat…niets?’ ‘Nou, dat is als je op het punt staat om weg te gaan om het te gaan doen, en ze roepen dan naar je: ‘wat ga je doen?’ en je zegt: oh niets… dan ga je het doen….’ Als je niets doet, alleen maar bent, ben je klaar om werkelijk te ontmoeten.

5. Ontmoeten Procrustus: Hij stopte iedereen die hem passeerde in zijn eigen bed, om hem aan te passen aan dit meubel. Te korte benen rekte hij uit, te lange ledematen hakte hij af. We snijden de ander bij of rekken hem op, naar ons beeld. Ont-moeten: wees je bewust van het mysterie van elk mens. Werkelijke vrije aandacht. Essentie op weg naar verlichting. Er bestaat een zen-verhaal over een meesteres die op haar sterfbed was omringd door haar leerlingen. Die vroegen haar tot drie maal toe of ze nog één keer wilde vertellen wat voor haar de essentie was van de weg naar de verlichting die zij was gegaan. En tot drie keer toe antwoordde zij: ‘Aandacht!’ ‘Kun je niet 1 uur met mij waken?’, vroeg Jezus. Nou, Etty wel. Ik zou een nieuw sacrament willen invoeren, het Sacrament van de Aanwezigheid

6. Ontroeren Ontmoeten leidt tot ontroering, je tot in je wezen laten raken. Met ontferming bewogen worden. Afschuwelijk dat we ons leren schamen voor onze tranen van ontroering. Ook humor kan ontroeren. Etty schrijft over Westerbork en de mensen uit ‘de gouden bocht’. (Singel Amsterdam) Etty’s mijmering over een SS-er: “Wanneer zo’n SS-man me dood zou trappen, dan zou ik nog opkijken naar z’n gezicht en me met angstige verbazing en menselijke belangstelling afvragen: Mijn God kerel, wat is er met jou allemaal voor verschrikkelijks in je leven gebeurd, dat je tot zulke dingen komt?” Ontroering neemt je niet mee, maar brengt je bij jezelf.  Ontroering heeft meer te maken met bewustzijnsverruiming dan met sentiment.

7. Ontwaken Dat ontwaken is eigenlijk het doorbreken van het besef dat je altijd al de zee was, het geheel, terwijl je je enkel identificeerde met de golf, met het fragment.

Gedicht ‘Misverstand’ van Hein Stufkens:

Ik was te Cadzand aan het strand
getuige van een misverstand,
toen ik twee golven hoorde spreken
precies voordat ze zouden breken.
De ene riep: ‘Het is gedaan,
wij zullen hier te pletter slaan!’
De ander zei beslist: ‘Welnee,
je bent geen golf, je bent de zee.

De meesten van ons hebben van dit diepe besef van heelheid in hun leven wel eens een voorproefje gekregen: bij voorbeeld tijdens een zonsondergang aan het strand,  bij het luisteren naar muziek, door een helende ontmoeting met een ander, bij het zien van een aangrijpend kunstwerk, tijdens het maken van een wandeling in de natuur, bij een geboorte of aan een sterfbed.

Zulke ervaringen kunnen weer wegebben. Maar ze kunnen wél de aanleiding worden om systematischer te gaan oefenen, en meer ruimte in je leven in te bouwen voor je ziel. En om meer en meer gehoor te geven aan de roep van die innerlijke geliefde, die eindeloos geduldig op jouw thuiskomst wacht. De geliefde die Etty vond, zittend op bagage in die trein naar Auswitsch, met haar bijbeltje en een stukje papier: ‘De Here is mijn hoog vertrek’.

Annemiek kwam na een conservatoriumopleiding, via het presenteren van muziekprogramma’s voor radio 4, bij de omroep terecht. Gaandeweg werden haar programma’s levensbeschouwelijker. Te denken valt aan de televisieprogramma’s Copyright Mens, Alziend Oog, Het Vermoeden en de Nachtzoen. Voor de radio maakt ze op dit moment onder meer de programma’s OBA-live en Musica Religiosa. Ook schreef Annemiek diverse boeken, waaronder Rachab, Verlicht mijn nacht, Mijmeringen van een stadse pelgrim, Ik geloof het wel, en Verlicht en verlost. De laatste twee schreef ze samen met Hein Stufkens. Ze is columniste voor de tijdschriften Bres en Het Vermoeden.

AGENDAPIECES & OPEN WERKHUIS

Geplaatst op 1 juli, 2013 in 25 jaar architect, dvda 2013, Inspiratie door Alcuin

agenda_small

 

 

 

 

 

Om in deze zomermaanden het maandelijkse Open Werkhuis een leuke extra mee te geven hebben Sally en Julia een zomerexpositie geïnitieerd.  Aanleiding werd gevonden in het Open Huis Architectenbureau op de dag na de langste dag. Op basis van het thema waren de werkboeken en het continue doorlopen van het creatieve proces centraal gezet. In de werkboeken nemen de schetsen een duidelijke plek in. Notities, verkenningen en schetsen worden in de werkboeken chronologisch vastgelegd.

De expositie ‘Agendapieces’ met werk van Willem van den Hoed kreeg zijn naam door de schets gemaakt op een blaadje uit een agenda. Ook hier is het continue aanwezig zijn van het creatieve proces, het mijmeren op papier, de registratie van het zien, het vastleggen van het kijken de drager.

Het kleine compacte formaat van de succesagenda wordt makkelijk meegenomen in de tas of in de jaszak. Een stukje papier voor het maken van de aantekening of een schets is daarmee bovendien altijd voorhanden. Ligt een deel van de kracht van het werkboek in zijn chronologie, bij het gebruik van het papier uit de succesagenda wordt juist de losbladige karakteristiek gebruikt. Bij een geslaagde schets kan de schets uitgenomen worden om vervolgens te worden gefixeerd in een lijst.

In de zomerexpositie worden drie series  en ‘het kroonstuk’ tentoongesteld. Het kroonstuk sluit volledig aan op het thema. Deze schets is gemaakt op een velletje uit de agenda compleet  met maandoverzicht en weekkalender. De tijd, het tijdsbesef begint dan opeens toch sterk mee te doen in het beeld.

In  de meer abstracte ‘zilverserie’ maakt de karakteristieke perforatie van de agenda de blaadjes herkenbaar. Dat er van de agenda blijkbaar een uitvoering als blanco blaadje bestaat maakt duidelijk dat er hier blijkbaar behoefte aan was. Om het compact en overzichtelijk te houden werd de agenda blijkbaar  ‘opgedikt’.

De serie ‘traveling’ sluit mooi aan op de vakantiereizen die in deze periode gemaakt worden.  De schetsen zijn een realistische weergave van de manier van kijken van de auteur.

De derde serie is een serie van architectonische metaforen. Het verhaal zit hier verborgen in de schets. In hun kleurrijke uitwerking zijn ze uitnodigend om een zoektocht te starten. Hierin sluiten ze weer op een mooie manier aan op de vakantieperiode waarin we erop uit trekken en nieuwe dingen bezoeken.

 

Julia, omdat mooie dingen een naam hebben… Julia is de naam van ons werkhuis, dat we voor dat de tweeling in beeld was HOUSE_IV noemde. In mijn portfolio was het ontwerp van mijn eigen woon-werkhuis, het vierde particuliere huis dat ik ontwierp.

Sally is de eeneiige tweeling zus van Julia. Sally houdt zich vooral bezig met de ‘sales’, de verkoopactiviteiten (zie Julianalaan23.nl) van het woon-werkhuis.

SPOREN vinden, zoeken of maken?

Geplaatst op 11th mei, 2013 in Archief, Inspiratie, Portfolio door Alcuin

Uit het archief: Themakrant Open Ateliers ‘95

In een verlaten bergachtig gebied loop ik rond en stuit op een regelmatig, doorlopend vlak gedeelte. Is dit een pad? Jawel, dit moet een pad zijn of anders vroeger geweest zijn, ik zie hier en daar, verscholen onder de begroeiing delen van een wand met gestapelde stenen. Die stenen zijn niet zomaar op elkaar terecht gekomen, ze zijn gestapeld door mensenhanden. Mensen hebben hier ooit een pad gemaakt en hebben om het te beschermen muurtjes van stenen gestapeld.

In zo’n beschrijving zitten op al verschillende aanleidingen die in een verhaal over ‘sporen’ thuishoren. Ik tref iets aan dat op een pad lijkt, kijk nog beter rond en zie de gestapelde muurtjes en neem nu aan dat mijn vermoeden juist was: een pad. Dus aangelegd door mensen. Maar nu komen de vragen. Wie, welke mensen zullen het hebben aangelegd? Wanneer deden ze dat? Waar leidde het heen? Was het alleen geschikt voor voetgangers – herder met zijn kudde – of kon er ook een kar overheen?

Sporen in de meest algemene betekeneis zijn tekens, tekens van aanwezigheid. Scherper: tekens van wat aanwezig geweest is. Sporen treffen we altijd achteraf aan. Sporen worden gemaakt of worden achtergelaten. Maar dat is geen tegenstelling: maken is hier ook achterlaten. Zelfs als we een onderscheid maken tussen bewust sporen aanbrengen en het zonder bedoeling, zonder er op te letten sporen nalaten. Daar kom ik later op terug.

Altijd is er spaken van iets, iemand of in het meervoud ietsen of iemanden die aanwezig geweest zijn, die gepasseerd zijn op een plek. Zo laat een storm zijn sporen na – ‘een spoor van vernielingen’-  maar het zelfde kan gezegd worden van een groep voetbalfans die na een wedstrijd de stad zijn ingetrokken en om het nog breder te maken: volledig omgewoelde paden laten weten dat in dat bosgebied grote groepen wilde zwijnen zijn gepasseerd.

Maar met ‘vernielingen’ wordt het tegelijk in het negatieve getrokken, niet dat dat te vermijden valt, want sporen zijn nu eenmaal van al het gebeuren, van alle aanwezigheid, zowel van het positieve als van het negatieve.

Dat moet ik vasthouden: de aanwezigheid, de passage – dat kan van korte en van lange duur zijn geweest. Ook die duur kan meestal ui die sporen worden afgelezen. Het kan om een enkele individu zijn gegaan en ook om hele beschavingen. ‘Hij of zij’ was daar – zij (dat volk, die groep) waren daar.

Tegelijk zijn sporen nooit volledig – ik bedoel: sporen zijn overblijfsels, er was meer maar dat is verdwenen. Hier speelt de kunst van het ‘aflezen’, de specialisten die genoeg hebben aan sporen om een heel verhaal te vertellen. Of zoals ons werd overgeleverd van bepaalde natuurvolkeren – bijvoorbeeld indianenstammen – die aan de sporen van gepasseerde beesten konden aflezen niet alleen wanneer ze gepasseerd waren, maar ook hoe groot het beest was, of het mannelijk of vrouwelijk was en nog veel meer. Voor hen was het meestal een kwestie van overleven.

Toch maakt die onvolledigheid sporen gewoonlijk raadselachtig, er is een onzekerheid in het spel. Er moet geduid worden, met steeds de mogelijkheid dat men zich vergist.

Sporen van beschavingen

Het is duidelijk dat vele plekken van de nu bewoonde wereld andere beschavingen of culturen gekend hebben die nu verdwenen zijn en dat soms zelfs heel lang en zonder dat er sprake is van een continuïteit met wat nu aanwezig is. Dat geldt voor d meeste continenten – zowel in Klein Azië (Babylon!) Afrika als Latijns-Amerika (Incacultuur!) Maar laat ik een door velen bekend voorbeeld gebruiken – want het gaat om sporen en niet om die cultuur – en stilstaan bij de Stonehenge, de rijen van gigantische, rechtopstaande stenen die ooit een concentrische cirkel hebben gevormd op de Salisbury-vlakte in het Engelse Wiltshire. Waarschijnlijk is het geheel in drie stadia gebouwd, waarvan het eerste teruggaat tot zo’n tweeduizend jaar voor Christus. Hoewel er al heel lang studie gemaakt is van dit stenen monument, weten we er nog maar weinig van : noch welke volken het hebben opgericht, nog de precieze betekenis of functie. Vrijwel zeker moet het een plek geweest zijn waar erediensten werden gehouden en uit de rangschikking valt af te lezen  dat e zon darbij een belangrijke rol speelde, omdat op de ochtend van de zomerzonnewende de zon min of meer  recht achter een soort altaar of zonnesteen boven de horizon opkomt. Dat zou kunnen betekenen dat het om een monument ging met een ingebouwd middel om de tijd te bepalen.

Termen als ‘waarschijnlijk’ of ‘vrijwel zeker’ of ‘zou kunnen’  geven het karakter van sporen aan: de fragmenten vragen om een interpretatie en behalve de hier nu summier aangegeven, zijn er vele andere geweest, maar echt zeker weten is er niet, er blijft een raadselachtigheid.

De Stonehenge vormt een interessant en intrigerend voorbeeld, maar zoals gezegd, is het er een van vele. En elke keer zijn er de vele interpretaties die niet alleen boekdelen spreken, maar ook letterlijk bevatten. Alleen al de literatuur over Stonehenge bevat een goed gevulde boekenplank in de bibliotheek.

Sporen als inspiratiebron

Daarnaast – om een sprong naar het heden te maken – vormt zo’n stenenverzameling als Stonehenge (maar ook vele andere en vergelijkbare) een inspiratiebron voor ‘landschapskunstenaars’. De ‘landmarks’ zoals we die aantreffen in bijvoorbeeld het werk van de kunstenaar Robert Long zijn daar beslist schatplichtig aan. We kennen ‘landart’ kunstwerken aangebracht in polders of riviermondingen, die uit tekens bestaan die hun oriëntatie danken aan de zonsop- en ondergangen. Maar nu gaat het om individuele daden, die niet verder reiken dan dat. Die geen verbinding hebben met een verdergaand ‘religieus’ gevoel van een groep of gemeenschap en dus ook niet gedragen worden door zo’n gemeenschap.

Deze kunstwerken worden gefotografeerd en vervolgens gepubliceerd in kunsttijdschriften – vaak is dat hun enige ‘behoud’, want meestal zijn ze tijdelijk van karakter. De daad die verricht is haalt vaak de krant, maar de krant is al een symbool van tijdelijkheid.

Die tijdelijkheid wordt overigens dikwijls bewust gewild, zoals het inpakken van bruggen en gebouwen (meest recentelijk de Reichstag in Berlijn) door Christo – het mag een paar weken duren en dan moet alles weer verdwijnen, eigenlijk zonder ter plekke een spoor achter te laten.

De vergelijking tussen de aangetroffen sporen als bijvoorbeeld Stonehenge en de aangebrachte (vaak tijdelijke) tekens van Long of Christo doet ons de vraag stellen of in het laatste geval sprake is van sporen in de eigenlijke zin van het begrip. Niet de tijdelijkheid is daarbij het beslissende criterium. Tenslotte wist ook een stevige regenbui ook de sporen van een passerende mens of dier uit: eerder is het de afwezigheid van de verwijzing van de ‘meer-gebeuren’. De betekenis moet in die aangebrachte tekens zelf gevonden worden. Hooguit is er de verwijzing naar hedendaagse kunstopvattingen, maar de vraag is of we daar het begrip ‘sporen’ mee moeten belasten.

Sporen kunnen verdwijnen

Centraal blijft dat sporen met aanwezigheid te maken hebben., dat er iets heeft plaatsgevonden – let wel   p l a a t s – gevonden, altijd is er een plaats of plek bijbetrokken – en dat daar tekens van zijn overgebleven.

Maar zoals zojuist gezegd kunnen sporen verdwijnen, er was meer en dat andere is al verdwenen, slechts de sporen zijn overgebleven en die kunnen dus op hun beurt verdwijnen en dan is iets letterlijk spoorloos verdwenen.

Daarnaast kan er echter ook de bewuste wil bestaan een gebeuren te ontkennen of beter: er voor te zorgen dat men denkt dat het niet heeft plaatsgevonden. De zekerheid dat men altijd sporen nalaat, leidt dan tot de noodzaak die sporen uit te wissen. Hier komen we natuurlijk op het gebied van de m i s –daad, op het terrein van daden die men onzichtbaar wil houden, zodat men kan doen voorkomen dat er niets aan de hand was.

Een van de mooiste, klassieke voorbeelden vinden we in Reinaert de Vos – het  middeleeuwse epos dat door een zekere Willem zou zijn geschreven, daarin wordt gezegd:

‘Doe saghic, eer hi daenen sciet,

Dat hi den steert liet mede gaen

Daer sine voeten hadden gestaen

Ende decke sijn spore metter mouden’.

Een van de opmerkelijkste zaken aan een vos is zijn prachtige staart, maar uit de vroege epos blijkt dat het niet alleen om schoonheid gaat – die staart is heel functioneel. Ze dient oom de sporen uit te wissen, daar waar de voeten hebben gestaan wordt modder (grond dus) overheen geveegd.

Natuurlijk is zoals in de meeste dierenverhalen het dier symbolisch gebruikt voor de mens: ook mensen kunnen er behoefte aan hebben hun sporen uit te wissen. Wat dan vervolgens weer leidt tot andere activiteit, namelijk de sporen weer opzoeken. De geniale figuur van een Sherlock Holmes, de detective zoals die door de Engelse schrijver Conan Doyle is geschapen, staat voor iemand die sporen ontdekt –en daar conclusies aanverbindt – iemand die ons elke keer verbluft doet staan omdat hij dingen (=sporen) ziet die iemand anders heeft kunnen opmerken.

Verder kunnen we, vooral in regiems zoals Stalinistische, de praktijk van het herschrijven van de geschiedenis – wat onder meer tot gevolg had dat foto’s werden geretoucheerd: plots is een bepaald (want in ongenade gevallen) persoon van de foto verdwenen. Ook dar gaat het om het uitwissen van sporen.

Over foto’s gesproken: vrijwel alle romans van de franse schrijver Patrick Mondiano hebben als basis een oude (natuurlijk vergeelde) foto waarop de hoofdpersoon iemand herkent, terwijl de anderen daar omheen onbekend zijn en hem aanzet tot een speurtocht naar een onbekend verleden.

Dat sporen per definitie onvolledig zijn komt ook voor in de betekenis van minieme, nauwelijks op te merken aanwezigheid. Niet zelden is ook hier weer het vermoeden van misdaad in het spel – bijvoorbeeld sporen van vergif (en moet er een analyse in een laboratorium aan te pas komen). Scherper gezegd: het vermoeden leidt tot het z o e k e n van sporen. Maar zo geformuleerd is het duidelijk dat het veel verder gaat dan alleen de misdaad, een goed deel van het wetenschappelijk onderzoek is daarop gebaseerd. Niet alleen wetenschappen als chemie of fysica maar ook de psychologie en zelfs de literaire tekstkritiek zijn bezig om via vermoedens ( soms hypothesen genoemd) sporen te volgen.

Sporen maken

Zoals boven vastgesteld is het eigenlijk onvermijdelijk dat we sporen maken – van eleke gebeurtenis of activiteit blijft wel iets over. Dat gebeurt gewoon of we dat nu willen of niet. Maar soms w i l l e n  we het ook. Dan maken we sporen op een bewuste manier. Het is goed daar nu onze aandacht op te richten.

Er bestaat het spel spoorzoeken, waarbij de door een groep uitgezette sporen door een andere groep moeten worden gezocht en gevolgd; welnu het is mogelijk dit te verbreden tot een algemene cultuurhouding. Het spel wordt dan serieus gespeeld.

De cultuurhouding bestaat dan uit het bewust aanbrengen van tekens die aangeven dat we ergens waren – op een zekere plaats ( en meestal ook op een bepaald tijdstip) of dat we een zeker parcours hebben gevolgd. We willen dan laten weten dat we daar of daar waren of dat we die of die weg hebben afgelegd. Die tekens zijn bestemd voor de anderen, het zijn communicatie-tekens – dus hopen we dat ze door anderen worden opgemerkt, dat is wel de bedoeling.

De intentie, de reikwijdte, ook het niveau kunnen dan nog heel verschillend zijn. K moet denken aan de graffiti op de vele muren in de huidige steden – voor veel mensen (ook voor mij) een regelrechte plaag, een ontsiering van de straat – en stadsbeeld; maar toch zijn het sporen, tekens van ‘ik was hier’ – ze lijken volledig anoniem, die ‘ikken’ zijn de verschillende vandalen, maar vrijwel zeker is er bij de aanbrengers onderling wel degelijk herkenning, is er sprake van handtekeningen.

Op een ander niveau zouden we kunnen spreken van creatie, noem het kunst – maar ook dan gaat het om blijk geven van een aanwezigheid en is er hoop dat ‘er iets blijft hangen’ – eigenlijk gaat het daar steeds om, laten we ons niet vergissen.

Het boeiende is nu dat we ons dat steeds bewust kunnen  maken, dat we in de wetenschap dat we altijd sporen nalaten ons met die sporen gaan bemoeien, dus de kwaliteit daarvan in ogenschouw nemen. Nooit kan alles bewaart worden, na een korte tijd of langere tijd blijven fragmenten over, na nog langere tijd worden het sporen die verwijzen naar wat eens aanwezig was.

Gebouwen bijvoorbeeld hebben ook geen eeuwig leven, ze worden afgebroken of anders worden het ruines. Meestal nemen andere gebouwen hun plaats in en vaal zijn de eerste dan spoorloos verdwenen, totdat ook dat gebouw weer verdwijnt en een archeoloog de tijd krijgt in de dan ontstane bouwput de resten van de voorgangers te ontdekken en via die sporen de geschiedenis van de plek te achterhalen. Maar ook hier kan men er bewust mee omgaan, zoals bijvoorbeeld de Antwerpse architect Bob van Reeth, die hoopt dat zijn gebouwen intelligente ruines’ zullen opleveren. Opnieuw sporen maar die kunnen worden opgenomen om dar verder op door te kunnen bouwen, naar de behoefte van de nieuwe tijd die dan is aangebroken. We kunnen niet leven zonder een verleden, het heden moet daar zijn voeding in vinden om tenslotte voor een toekomst te zorgen – de vele sporen naar de vroegere aanwezigheid zijn er om te volgen, om er achter te komen. Maar als dat waar is , hebben we nu ook de plicht voor nieuwe sporen te zorgen voor de komende generaties. Het leven gaat door, eindigt niet met het einde van een eeuw (dat natuurlijk een buitengewoon willekeurige tijdsbepaling is).

Ter afsluiting

Sporen zijn tekens van aanwezigheid. Ze verwijzen naar iets wat gebeurd is en dat gebeuren kan veroorzaakt zijn door mensen, dieren, natuurverschijnselen (storm, aardbeving). Wat ons het meest interesseert zijn vrijwel altijd de sporen van de menselijke aanwezigheid; dan kan het gaan om culturen, beschavingen die zijn verdwenen, maar ook om individuen die ergens waren en nu schijnbaar spoorloos verdwenen zijn (en dat levert dan weer een formule voor een televisieprogramma op).

Sporen kunnen wijzen op nalatigheid – aanwezigheid die eigenlijk niet opgemerkt zou moeten worden, dus bijvoorbeeld vervuiling – het heet dan ‘hou de natuur schoon’- maar nee, mensen laten rotzooi achter, blikjes, lege flessen, papier enzovoort. Of, helaas, op grotere schaal: vervuiling van hele gebieden, meren, rivieren, bruinkoolgroeves van onmetelijke omvang.

Sporen kunnen ook wijzen op een positieve aanwezigheid, op boeiende  rijke culturen – ook moeten de sporen ons doen raden, maar alleen al de sporen kunnen ons n verrukking brengen ( en onze fantasie op hol). Minieme aanwijzingen doen soms wonderen: hele werelden kunnen worden herschapen op grond van wat opeen plek wordt aangetroffen. Is of was dit een pad? Zo ja, waar leidt of leidde het dan toe?

En, tenslotte en nogmaals, als we zelf niet spoorloos willen verdwijnen, moeten we ons bezighouden met de sporen die we achterlaten. Dan worden et sporen die we w i l l e n achterlaten. Dat we ze maken is onvermijdelijk, mar de vorm en de kwaliteit kan een kwestie zijn van zorg. Onze aanwezigheid is een voortgaan op wat wij aantroffen, precies zo is dat voor de volgende generatie met onze ‘sporen’.

Willem Koerse

juli 1995 | Ferme