0

Troisièmes places

Geplaatst op 7 september, 2010 in Blog Spacemakers.nl, Perskamer met de tags , , , , door Alcuin

Mijn maandelijkse weblog op spacemakers.nl

Third places of te wel de derde plaats is een term die gebruikt wordt in het concept van community building. Men maakt hierbij een onderscheid met de twee gebruikelijke sociale omgevingen van thuis en de werkplek. In zijn invloedrijke boek The Great Good Place stelt de auteur Ray Oldenburg (1989, 1991)dat de derde plaatsen van belang zijn voor het maatschappelijk middenveld, democratie, maatschappelijk engagement, en tot vaststelling van een beleving van een gevoel van plaats.
De ” eerste plaats ” is het huis en betreft het privé gebied van mensen . De ” tweede plaats ” is de werkplek – waar mensen het meeste van hun tijd doorbrengen. Derde plaatsen zijn vervolgens de ” ankers ” van het gemeenschappelijk leven; openbare plaatsen. Het zijn de plaatsen, die een bredere en meer creatieve interactie bevorderen en vergemakkelijken. Samenlevingen hebben van oudsher dit soort informele ontmoetingsplaatsen. Ook heden ten dage blijken deze plekken van vitaal belang voor de huidige maatschappelijke behoeften. Oldenburg beschrijft ook de kenmerken van een echte ” derde plaats ” : gratis of goedkoop, eten en drinken zijn niet essentieel,. Wel belangrijk is de toegankelijk, bereikbaarheid/korte loopafstanden en betrokken ‘stamgasten’ – degenen die daar gewoonlijk samenkomen cq. culturele zetting. Verder moet de ambiance uitnodigen en een mate van comfort hebben.

Third Places zijn ook de locaties die in aanmerking komen voor het nieuwe werken. Het nieuwe werken voegt drie essentiële elementen toe aan de kenmerken van Oldenburg: locatie, digitaal en sociaal
1. locatie: door technologische en digitale toepassingen is de vaste werkplek voor de kenniswerker niet meer vanzelfsprekend. Het is namelijk mogelijk om overal te werken: thuis, in een café, sportclub of zelfs op het strand. De hele stad kan dus dienen als kantoor. Waar je gaat werken hangt af van hoe aantrekkelijk of toegankelijk een locatie is.
2. digitaal: laptops, mobiele telefoons, email, applicaties, sociale netwerksites; dus hardware en software. Zonder al deze producten zou het nieuwe werken niet zo’n vlucht hebben kunnen nemen. Programma’s en apparaten waarmee je altijd en overal toegang hebt tot je werk. Deze digitale component is onlosmakelijk verbonden met het nieuwe werken en zou op meer “derde plaatsen” aangeboden kunnen worden.
3. sociaal: door het nieuwe werken komen mensen uit verschillende (beroeps)groepen makkelijker met elkaar in contact. Juist omdat de ontwikkeling van flexibel werken niet alleen voor zelfstandig ondernemers is weggelegd. Ook binnen de overheid en grote organisaties werken de medewerkers steeds flexibeler. Door de nieuwe contacten wordt informatie uitgewisseld, weer nieuwe connecties gelegd en ontstaan er nieuwe samenwerkingsvormen.

Naar zeggen schijnen alle MacDonalds in Frankrijk WiFi aan te bieden. Na drie positieve ervaringen kan ik bij het reizen door Frankrijk de MacDonald als ‘third place’ aanbevelen. Het ouderwetse internetcafé lijkt het niet gehaald te hebben. We hebben hem ook in de grotere plaatsen niet kunnen vinden. Nu kan dat natuurlijk aan onze taalvaardigheid liggen. Zeker ligt het aan de beperkte bekendheid van de accommodaties bij het vragen naar de weg.

Dit is een bekend fenomeen bij gebiedsontwikkeling. Er is een programma, leuke tenten, interessante winkeltjes maar niemand weet het. We hebben het dan eigenlijk over marketing. Bekendheid met het product dat aangeboden wordt en de plaats waar het te vinden. Het hebben van programma is immers nog geen garantie voor het genereren van ‘traffic’. Eerst bij de aanwezigheid van passanten kan het programma onderdeel tot bloei komen.

Als ik in Frankrijk ben verbaas ik mij in die context altijd over dat bijna ieder respectabel dorpje een eigen bakkertje heeft . En dan ook nog een Boulangerie, die zeven dagen in de week vers brood heeft. Ook heeft bijna ieder dorp een eigen Boucherie met een geweldig assortiment aan lokale vleeswaren. Hier lijkt ‘traffic’ geen item. Hoewel… het brood is op het eind van de middag toch ook op. Het kan haast niet anders of de vaste lasten post/huisvestingskosten voor dit soort winkels ontbreekt of is laag. De arbeid (bakken van brood) wordt daarbij bijna direct omgezet in omzet door het verkopen van het brood.

In Aurillac (de hoofdstad van de Cantal) loop ik een winkeltje in waar een kunstenaar zijn werk verkoopt. Ook hier kunnen de huisvestingskosten niet erg drukken op het resultaat. Het oude centrum bevindt zich in het begin van een nieuwe levenscyclus. Vroeger was de stad een handelspunt. De gerechtsbank levert met zijn ambtelijke bezetting nu een basis voor stedelijke activiteiten. De terrassen van de restaurantjes rond het gebouw zijn rond de lunchtijd goed bezet. In het oude centrum is er veel vergane glorie in de vorm van kleine hotels, herbergen, die getuigen van een rijkere tijd. Delen van de nauwe straatjes zijn nog voorzien van terrazzo afwerking en kleuren een nieuwe ambiance. Kunstenaars, galeries en exclusieve winkels pakken de nieuwe levenscyclus op. De lage huisvestingskosten en het alternatieve karakter zijn de drijfveren. Ook hier is bekendheid van dit karakter belangrijk om in de vervolgfase van de levenscyclus te komen. Dus vertel het voort!

Laat een reactie achter